Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Op naar de energietransitie in de gebouwde omgeving: 3 vragen aan Martijn Koop

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle gemeentes in 2021 een Transitievisie Warmte hebben. De gemeenten krijgen zogezegd een regierol bij de wijkgerichte aanpak. Waar liggen opgaves, en waar liggen juist kansen? En hoe kunnen betrokken professionals hierop anticiperen? Martijn Koop, senior adviseur en manager van het ‘Team Aardgasvrij’ bij DWA, geeft hieronder kort antwoord op drie vragen.

Koop, Martijn
14 september 2020

Series/reeksen

Series/reeksen

1. Waar liggen opgaves voor de energietransitie in de gebouwde omgeving, en waar liggen juist kansen?

De opgave is de omvang van de transitie. Bijna 8 miljoen gebouwen moeten in Nederland de komende 30 jaar op een duurzame manier verwarmd gaan worden. Bewoners/eigenaren moeten daarvoor soms grote ingrepen doen in hun woning: flinke isolatie van muren en ramen, aanpassen van de verwarmingssystemen zoals radiatoren en een heel ander soort ketel of verwarmingssysteem in hun woning of gebouw. Dat is niet de eerste prioriteit van veel eigenaren; aanpassingen doen aan hun huis, dat niks lijkt te ‘mankeren’. Dergelijke aanpassingen willen we best doen voor een nieuwe keuken of een nieuwe badkamer, maar kosten en tijd stoppen in deze soms grootschalige renovatie is van weinig mensen een hobby.

Wat kansen biedt, is dat de afgelopen jaren de aandacht voor klimaat, voor CO2-reductie en voor energiebesparende maatregelen ontzettend is toegenomen. Waar in 2015 slechts 15% van de mensen wel eens gehoord had van het Klimaatakkoord (Parijs) of van de term ‘aardgasvrij’, weet inmiddels bijna iedereen dat er wat aan de hand is. Steeds meer mensen hebben steeds meer aandacht voor duurzaamheid, en de nationale opgave om voor elke gemeente uiterlijk eind 2021 een visie op de warmtetransitie (de ‘transitievisie warmte’) op te leveren, gaat daar een versnelling aan geven.

2. De energietransitie raakt aan verschillende beleidsdomeinen, maar het wettelijk kader hiervoor ontbreekt nog. Wat betekent dit voor het realiseren van de doelstellingen?

Een transitie is per definitie een fase van het een naar het ander. Staand beleid en vigerende wetgeving volstaan niet meer en nieuwe kaders zijn nodig. Bestaande (markt)partijen nemen in relevantie af en vanuit de niche (en soms vanuit het niets) komen partijen op die de nieuwe taal spreken en nieuwe kaders nodig hebben. We bevinden ons nu in de wat onstuimige en onduidelijke fase in het midden. Daarin is het zoeken naar houvast en gaan we samen op zoek naar wat er wél nodig is. De Omgevingswet en de Warmtewet moeten die houvast gaan bieden, en het is niet vreemd dat de omslag van oud naar nieuw niet van de ene op de andere dag plaatsvindt. Daarvoor zijn de verandering, de belangen, het aantal betrokken partijen en de onduidelijkheid van een gezamenlijk eindbeeld te groot. Het enige dat we kunnen doen, is stapje voor stapje acteren op basis van de kennis die we hebben, en zorgen dat we geen maatregelen nemen waarvan we nu al kunnen inschatten dat we daar spijt van krijgen.  

3. Wat voor tips geeft u mee aan beleidsadviseurs en programmamanagers die betrokken zijn bij de totstandkoming van de transitie?    

Omarm de bovengenoemde onzekerheid en onduidelijkheid en geniet een beetje van het spel. Heb begrip voor het feit dat de beleidswereld een andere is dan de praktijk van alle dag en verplaats je regelmatig in de rol van bewoner of gebruiker. Anders dan bij andere beleidsdomeinen, gaat de energietransitie écht achter de voordeur zorgen voor verandering. Je kunt het bewoners en eigenaren niet kwalijk nemen dat ze daar huiverig over zijn en niet direct staan te applaudisseren. Accepteer dat we fouten gaan maken en zorg ervoor dat die te overzien zijn. Dat betekent als overheid soms ruimhartig de knip trekken, om ervoor te zorgen dat mensen niet in de kou komen te staan, letterlijk. Ook als dat betekent dat sommige stappen nog eens over moeten, of dat een bepaalde groep een keer een voordeel heeft ten opzichte van een andere groep. Dat is de prijs die we soms moeten betalen voor het uitproberen en het langzaam opschalen. De weg van aardgasvrij in 2050 vormt geen rechte lijn.

DWA

Artikel delen

Reacties

Geef een reactie