Menu

Filter op
content
Omgevingsweb

Uitspraak over overgangsrecht Omgevingswet in relatie tot Erfgoedverordening

In de uitspraak Rechtbank Noord-Holland 7 februari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:1047 wordt naar mijn weten voor het eerst ingegaan op het overgangsrecht van de Omgevingswet in relatie tot een verordening: namelijk de Erfgoedverordening.

10 februari 2024

Jurisprudentie – Samenvattingen

B&W van Heemstede hebben het voormalige postkantoor aan de Binnenweg aangewezen als gemeentelijk monument. Bij het primaire besluit van 17 mei 2022 heeft verweerder het volledige gebouwencomplex van het voormalig postkantoor op grond van de Erfgoedverordening aangewezen als gemeentelijk monument. De voorzieningenrechter heeft het besluit van 17 mei 2022 geschorst. Met het bestreden besluit van 13 december 2022 op het bezwaar heeft verweerder het primaire besluit van 17 mei 2022 in stand gelaten, met een aanvulling van de motivering.

Per 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en het #omgevingsplan gemeente Heemstede in werking getreden. De Erfgoedverordening Heemstede 2017 is op grond van art. 22.4 Ow gelezen in samenhang met art. 2.8 onder B van de Invoeringswet Omgevingswet (Staatsblad 2020, 172) en het enig artikel, aanhef en onder 1 en onder b van het Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van onder (veel) meer de Invoeringswet Ow (Staatsblad 2023, 113) in werking gebleven.

Tot 1-1-2032 hoeft volgens art. 22.4 Ow nog niet volledig te worden voldaan aan de opdracht in art. 2.4 Ow om voor het gehele grondgebied van de gemeente verordeningsregels over de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan op te nemen.

In onderdeel b van genoemd besluit over de inwerkingtreding Ow is art. 2.8, onderdeel B Invoeringswet Ow uitgezonderd van inwerkingtreding op 1-1-2024. In art. 2.8, onderdeel B IOw is bepaald dat aan art. 3.16 Erfgoedwet een artikellid wordt toegevoegd dat bepaalt dat de Erfgoedverordening geen regels mag bevatten over de fysieke leefomgeving als bedoeld in art. 2.4 Ow. Het artikelonderdeel dat art. 3.16 Erfgoedwet wijzigt kan pas in werking treden op het moment dat alle gemeenten een omgevingsplan moeten hebben dat voldoet aan alle eisen die gesteld zijn in de Omgevingswet en de overgangsfase die aan gemeenten wordt aangeboden is geëindigd.

Dat betekent dat op het bestreden besluit de bepalingen uit de Erfgoedverordening van toepassing blijven en de rechtbank bevoegd blijft over het bestreden besluit te oordelen. Omdat een aanwijzing tot gemeentelijk monument op grond van de Erfgoedverordening o.g.v. art. 22.2 van het Omgevingsplan/bruidsschat ook geldt als aanwijzing tot gemeentelijk monument onder het omgevingsplan en dus de omgevingsplanvergunningsplicht onder het nieuwe recht op het monument van toepassing wordt, heeft eiseres voldoende procesbelang.

Artikel delen