Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Afdeling geeft nader inzicht in de verhouding planschade – onteigeningsrecht

Op 11 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4160, heeft de AbRvS een nieuwe uitspraak gewezen over de verhouding planschade – onteigeningsrecht. Voor een goed begrip van de uitspraak volgt eerst kort de casus.

Leeuwen, Ineke van
13 december 2019

Appellant is eigenaar van een agrarisch bedrijf te Haaksbergen. De nieuwe N18, aangelegd op basis van het Tracébesluit N18 Varsseveld – Enschede, doorsnijdt het agrarisch bedrijf van appellant. Appellant heeft met de Staat minnelijke overeenstemming bereikt over de grondverwerving door de Staat van een aantal percelen en perceelsgedeelten. Vervolgens dient appellant een verzoek om nadeelcompensatie in. Daarin verzoekt hij onder meer om een vergoeding toe te kennen voor de waardevermindering van zijn bedrijfsopstallen en agrarische gronden. Volgens appellant zijn zijn bedrijfsmatige onroerende zaken minder waard geworden als gevolg van de doorsnijding.

De minister wijst het verzoek af, voor zover dat ziet op schade aan de bedrijfsmatige zaken. De Afdeling volgt de minister hierin. De Afdeling stelt voorop dat zij niet treedt in de vraag of de overeengekomen koopprijs toereikend was en of bij het overeenkomen van de koopprijs is gehandeld in overeenstemming met het onteigeningsrecht. Vervolgens overweegt de Afdeling dat de gestelde schade niet in een voldoende causaal verband staat tot het Tracébesluit. De schade is volgens de Afdeling primair het gevolg van de eigendomsoverdracht van de gronden, en niet van het Tracébesluit.

Deze uitspraak lijkt een eerdere uitspraak van de Afdeling over de verhouding tussen planschade en onteigeningsrecht te nuanceren. Op 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:330 overwoog de Afdeling dat het planschadetraject aanvullende betekenis kan hebben ten opzichte van het onteigeningsspoor. In de uitspraak van 11 december jl. lijkt de Afdeling van een meer strikte taakafbakening tussen beide systemen uit te gaan.

Artikel delen