Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Zoek in dossier

Waterstof (H2) is een molecuul dat is opgebouwd uit twee waterstofatomen. Het komt in pure vorm nauwelijks op aarde voor, omdat het zich heel snel bindt aan andere atomen. Om erover te kunnen beschikken moet deze verbinding weer worden opgebroken en de waterstof worden geïsoleerd. Dat kan op meerdere manieren. In Nederland en wereldwijd is Steam Methane Reforming (SMR) veruit de meest gebruikte techniek voor het produceren van waterstof. Daarbij wordt methaan (CH4, het hoofdbestanddeel van aardgas) gesplitst in waterstof en koolstofdioxide (CO2). Omdat bij dit productieproces CO2 vrijkomt, spreken we hier van ‘grijze waterstof’. Als deze CO2 wordt afgevangen en opgeslagen via ‘carbon capture and storage’ (CCS) dan wordt van ‘blauwe waterstof’ gesproken. Een techniek die steeds vaker wordt toegepast, is waterelektrolyse. Daarbij wordt zuiver water met behulp van elektriciteit gesplitst in waterstof en zuurstof. Deze methode heeft als voordeel dat er geen CO2 bij vrijkomt, maar vergt wel veel elektriciteit. Als deze stroom duurzaam wordt opgewekt met behulp van (Nederlandse) zonne- en windparken, dan kunnen we van ‘groene waterstof’ spreken. Een andere methode voor de productie van groene waterstof is de gasificatie van biomassa. Het doel voor de langere termijn is natuurlijk om alleen nog maar groene waterstof te produceren, maar voorlopig is dat nog niet haalbaar omdat de productiekosten voor blauwe en groene waterstof nog een stuk hoger liggen.

Het feit dat bij de verbranding van waterstof geen CO2 vrijkomt en dat het relatief makkelijk kan worden getransporteerd en opgeslagen, maakt dat waterstof een belangrijke rol krijgt toegekend in het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. In het Klimaatakkoord wordt het belang van waterstof voor verschillende sectoren onderstreept. Zo kan waterstof worden gebruikt als duurzame energiedrager voor mobiliteit en zwaar transport, maar ook in de industrie die moeilijk te elektrificeren is. Daarnaast kan waterstof in de gebouwde omgeving worden ingezet als alternatief voor aardgas voor de verwarming van huizen en gebouwen en om op te koken. Tot slot kan waterstof ook worden gebruikt als grootschalig opslagmedium in de energiesector, bijvoorbeeld bij het opvangen van de pieken en dalen in de elektriciteitsvraag- en productie of door de omzetting van op zee geproduceerde windenergie naar waterstof, die daarna via bestaande gasleidingen naar het vasteland kan worden getransporteerd. Kortom, de toepassingen van waterstof zijn veelzijdig en dat maakt dat vele partijen staan te popelen om met deze nieuwe toepassingen te gaan experimenteren.

In dit dossier worden de juridische aspecten van deze nieuwe waterstoftoepassingen op de voet gevolgd. Omdat het juridisch kader voor waterstof zich nu pas aan het ontwikkelen is, komen projecten relatief vaak voor allerlei onverwachtse juridische vragen en uitdagingen te staan, bijvoorbeeld inzake de kwaliteit of herkomst van de waterstof of de technische eisen voor de installatie waarin deze gebruikt wordt. Maar ook over de veiligheidsnormen voor de productie, de opslag en het transport van waterstof door buisleidingen of boven de grond en tot slot de regels rondom netbeheer, levering en consumentenbescherming.