Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Afwijkend bouwplan vergelijken met bouwplan conform bestemmingsplan

Het komt regelmatig voor dat een bouwplan grotendeels past in het bestemmingsplan, maar er op een relatief klein onderdeel toch moet worden afgeweken van het bestemmingsplan. Een dergelijke afwijking kan worden vergund middels een omgevingsvergunning. Bij de beoordeling van de aanvraag voor die omgevingsvergunning dient het college van B&W een afweging van belangen te maken. Bij die belangenafweging dient het college rekening te houden met de mogelijkheden die het bestemmingsplan reeds biedt.

Evens, Robin
25 juni 2020

Jurisprudentie – Samenvattingen

Toetsingskader afwijking bestemmingsplan

In de situaties waarin een bouwplan niet geheel binnen het bestemmingsplan past, is er een omgevingsvergunning nodig om van het bestemmingsplan af te wijken. Dan moet worden beoordeeld of het bouwplan passend is in vergelijking met de mogelijkheden die het bestemmingsplan reeds biedt, zo blijkt onder meer uit een al oudere uitspraak van de Afdeling met nummer ECLI:NL:RVS:2005:AU0431. Het idee achter die vergelijking is dat het vanwege de formele rechtskracht van het bestemmingsplan niet voor de hand ligt om bestaande planologische mogelijkheden bij een afwijking opnieuw te moeten beoordelen.

Fictief bouwplan conform bestemmingsplan

De Afdeling heeft in een recente uitspraak bevestigd dat je bij de beoordeling van de afwijking van een bestemmingsplan uitgaat van de fictieve realisatie van hetgeen het bestemmingsplan reeds toestaat.

In de procedure waar de Afdeling op 27 mei 2020 uitspraak over heeft gedaan, is belanghebbende eigenaar van een perceel en het bedrijfspand wat daarop gevestigd staat. Omdat belanghebbende de kantoorfunctie van de bovenste etage om wil zetten naar twee woningen, vraagt hij een omgevingsvergunning aan. Het gebruik van het bedrijfspand als woonruimte past echter niet binnen het bestemmingsplan. Het college verleent met toepassing van de ‘transformatiebepaling’ in de kruimellijst een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan.

Appellante woont naast het perceel van belanghebbende en is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Zij vreest dat de twee woningen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op haar woon- en leefklimaat. Zo voert zij onder andere aan dat haar privacy wordt geschonden als gevolg van rechtstreekse inkijk vanuit de woningen in haar woning en tuin.

De Afdeling overweegt dat er sprake kan zijn van een inbreuk op het woon- en leefklimaat van appellante, maar dat deze aantasting niet zodanig onevenredig is dat het college van B&W bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen. De Afdeling overweegt dat het maximaal toegestane gebruik op grond van het geldende bestemmingsplan ook negatieve invloed kan hebben op het woon- en leefklimaat van omwonenden, waaronder appellante. Het bestemmingsplan staat immers bedrijven toe, en ook die kunnen in de avond en in het weekend geopend zijn. Zo bezien zijn er in feite geen andere effecten dan effecten die zouden kunnen optreden op basis van het bestemmingsplan.

Vergelijk ruimtelijke effecten met ruimtelijke gevolgen bestemmingsplan

De Afdeling vergelijkt de ruimtelijke effecten van de afwijking dus met de ruimtelijke effecten die zouden kunnen optreden bij realisatie conform het bestemmingsplan.

Indien u een aanvraag indient om af te wijken van het bestemmingsplan is het van groot belang dat u in de onderbouwing van de aanvraag duidelijk maakt in welke mate er andere ruimtelijke effecten optreden. De ruimtelijke effecten die reeds mogelijk zijn op basis van het bestemmingsplan hoeven namelijk niet (opnieuw) te worden beoordeeld. Hiermee voorkomt u dat u voor een relatief kleine afwijking de reeds in het bestemmingsplan opgenomen bouwmogelijkheden opnieuw moet verantwoorden en hoeft u alleen de (vaak relatief kleine) gevolgen van de afwijking te motiveren.