Menu

Zoek op
rubriek

Nationale analyse waterkwaliteit

"In deze notitie beschrijft het PBL de tussentijdse resultaten van de Nationale analyse waterkwaliteit, een onderdeel van de Delta-aanpak Waterkwaliteit. De Nationale analyse is een traject van joint fact finding: een gezamenlijk traject van rijk, regio, stakeholders, maatschappelijke organisaties en kennisinstituten, waarin wordt gewerkt aan een gemeenschappelijke kennisbasis. Deze kennisbasis is een bouwsteen voor het bestuurlijke gesprek over de ambities en het opstellen van maatregelpakketten voor de volgende ronde van stroomgebiedbeheerplannen (2022-2027) voor de Kaderrichtlijn Water (KRW), die eind 2021 aan de Europese Commissie worden gerapporteerd, in samenhang met het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gevraagd de Nationale analyse te trekken en erover te rapporteren."

1 november 2019

Nationale analyse waterkwaliteit: joint fact finding

De Nationale analyse wordt mede gebaseerd op regionale kennis en informatie, voor zover deze beschikbaar zijn. Zo hebben de waterbeheerders aangeleverd welke doelen ze stellen voor de wateren, welke maatregelen deze planperiode (2016-2021) in uitvoering zijn en welke maatregelen ze overwegen voor de komende stroomgebiedbeheerplannen (2022-2027). Op basis van eerste berekeningen met het Nationaal Watermodel hebben het PBL, de waterbeheerders en andere partijen besproken welke opgaven op hoofdlijnen resteren en op welke wijze die kunnen worden aangepakt. Deze gesprekken zijn nog in volle gang en kunnen nog leiden tot aanpassingen in het eindrapport van de Nationale analyse, dat begin 2020 wordt gepubliceerd, ten opzichte van deze tussentijdse notitie.

Hoewel de Nationale analyse over waterkwaliteit in brede zin gaat, wordt vanwege de beschikbaarheid van informatie in deze tussentijdse notitie de nadruk gelegd op de onderwerpen waarvoor KRW-doelen zijn vastgesteld: nutriënten en biologie in het regionale oppervlaktewater, en chemische stoffen. In het eindrapport wordt ook aandacht besteed aan andere onderwerpen zoals kosten van maatregelen, grondwater, opkomende stoffen, microplastics, gewasbescherming, medicijnresten en drinkwater. Ook wordt informatie over de Rijkswateren opgenomen.

De waterkwaliteit verbetert, maar er blijven regionaal verschillende opgaven

Met de maatregelen die door de waterbeheerders en vanuit het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer worden voorzien voor de periode 2022-2027 neemt het aandeel regionale wateren dat voldoet aan de KRW-normen voor de nutriënten stikstof en fosfor toe, volgens de eerste berekeningen tot zon 60-65%. Het beeld kenmerkt zich door regionale verschillen: het aandeel wateren dat goed scoort is het hoogst in het noorden en het laagst in het Maasstroomgebied. Door na-ijling van het effect van maatregelen is het aannemelijk dat met name voor fosfor het doelbereik na 2027 verder zal toenemen.

De nutriëntnormen in de KRW zijn opgesteld om een goede biologische toestand (het vóórkomen van waterplanten en -dieren) mogelijk te maken. De voorziene maatregelen zullen zorgen voor een groter aandeel wateren dat voldoet aan de biologische doelen. Volgens de eerste berekeningen komt het aandeel regionale wateren dat in Nederland voldoet op 40-60% per biologische maatlat; in 2009 was dit 20-35%. Omdat effecten voor biologie kunnen na-ijlen (planten en dieren hebben tijd nodig om zich aan te passen aan veranderde omstandigheden), zal dit aandeel na 2027 waarschijnlijk verder toenemen. Toch zullen de nu voorziene maatregelen uiteindelijk niet overal voldoende zijn om op termijn het einddoel te halen. Ook hier zijn regionale verschillen te zien, die per regio om een andere aanpak vragen. In deze notitie beschrijft het PBL de mogelijke handelingsperspectieven per regio. Deze handelingsperspectieven kunnen bestaan uit concrete maatregelen, maar ook uit aanvullende analyses.

Download hier het rapport.

Artikel delen