Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Advies aan minister Van der Wal: kies voor volledige schadeloosstelling en stop met de weg van opkoopregelingen

De regering wil in 2030 de stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden met 50% gereduceerd hebben. Binnen de lopende discussie over hoe dit doel te bereiken in relatie tot agrariërs, heeft minister voor Natuur en Stikstof Van der Wal bij brief d.d. 1 april 2022 (echt waar) aan de Tweede Kamer een nieuwe stap aangekondigd. Die stap zal bestaan uit het agrariërs die kwalificeren als piekbelaster willen verleiden tot bedrijfsbeëindiging, door het betalen van 130 % i.p.v. 100 % van de 'onteigeningswaarde'? Een in de onteigeningspraktijk niet gekend begrip. Bedoeld zal zijn de vermogenswaarde van vastgoed.

11 april 2022

De minister vermeldt daarbij nu nog niet in te willen zetten op onteigening en dus niet op het betalen van een volledige schadeloosstelling (bestaande uit het vergoeden van niet alleen de vermogenswaarde maar ook uit inkomensschade en andere bijkomende schade als extra belasting en deskundigenkosten). Onteigening wordt door haar in interviews gekwalificeerd als een 'afschuwelijk middel'.

Vraagstelling

Het bovenstaande leidt tot de volgende vragen:

  • waarom de overheid niet kiest voor het bewandelen van de koninklijke weg, die van onteigening op basis van een volledige schadeloosstelling

  • of de overheid een hogere vergoeding mag betalen, dan waarop iemand recht heeft bij onteigening dan wel die iemand zou ontvangen bij vrijwillige verkoop aan een derde

  • en zo nee hoe dan wel te handelen.

Op die vragen gaan wij hierna in.

Wat betreft het niet bewandelen van de koninklijke weg

We hebben in dit land afgesproken dat eigendom een grondrecht is waar alleen onder strikte voorwaarden een inbreuk op mag worden gemaakt door te onteigenen en het betalen van een volledige schadeloosstelling in het algemeen belang.

Dat er nu niet voor wordt gekozen te gaan onteigenen, kan denken wij niet los worden gezien van het ontbreken van draagvlak voor het opkopen van bedrijven als stikstofmaatregel bij (een groot deel van) de agrarische sector.

Overwegingen van de agrarische sector die leiden tot het ontbreken van draagvlak

  • Er is een proces gaande van ruimte maken voor woningbouw, energietransitie en natuur, daarvoor wordt logischerwijs de plek gekozen waar dat tot de minste kapitaalsvernietiging c.q. het minste kapitaalbeslag leidt en daardoor ook tot de minste maatschappelijke weerstand. Die plek is landbouwgrond. Dit leidt tot argwaan bij veel agrariërs, want door hen wordt vrij algemeen gedacht dat de overheid door het de landbouw zo moeilijk mogelijk te maken, de grond goedkoop in handen wil krijgen.

  • Het al generaties lang eigenaar zijn van de boerderij, maakt dat het grondrecht eigendom zeer diep is verankerd in de psyche van de agrariërs. Het daarvan vrijwillig afstand doen is een grote stap.

  • Het leven met de seizoenen, het afhankelijk zijn van het weer, het vaak met meerdere generaties samenleven en nauwe sociale en familiebanden met andere agrariërs maakt dat het zijn van agrariër wordt beschouwd als een eigenstandige waardevolle manier van leven, waar niet graag in ruil voor geld afstand van wordt gedaan.

  • Veel agrariërs zetten een vraagteken bij doelstellingen van de overheid, bijvoorbeeld als het gaat om extra natuur. Het beheer van nieuwe natuur wordt daarbij niet als professioneel ervaren. Hetzelfde geldt voor het beheer van grond die door de overheid is opgekocht en die dient voor ruilgrond, waardoor de kwaliteit huns inziens afneemt (veroorzaakt door het vaak langdurig slechts van jaar tot jaar in gebruik geven).

  • Een aantal agrariërs staat ook argwanend tegen het door politici in hun ogen wensdenken, waarbij aan gedachterichtingen als strokenlandbouw, kringlooplandbouw en precisielandbouw direct een rol wordt toegekend zonder dat die zich hebben bewezen, laat staan zijn voorzien van een businessmodel.

  • Daar komt nu bij het geharnaste discours over de depositie van stikstof. Hierbij voeren agrariërs meningen en argumenten aan als:

    • het last hebben van steeds veranderende regelgeving, met als gevolg het stijgen van kosten zonder dat die in de verkoopprijzen van de producten kunnen worden doorberekend;

    • onze bedrijfsvoering is in overeenstemming met hoe deze tot voor kort door de overheid en de maatschappij werd aangemoedigd, waarbij we al vele jaren bezig zijn met het beperken van ammoniakuitstoot en het gebruik van bestrijdingsmiddelen, het verbeteren van de leefomstandigheden van vee en het verminderen van antibioticagebruik;

    • de samenleving vindt het niet erg om veel grond te onttrekken aan de landbouw voor niet-agrarisch gebruik, want deze beschouwt landbouwgrond als haar achtertuin en baseert daar allerlei claims op;

    • er is sprake van absurd kleine gebieden die zijn aangewezen als Natura2000 gebied;

    • het beleid wordt niet gebaseerd op concrete meetgegevens;

    • de landbouw wordt onevenredig hard aangepakt;

    • er is sprake van een dubbele agenda, want eigenlijk is men tegen het houden van dieren;

    • het probleem kan worden opgelost met technologische verbeteringen.

