Menu

Filter op
content
Omgevingsweb

Gelijkwaardigheid: oplossing of probleem?

In de nieuwe wetgeving die per 1 januari 2024 inwerking treedt – Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, bijbehorende ’AMvB’s en Omgevingsregeling – is gelijkwaardigheid op een heel andere wijze geregeld dan voordien. Opvallend is dat het beginsel om af te wijken van wettelijke regels is toegestaan door gebruik te maken van gelijkwaardige maatregelen in het nieuwe stelsel in de Omgevingswet zelf is vastgelegd in plaats van in een AMvB, zoals nu in artikel 1.3 Bouwbesluit 2012.

23 juni 2023

Omgevingswet Artikel 4.7 (gelijkwaardigheid)

1. Als regels als bedoeld in paragraaf 4.1.1 voorschrijven dat een maatregel moet worden getroffen, kan op aanvraag toestemming worden verleend om, in plaats daarvan, een gelijkwaardige maatregel te treffen. Met de gelijkwaardige maatregel wordt ten minste hetzelfde resultaat bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd.

2. Bij regels als bedoeld in paragraaf 4.1.1 kan de toepassing van een gelijkwaardige maatregel worden toegestaan zonder voorafgaande toestemming, al dan niet gekoppeld aan een verbod om de maatregel toe te passen zonder voorafgaande melding aan het bevoegd gezag.

3. Bij regels als bedoeld in paragraaf 4.1.1 kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid, of kan de toepassing van een gelijkwaardige maatregel worden uitgesloten.

Dat de wet spreekt over gelijkwaardige maatregelen in plaats van oplossingen, verraadt iets over de herkomst van het artikel, namelijk de milieuregelgeving. Beperken we ons nu even tot de bouwregelgeving dan valt op dat de wetgever het aan het bevoegd gezag (meestal de gemeente) overlaat of toestemming vooraf nodig is, terwijl dat in het ‘oude’ stelsel landelijk is geregeld. Een bouwplan moet voldoen aan de voorschriften in het Bouwbesluit, inclusief artikel 1.3.

De aanvrager van een vergunning kan bewust of onbewust een of meer gelijkwaardige maatregelen opnemen in zijn plan. Het kan zijn dat het bevoegd gezag de gelijkwaardigheid onderbouwd wil zien. Het is aan de aanvrager op welke manier hij daarin voorziet en aan het bevoegd gezag om daar al dan niet mee in te stemmen. Een advies van de ATGB , BCRG of een andere instantie kan daarbij nuttig zijn, maar het bevoegd gezag kan dat niet voorschrijven. Echter, zodra de gevraagde vergunning ongeclausuleerd is verleend heeft de aanvrager daarmee de vereiste toestemming te pakken.

Kwaliteitsborging en gelijkwaardigheid

Een andere wijziging is, dat – vooralsnog alleen bij bouwwerken in gevolgklasse 1 – voor de bouwactiviteit (= het voldoen aan de regels in hoofdstuk 4 of 5 van het Bbl ) geen vergunning meer nodig is maar een bouwmelding, tenminste vier weken voor de start van de uitvoering. Bij die melding moet overigens wel worden aangegeven welke eventuele gelijkwaardige maatregelen in de bouwactiviteit zijn voorzien (art. 3.80, 3e lid onder g. Bbl). De vrijheid die art. 4.7 2e en 3e lid Ow lijken te bieden wordt hier in zoverre teruggeschroefd dat gelijkwaardige maatregelen uiterlijk vier weken voor de start van de bouw moeten worden gemeld.

Bij bouwwerken in gevolgklasse 1 is in het stelsel van de Wkb de kwaliteitsborger degene die moet beoordelen of een maatregel terecht wordt opgevat als gelijkwaardig en of deze vervolgens correct wordt toegepast. Dat kan leiden tot verschillen van inzicht met de partijen aan private kant (opdrachtgever, architect, bouwer etc.) maar ook met de gemeente en tussen gemeenten onderling. Om wildgroei te voorkomen en om het beoordelingsproces te stroomlijnen wordt gewerkt aan de vorming van een landelijke database van ‘erkende oplossingen’. Tijdens het managementsymposium van de VBWTN op 1 juni 2023 riep Hajé van Egmond gemeenten op om oplossingen die zij als gelijkwaardig beschouwen in te sturen. Meer informatie daarover is te vinden in Hajé’s presentatie via BWTinfo.

Database gelijkwaardigheid op komst

Uit de sheets blijkt dat het in eerste instantie gaat om een vrijwillige database, maar met een mogelijk wettelijke status in de toekomst. Tijdens zijn toelichting meldde Hajé dat de ATGB er waarschijnlijk een taak bijkrijgt door de ingestuurde oplossingen te valideren voordat ze in de database worden opgenomen. Aannemelijk is dat deze voor rekening van het rijk komt. Uit een overzicht van eerder door de ATGB op verzoek van aanvragers of gemeenten uitgevoerde beoordelingen blijkt dat vooral op het gebied van brandveiligheid veel als gelijkwaardig gepresenteerde oplossingen de toets der kritiek niet kunnen doorstaan. Het lijkt dan ook een extra waarborg voor kwaliteit en veiligheid de adviescommissie in te schakelen bij ze nieuwe aanpak.

