Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Een mooie beleidsnota, iedereen is enthousiast en de organisatie gaat aan de slag. En dan pakt het in de praktijk toch niet altijd uit zoals de beleidsmaker, de politiek verantwoordelijke of de organisatie het bedoeld heeft. Hoe kan dat en wat kan je er als (juridische) beleidsmaker aan doen? De praktische handvatten in dit boek zijn bedoeld om beleidsdoelen te vertalen naar een goed werkende uitvoering.

Vooraf

Dit boek is beleidsneutraal. Dit betekent dat niet is aangegeven wat het beleidsdoel of beleidsresultaat moet zijn en of een gekozen beleidsdoel zinvol is. Dat is aan jou of aan de politiek. Wij proberen met dit boek je zo goed mogelijk te helpen effectief beleid op te stellen waarmee de gekozen beleidsdoelen in de praktijk gehaald kunnen worden.

Dit boek is bedoeld voor beleidsmedewerkers of juristen die werkzaam zijn voor een lokale, regionale of landelijke overheid of lobbyen bij de overheid ten behoeve van een bepaald beleid. In dit boek staat dus het beleid centraal dat je gaat opstellen of wilt beïnvloeden en dat door de overheid wordt uitgevoerd.

Hoogerwerf verstaat onder beleid het streven naar het bereiken van bepaalde doeleinden met bepaalde middelen en bepaalde tijdskeuzes (Hoogerwerf, Herweijer & Montfort, 2021, p. 15).

Bijvoorbeeld de voorwaarden waaronder een aanvrager een vergunning of subsidie kan krijgen.

Wij hebben ruime ervaring met het opstellen van beleid, de uitvoering en de juridische procedures die het sluitstuk van het beleid vormen. En vanzelfsprekend gaat dat ook niet altijd (in een keer) goed. De meest waardevolle leerschool is de praktijk en daarom geven wij je ook onze ervaringen mee aan de hand van concrete voorbeelden uit de praktijk.

Beleid en vertaling naar concrete aanpak

Er is veel geschreven over hoe (taalkundig) een goede beleidsnota geschreven wordt

Bijvoorbeeld: Roovers, 2021.

en over het maken van wet- en regelgeving.

Aanwijzingen voor de regelgeving, wetten.overheid.nl, Veerman, De Kok & Clement 2012 en Zijlstra e.a., 2012.

Er zijn ook nuttige algemene kaders, zoals het Beleidskompas

‘Beleidskompas’, kcbr.nl.

, waarin het Nederlandse kabinet een theoretisch kader voor het maken van beleid heeft opgenomen. Het Better Regulation-programma van de Europese Commissie is een vergelijkbaar kader. Het Beleidskompas en het Better Regulation-programma geven algemene richtlijnen voor het denkproces als: wat is het probleem, wat is het doel, wat rechtvaardigt overheidsinterventie en wat is het beste instrument? Dit zijn nuttige stappen die wij zeker aanraden te hanteren, maar soms mis je als medewerker in de praktijk juist de praktische component.
Met dit boek stappen wij in op het moment wanneer eenmaal de keuze is gemaakt om beleid te maken en daar ook uitvoering aan te geven. Hoe pak je dat aan en welke handvatten uit de praktijk helpen dan?

In dit boek hebben wij tien praktijkvoorbeelden van beleid en de uitvoering ervan opgenomen. Deze voorbeelden komen van gemeenten, provincies en de rijksoverheid. Steeds beschrijven wij wat er in de casus speelde, wat er goed ging en wat er beter kon. Wij analyseren met de kennis die ten tijde van het opstellen van het beleid beschikbaar was. Die ervaringen staan in dit boek opgesomd en kun je gebruiken als je zelf beleid gaat maken. De casussen zijn inhoudelijk verschillend, maar de lessen die eruit volgen zijn veel breder bruikbaar. De handvatten die wij meegeven, zijn algemeen toepasbaar in die gevallen waar het bestuursorgaan (enige) beleidsruimte heeft. Deze handvatten zijn dus bruikbaar, onafhankelijk van de organisatie waarvoor je werkt, of het beleidsterrein.

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 staan wij stil bij de algemene richtlijnen voor het maken van beleid van het kabinet en de Europese Commissie en het houden van evaluaties. In hoofdstuk 3 gaan wij in op de uitvoering en handhaving voor zover relevant voor het maken van beleid. Daarmee heb je een overzicht van het theoretisch kader voor het maken van beleid. Waar relevant hebben wij eigen tips uit de praktijk en andere bronnen toegevoegd. Hoofdstuk 4 bestaat uit een analyse van de tien verschillende praktijkvoorbeelden en vormt daarmee de kern van het boek. Wij geven bij elke casus praktische handvatten die handig zijn bij het opstellen van beleid. Hoofdstuk 5 bevat een special over het uitgeven van schaarse rechten (schaarse vergunningen, subsidies e.d., waarvoor meer vraag is dan aanbod). Schaarse rechten behandelen wij, omdat er veel theoretische boeken en artikelen

Bijvoorbeeld Van Ommeren, Den Ouden, Wolswinkel 2011 en Drahmann 2015 en J. Wolswinkel, De rollen van de wetgever bij de verdeling van schaarse vergunningen, RegelMaat 2017, 32(1), p. 6-30.

over zijn, maar praktijktips vaak ontbreken. Een andere reden is dat er bij de uitgifte van schaarse rechten een consistent en doordacht ‘systeem’ nodig is om je beleidsdoelen te realiseren. De vaardigheid om zo’n systeem uit te denken, kan ook op andere beleidsterreinen nuttig zijn. De tips in hoofdstuk 5 kunnen daarmee ook helpen op andere terreinen beleid te maken. Hoofdstuk 4 en 5 zijn beide zelfstandig leesbaar, dus deze zijn ook direct bruikbaar zonder eerst de andere hoofdstukken te hebben gelezen. In hoofdstuk 6 hebben wij per onderwerp een samenvatting opgenomen van alle handvatten die volgen uit de tien behandelde casussen en uit het hoofdstuk over schaarse rechten. Die samenvatting kan als checklist gebruikt worden wanneer je beleid opstelt.

Tot slot

Wij stellen het zeer op prijs als je meer praktijkvoorbeelden met ons zou willen delen als die nuttige handvatten zouden kunnen opleveren voor een vervolgeditie van dit boek. Via LinkedIn kun je ons benaderen. Andere feedback wordt uiteraard ook op prijs gesteld. Wij hopen van je te horen.