← Terug naar vorige pagina

Belang bij beroepsprocedure van een vervallen natuur-vergunning: art. 17.2 Wet milieubeheer


In de uitspraak van de AbRvS van 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3733 gaat het om een tijdelijke Nwb (oud) vergunning uit augustus 2016 voor het voortzetten van de activiteiten van ENCI op een kalksteengroeve en een cementproductlocatie. De vergunning was verleend tot 1 juli 2019. In verband met de prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de PAS was ook deze zaak aangehouden. De zaak is behandeld op 26 september 2019 en op dat moment was de voorliggende vergunning al komen te vervallen.

De vraag rijst of SES (Stichting Enci Stop) nog wel belang heeft bij deze beroepsprocedure. De Afdeling overweegt dat SES in beginsel geen belang meer heeft bij de behandeling van haar beroep. Dit kan anders zijn als het belang bij een inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van een verleende vergunning is gelegen in de omstandigheid dat het inhoudelijke oordeel van de Afdeling kan worden betrokken bij eventuele toekomstige aanvragen voor een vergunning of toetsing daarvan. Voorts kan een belang bij een beoordeling van een beroep bestaan indien de belanghebbende stelt schade te hebben geleden en hij tot op zekere hoogte aannemelijk heeft gemaakt dat hij dergelijke schade daadwerkelijk en als gevolg van het door hem bestreden besluit heeft geleden.

Vervolgens komt de Afdeling tot het oordeel dat er sprake is van een belang in de zin van art. 17.2 Wet milieubeheer. Kort gezegd kan een belanghebbende, op basis hiervan, het bevoegde gezag verzoeken een beschikking te nemen om ervoor te zorgen dat degene die milieuschade veroorzaakt, herstelmaatregelen moet nemen. Dit artikel is niet van toepassing op activiteiten waarvoor een vergunning is verleend. Om die reden heeft SES belang bij de behandeling van haar beroep, aldus de Afdeling.

Bij de beoordeling van de effecten van de stikstofdepositiebijdrage van ENCI is de PAS (mede) ten grondslag gelegd. Om die reden wordt de inmiddels vervallen vergunning, door de Afdeling vernietigd.

Geen samenvattingen beschikbaar.

  • ECLI:NL:RVS:2019:3733

    Bij besluit van 18 augustus 2016, kenmerk 2016/65151, heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend voor de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten van ENCI B.V. vestiging Maastricht, Lage Kanaaldijk 115 te Maastricht tot 1 juli 2019. De vergunning heeft betrekking op de bedrijfsactiviteiten van ENCI ten tijde van de aanvraag voor de vergunning in 2013. Het ENCI terrein bestond toen uit een kalksteengroeve en een cementproductielocatie. In de groeve gewonnen kalksteen werd naar de cementproductielocatie getransporteerd. Daar werd de kalksteen eerst verwerkt, onder meer door verhitting in een cementoven, tot het halffabricaat ‘klinker’ en vervolgens, met vliegas, hoogovenslak, kalkmeel of gips, vermalen tot cement. De vergunning is verleend voor de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten tot 1 juli 2019.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2019:3733
Datum publicatie 08-11-2019