In mijn Handboek kwaliteitsborging voor het bouwen is hoofdstuk 12 geheel besteed aan gelijkwaardige maatregelen. In de hiervoor geschetste nieuwe aanpak zie ik geen aanleiding om dat hoofdstuk te wijzigen. De ATGB, die ook in het nieuwe stelsel op verzoek van partijen kan adviseren over voorgestelde maatregelen, krijgt er met een nieuwe taak bij als ‘poortwachter’ om oplossingen uit de praktijk van gemeenten en kwaliteitsborgers op waarde te schatten voordat ze in de database worden opgenomen. Die database zelf is natuurlijk wel nieuw. Van belang is steeds de ‘bijsluiter’ in de gaten te houden: komt de oplossing in de concrete situatie qua aansluitingen en gebruik geheel, gedeeltelijk of totaal niet overeen met reeds beoordeelde oplossingen in de database?

Circulariteit en gelijkwaardigheid

In opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heft adviesbureau AT Osborne recent een onderzoek uitgevoerd om antwoord te geven op de vraag: “Hoe kan de gelijkwaardigheidsbepaling van het Bouwbesluit/Bbl effectiever door gemeenten en andere stakeholders – waaronder initiatiefnemers van de gelijkwaardigheidsbepaling – worden aangewend als instrument om hoogwaardig hergebruik van materialen te stimuleren?” Dat is het een zinvolle vraag, ook al bevat het Bbl voor dit onderwerp geen overeenkomstige bepaling als die in artikel 1.3 Bouwbesluit. Het rapport van AT Osborne is te vinden op de website Duurzaam Gebouwd via (7 juni 2023).

De titel doet niet meteen vermoeden dat gelijkwaardigheid hier specifiek in relatie tot circulariteit wordt beschouwd, maar dat is wel degelijk het geval. De beschrijving en ook de aanbevelingen kunnen zeer wel aansluiten bij de bij ATGB te beleggen poortwachtersrol waarbij voor constructieve toepassingen waarschijnlijk extra expertise nodig is. In een artikel in het tijdschrift Bouwkwaliteit in de praktijk over de nieuwe bouwregelgeving op Sint Maarten (nr. 2022-3) wees ik op het zonder objectief onderzoeken van de bestaande staalconstructie van een hotel. Die was door orkaan Irma (6-9-2017) ontdaan van gevelbekleding, stond weliswaar nog overeind, maar was duidelijk onderhevig geweest aan torsie-krachten in de tornado’s rond het oog van de orkaan. Was hergebruik constructief verantwoord?

Het rapport noemt ook andere voorbeelden waaruit blijkt dat het bevorderen van hergebruik en terugdringen van de afvalstroom lastig te beantwoorden vragen kan opwerpen. Te voorzien is dat dit bij meerdere materiaaleigenschappen leidt tot een veel meer diverse casuïstiek dan bij toepassing van nieuwe materialen en toepassingen het geval is. Duidelijkheid over resterende sterkte, weerstand tegen brand, thermische en akoestische eigenschappen is echter wel noodzakelijk om te kunnen beoordelen of toepassing in een concrete situatie met een beroep op gelijkwaardigheid verantwoord is of niet. Noodzakelijke kosten om uitsluitsel daarover te krijgen mogen geen belemmering vormen als het overheid en bedrijfsleven ernst is met circulariteit in de bouw.

Wkb per 1-1-2024: gevolgklasse 1 inclusief verbouw

Nog even terug naar de voordracht van Hajé van Egmond op 1 juni jl. Hij belichtte meer dan alleen gelijkwaardigheid. Diverse onderwerpen waarover recent (of nog steeds) discussie is passeerden de revue. Op de vraag of voor verbouw de inwerkingtreding van de Wkb zou worden uitgesteld tot 1 juli 2024 kon op 1 juni nog geen uitsluitsel worden gegeven, maar uit het antwoord d.d. 12 juni 2023 op Kamervragen blijkt dat per 1 januari 2024 de Wkb in werking treedt voor alle bouwactiviteiten in gevolgklasse 1 inclusief verbouw. En voor het privaatrechtelijke deel overigens voor alle bouwactiviteiten die via een aannemingsovereenkomst tot stand komen, ook gevolgklasse 2 en 3, ook monumenten en zelfs vergunningvrije bouw!

Die privaatrechtelijke zaken (art. 7:754, 7:758, 7:765a en 7:768 BW) zijn vanaf 1-1-2024 dus van toepassing op elke aangenomen bouwactiviteit ongeacht de datum waarop het contract werd aangegaan. Alleen voor art. 7:757a BW (het dossier over ‘het bouwwerk zoals het is gerealiseerd’) geldt een overgangstermijn waarvan de einddatum nader wordt bekend gemaakt. Aanscherping van waarschuwingsplicht en aansprakelijkheid, financiële zekerstelling en nadere regels retentietermijn gelden gaan dus in per 1 januari a.s. Zie voor verdere uitleg de brochure van ministerie van BZK en genoemd Handboek Kwaliteitsborging voor het bouwen.

Verder lezen over kwaliteitsborging?

Handboek Kwaliteitsborging voor het bouwen legt de praktische gevolgen uit van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Klik hier voor meer informatie.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.