Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

AERIUS een nuttig instrument voor het stikstofbeleid?

In het eindrapport ‘Niet alles kan overal’ concludeerde de commissie-Remkes dat het kabinet tekortschiet in de aanpak van het stikstofprobleem. In dit licht werd aanbevolen om het rekeninstrument AERIUS door te ontwikkelen en dat de Rijksoverheid regie moet nemen. Deze zomer laten we verschillende experts aan het woord over de stikstofkwestie. Vandaag leest u de opinie van Jan Willem Erisman, voormalig lid van de commissie-Hordijk en onlangs benoemd als hoogleraar Milieu en Duurzaamheid aan de Universiteit Leiden. Die laatste commissie stelde in hun eindrapport ‘Meer meten, robuuster rekenen’, dat de rekenprecisie voor stikstofdepositie die de overheid vraagt voor vergunningverlening van nieuwe activiteiten niet in balans is met de wetenschappelijke onzekerheid van de stikstofneerslag. AERIUS belemmert de afgifte van vergunningen door de lage drempel voor stikstofdepositie die gehanteerd wordt en dat wekt allergische reacties op. De allergie zit volgens Erisman meer in het stikstofbeleid dan in AERIUS.

Erisman, Jan Willem
8 september 2020

Opinie

Opinie

Het rekeninstrument AERIUS 

Als u AERIUS googelt vindt u een geneesmiddel tegen allergie “waarvan u niet slaperig wordt”, maar belangrijker nog: een rekeninstrument voor de leefomgeving. Het model wordt gebruikt door de overheid voor vergunningverlening van activiteiten die stikstof uitstoten en wekt daarmee juist allergische reacties op. Met AERIUS wordt de omvang van stikstofdepositie op de gevoelige Natura 2000-gebieden op uniforme wijze en zo nauwkeurig mogelijk in beeld gebracht. AERIUS wordt gebruikt in vergunningverlening en beleidsondersteuning en dient voldoende representatieve en betrouwbare berekening te maken van de (extra) bijdrage aan stikstofdepositie van een project. De uitkomst wordt gebruikt voor de ecologische beoordeling in hoeverre een project leidt tot extra schade aan de natuur als gevolg van stikstofdepositie. 

Allergie voor AERIUS? 

De allergie zit erin dat de uitkomst van AERIUS bepaalt of iemand wel of geen vergunning krijgt en daarbij wordt een zeer lage stikstofdepositiegrens aangehouden. Het gaat om vergunningen voor huizenbouw, wegenverbreding en aanleg, industriële activiteiten, staluitbreidingen, etc. Als de nieuwe projecten zelf geen emissieruimte kunnen creëeren (intern salderen) waardoor er depositieruimte ontstaat, of doordat iemand anders stopt of ruimte creëert op hetzelfde natuurgebied (extern salderen), is de kans heel groot dat het project geen vergunning krijgt. Dit voert terug op de uitspraak van de Raad van State in mei vorig jaar die stelde dat de natuurkwaliteit van de Natura 2000-gebieden beter beschermd moet worden en daarmee dat de stikstofdepositie naar beneden moet. [1]

AERIUS is een instrument dat onlosmakelijk verbonden is aan het stikstofbeleid. De laatste jaren is er erg veel tijd en energie gestopt in dit instrument om het gebruiksvriendelijker, gedetailleerder en nauwkeuriger te maken. Het is echter niets anders dan een veredelde afstandstabel zoals gebruikt in de Hinderwet in 1985. Het doet wat het moet doen: het berekent wat de bijdrage van een bron is aan de depositie op natuurgebieden. De Commissie-Hordijk heeft suggesties gedaan voor de verbetering van het rekenhart om het consistenter en robuuster te maken, maar de kern blijft toch de depositie op een bepaalde afstand van de bron.  

De allergie voor AERIUS is naar mijn opvatting onterecht. Het instrument kan altijd beter, maar de allergie zit meer in de toepassing, met andere woorden: het beleid waar AERIUS instrumenteel aan is. Vanwege het achterwege blijven van de benodigde stikstofreducties in de afgelopen tien jaar, is er nu geen extra uitstoot meer mogelijk. Het is daarom zaak om de structurele aanpak snel door te voeren en het voorstel van de Commissie-Remkes om in 2030 de uitstoot van alle sectoren met 50% te verminderen is daartoe een nastrevenswaardig doel.  

Het KPI-systeem als aanvullend instrument 

Ik zou het beleid volledig inrichten als doelenbeleid: geef geen voorschriften over hoe iets moet en over welke technieken te gebruiken, maar stel heldere doelen als kaders waarbinnen de ondernemers zelf invulling kunnen geven aan doelbereik. Dat gaat dan over doelen ten aanzien van de bescherming van de kwaliteit van onze publieke waarden waar de overheid verantwoordelijk voor is, zoals natuur- en landschapskwaliteit (stikstof, EHS), klimaat, lucht-, bodem- en waterkwaliteit, en biodiversiteit.  

Hiervoor is wel een heel ander instrument nodig, namelijk een kritieke prestatie-indicatoren (KPI) systeem. KPI’s worden gebruikt in het bedrijfsleven om te monitoren of doelen die een onderneming stelt integraal behaald worden. Dit kan ook voor milieu- en klimaatprestaties van ondernemers in de landbouw, bouw, industrie- of energiesector gebruikt worden. Het voordeel voor de ondernemer is dat hij ziet hoe hij integraal richting doelen beweegt. De overheid kan het gebruiken als monitoring systeem om te kijken of doelen behaald worden en zelfs een beloning koppelen aan de prestaties van de ondernemers. 

Conclusie 

AERIUS zal nodig blijven voor vergunningverlening om te bepalen of de stikstofdepositie een grens overschrijdt. Als echter succesvol gestuurd wordt met de KPI-systematiek zal de stikstofdepositie gestaag dalen, zal de klimaatimpact verminderen en zal de leefomgevingskwaliteit verbeteren. De vergunningverlening is binnen de KPI-kaders geen drempel meer. 

Voetnoten 
[1[ Zie: https://www.raadvanstate.nl/programma-aanpak/ 

Artikel delen

Reacties

Geef een reactie