Menu

Filter op
content
Omgevingsweb

Is waterstof gevaarlijk?

Jeanine Zwalve-Erades
Zwalve-Erades, Jeanine
31 januari 2020

Vraag & Antwoord

Er wordt veel gesproken over de mogelijkheden van waterstof binnen de energietransitie. De industrie maakt er al op grote schaal gebruik van en er worden steeds meer voertuigen ontwikkeld die volledig op waterstof kunnen rijden. Jeanine Zwalve-Erades en Gijs Kreeft beantwoorden enkele vragen over de kansen van waterstof voor de gebouwde omgeving.

ANTWOORD

Waterstof wordt al decennialang op grote schaal veilig gebruikt in de industrie en de chemie. Hoewel het niet toxisch is, heeft waterstof onder normale omstandigheden wel eigenschappen die voor gevaarlijke situaties kunnen zorgen. Zo is waterstof kleurloos en geurloos en daardoor niet makkelijk waar te nemen. Verder heeft het in vergelijking met aardgas een lagere ontstekingstemperatuur en ruimere explosiegrenzen. Als waterstof reageert met zuurstofgas komt er dus veel energie vrij. Een ander risico is dat waterstof brandt met een nauwelijks zichtbare vlam, wat de bestrijding ervan moeilijker maakt. Een voordeel is wel dat waterstof een licht molecuul is, waardoor het gas snel opstijgt en zich snel verspreid.

Door deze eigenschappen wordt waterstof terecht gezien als een gevaarlijke stof, maar dat maakt waterstof niet per se gevaarlijker dan andere brandstoffen, zoals aardgas of benzine. Om risico’s te verminderen of weg te nemen, moet uiteraard bij de ontwikkeling van nieuwe waterstoftoepassingen wel rekening worden gehouden met de specifieke verschillen. Waar nodig dient ook de wetgeving daarop te worden aangepast. Ten opzichte van aardgas en olie heeft waterstof wel als groot voordeel dat bij de ‘verbranding’ ervan in een motor of verbrandingstoestel geen CO2 vrijkomt. Wel komt er nog stikstof vrij, dus nog schoner is om de waterstof in een brandstofcel met zuurstof te laten reageren waardoor elektriciteit wordt geproduceerd. De enige ‘emissie’ die daarbij vrijkomt is water.