  • De onzekerheid op de geldmarkten, oplopende inflatie en zorgen over het voortbestaan van de euro zonder dat er alternatieve beleggingsmogelijkheden zijn, zijn ook factoren die leiden tot het willen vasthouden aan de zo ervaren zekerheid van eigendom van grond en het voeren van de onderneming.

  • Het verkopen van het bedrijf en het daardoor staken, levert vaak een verplichting op tot het betalen van belasting en verlies van fiscale faciliteiten. Ook kan er dan geen gebruik meer worden gemaakt van de Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) voor het fiscaal mogelijk maken om een bedrijf aan een volgende generatie over te dragen.

Daar staat tegenover dat veel agrariërs geen bedrijfsopvolger hebben en weten baat te hebben bij de vraag naar grond en gebouwen en het voornemen van de overheid om daar extra geld voor beschikbaar te stellen in de vorm van opkoopregelingen. Ook zien veel agrariërs in dat de vraag naar ruimte gefaciliteerd zal moeten worden en dat de op productiemaximalisatie en het vergroten van op schaalvergroting gerichte bedrijfsvoering verder zal moeten worden aangepast, om hun 'licence to produce' te kunnen continueren.

Het lijkt erop dat waar het de overheid in de ogen van de agrariër niet is gelukt een geloofwaardig beleid te voeren, daarom wordt afgezien van het instrument van onteigening.

Sterker nog dat ervoor wordt gekozen dat dan maar af te kopen door een hogere vergoeding te bieden voor grond en of gebouwen dan waar men bij onteigening recht op heeft of bij verkoop aan een marktpartij zal ontvangen.

Kanttekeningen bij onzes inziens een foute keuze:

Wat betreft het bieden van 130% van de waarde: er ontbreekt een wettelijke grondslag voor het bieden van geld boven de marktwaarde voor het kopen van grond of gebouwen, het voornemen roept natuurlijk vragen op m.b.t. wel of niet toegelaten staatsteun maar bovenal speelt het gelijkheidsbeginsel. Waarom zou iemand die grond of gebouwen verkoopt in het kader van het maatschappelijke doel van de reductie van stikstofdepositie 130% krijgen van waar hij of zij recht op heeft en iemand die grond of gebouwen verkoopt voor een ander maatschappelijk doel als de aanleg van een weg niet?

Het niet inzetten van het onteigeningsinstrument heeft ook als consequentie dat het strategische aspect van onteigening als middel om de kans op het bereiken van minnelijke overeenstemming te optimaliseren anders dan gebruikelijk niet wordt ingezet.

Ook agrariërs krijgen zo, onzes inziens onterecht, niet wat hen toekomt, namelijk een volledige schadeloosstelling als je zoals i.c. in het algemeen belang onder druk van de overheid je bedrijf beëindigt.

Bovendien zal het strategisch gedrag van agrariërs uitlokken, zij zullen de som maken van nu verkopen, dan wel wachten tot er wordt onteigend en een volledige schadeloosstelling zullen ontvangen. Die naar onze inschatting vaak hoger zal zijn dan 130% van de vermogenswaarde.

We kunnen ons de reactie van agrariërs eigenlijk wel voorstellen als die zullen opmerken: 'zie je wel dat de overheid probeert onze grond en gebouwen goedkoop in handen te krijgen'.

De geadviseerde koninklijke weg

  1. Stel alles in het werk om weer een geloofwaardige partij te worden als overheid. Dit is onzes inziens een noodzakelijke voorwaarde, gericht op het optimaliseren van de kansen op succes en het minimaliseren van risico's van maatschappelijke onrust en verzet.

  2. Stop met de huidige insteek van opkoopregelingen die zien op het alleen vergoeden van vermogenswaarde en het in ruil daarvoor beëindigen van de onderneming. Bied in plaats daarvan ter voorkoming van onteigening een volledige schadeloosstelling in ruil voor het beëindigen van de onderneming. Bij het daarbij bieden van maatwerk kan als dat in een situatie past, dan minnelijk overeengekomen worden dat het vastgoed niet of deels overgaat en of een andere bestemming en gebruik zal krijgen. Dit vertaalt zich dan in een schadeloosstelling deels in geld en deels in natura.

  3. Start het overleg over het bereiken van minnelijke overeenstemming ook:

    • door gebiedsprocessen te richten op het zo snel mogelijk maken van planologische keuzes zodat duidelijk wordt of het bedrijf wel of niet ter plaatse zal kunnen voortbestaan en als dat niet het geval is, of er de onder 2. genoemde overeenstemming bereikt kan worden mede op basis van andere bestemmingen en dus gebruik van gebouwen en/of grond;

    • door zoveel mogelijk vervangende grond en/of gebouwen aan te bieden.

  4. Voer en communiceer een tweesporenbeleid als een bedrijf ter plaatse niet kan worden voortgezet vanwege het krijgen van een andere bestemming, bestaande uit:

  • het blijven proberen te bereiken van minnelijke overeenstemming;

  • voor het geval dat niet tijdig overeenstemming zal worden bereikt het alvast opstarten van de onteigeningsprocedure, die te allen tijde zal kunnen worden gestaakt bij het toch nog bereiken van overeenstemming.

De ervaring leert dat het in meer dan 95% van de gevallen waar voor deze insteek is gekozen, niet komt tot een daadwerkelijke onteigening maar dat partijen overeenstemming bereiken.

Zo zal de overheid op een rechtstatelijke manier kunnen voldoen aan haar maatschappelijke plicht met ook de grootste kans om de stikstofreductiedoelstelling in 2030 (dus over 7,5 jaar) te halen.

Maar bovenal ook op een manier die recht doet aan waar de agrariërs recht op hebben: een volledige schadeloosstelling.

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.