Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Meer experimenteerruimte op de elektriciteits- en gasmarkt

Op 15 mei 2018 is het Ontwerpbesluit experimenten Elektriciteitswet 1998 en Gaswet gepubliceerd. Met deze Algemene Maatregel van Bestuur (“AMvB”) wordt het Besluit experimenten decentrale duurzame elektriciteitsopwekking ingetrokken. Daarnaast zijn in de AMvB regels opgenomen die meer marktpartijen de kans geven om bij wege van experiment af te wijken van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. De amvb ligt tot en met 15 juni 2018 ter inzage.

14 juni 2018

Wet voortgang energietransatie

In april 2018 is de Wet voortgang energietransitie aangenomen (

Wet Voortgang energietransitie

, 'Wet Vet'). In de Wet Vet zijn wijzigingen opgenomen op de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. Deze wijzigingen geven de Minister van Economische Zaken en Klimaat de bevoegdheid om op aanvraag ontheffing te verlenen voor het uitvoeren van experimenten waarbij mag worden afgeweken van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. Daarmee ontstaat er meer ruimte om te experimenteren en dus af te wijken van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. De AMvB stelt nadere voorschriften die deze verbreding faciliteren. Daarnaast worden met de AMvB nadere voorschriften gesteld voor het verlenen van ontheffingen en het uitvoeren van experimenten. Het kabinet wil weten of het kunnen afwijken van de beide wetten gunstig uitpakt voor de energietransitie en of structurele wetswijzigingen nodig zijn. Met deze AMvB wordt invulling gegeven aan diverse moties van de Tweede Kamer.

Het huidige Besluit experimenten decentrale duurzame elektriciteitsopwekkingheeft een beperkter toepassingsbereik dan de nieuwe AMvB die nu ter consultatie voorligt . Zo is afwijken van de Elektriciteitswet 1998 wél toegestaan, maar van de Gaswet niet. Bovendien wordt een ontheffing uitsluitend verleend aan verenigingen en coöperaties en voor experimenten die een bijdrage leveren aan decentrale duurzame elektriciteitsopwekking en warmtekrachtkoppeling. De Wet Vet en de AMvB verruimen de mogelijkheid om ontheffing aan te vragen voor alle spelers binnen de energiesector, inclusief de netbeheerders. Zodoende kan ervaring worden opgedaan met diverse vraagstukken rondom de energietransitie.

De mogelijkheden en onmogelijkheden

De AMvB staat experimenten toe op het gebied van de aanleg en het beheer van de netten door andere partijen dan de regionale netbeheerder. Een van de gevolgen hiervan is dat verenigingen en coöperaties de rol van netbeheerder op zich mogen nemen. Verder wordt voorgesteld om experimenten op grotere schaal toe te staan (5.000 aansluitingen voor verenigingen en coöperaties actief op het gebied van netbeheer, 10.000 aansluitingen voor andere actoren op de energie- en gasmarkt).

Daarnaast wordt in het ontwerpbesluit de mogelijkheid geboden om te experimenteren met een nieuwe marktrol: de rol van aggregator. De aggregator ontzorgt verbruikers of producenten bij actieve deelname aan de elektriciteitsmarkt of gasmarkt, door hun verbruik, productie of flexibele capaciteit slim te verhandelen. Daarmee treedt de aggregator dus op als intermediair tussen verbruikers, netbeheerders en leveranciers.

Een andere optie is om te experimenteren met de leveringstarieven (waarvoor toestemming van de verbruiker is vereist) en de tarieven voor netbeheer (ter dekking van de kosten van het experiment en uitsluitend ten behoeve van de deelnemers aan het experiment). Voor beide tariferingsexperimenten geldt dat hiervoor een aparte boekhouding moet worden aangehouden. De Autoriteit Consument en Markt toetst of het experimenteertarief objectief, transparant, niet-discriminatoir, kostendekkend en experimenteel van aard is.

Ontheffing wordt uitsluitend verleend wanneer het bij de voorgenomen activiteit echt om een experiment gaat en de ontheffing niet op andere rechtsgronden kan worden verkregen. De duur van de ontheffing hangt af van het experiment, maar is gemaximeerd op tien jaar. Uitzonderingen op deze regel zijn mogelijk mits voldoende onderbouwd. De AMvB regelt ook het aantal ontheffingen (verdeeld over verschillende categorieën marktpartijen). De AMvB wordt na vier jaar door belanghebbenden geëvalueerd. Na afronding van ieder experiment worden de resultaten van het experiment aan de Tweede Kamer gerapporteerd, vergezeld van een standpunt over de voortzetting (anders dan als experiment).

Er wordt geen ontheffing verleend voor experimenten die betrekking hebben op de scheiding tussen netbeheer en levering, handel en productie, anders dan via verenigingen en coöperaties. De scheiding tussen levering en transport blijft belangrijk. Producenten mogen geen invloed uitoefenen op de taak van de netbeheerder. In het ontwerpbesluit wordt tevens vermeld dat geen ontheffing wordt verleend voor de opslag van LNG, interconnecties en het net op zee.

Experimenteerbepalingen

Met regelgeving die ruimte biedt voor experimenten kan het kabinet ervaring opdoen met het reguleren van nieuwe ontwikkelingen waarvan de praktische gevolgen onzeker zijn. De Raad van State ('RvS') heeft zich in het verleden kritisch uitgelaten over dit soort experimenteerbepalingen. Volgens de

RvS

wordt dit soort regelgeving steeds vaker ingezet om te voorkomen dat een wet moet worden aangepast. AMvBs zijn inmiddels niet langer de uitzondering, maar de regel (de Crisis- en herstelwet is hier een goed voorbeeld van). Volgens de RvS moet aan een algemene regel telkens een zelfstandige beoordeling ten grondslag liggen van wat in het algemeen belang en voor een zorgvuldige afweging van alle belangen nodig is. Een experiment kan behulpzaam zijn bij die beoordeling, maar kan de beoordeling niet vervangen. Experimenteerbepalingen kunnen derhalve afbreuk doen aan de rechtseenheid en rechtszekerheid.

Zienswijzen

Tot en met 15 juni 2018 kunnen zienswijzen tegen het ontwerpbesluit worden ingediend. Mocht u daarbij hulp nodig hebben of een second opinion op uw zienswijze wensen, neem dan gerust contact met ons op.

Artikel delen