← Terug naar vorige pagina

Afdeling vernietigt bestemmingsplan; de PAS-uitspraak dient te worden afgewacht


De Afdeling heeft op 10 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1105) uitspraak gedaan over het bestemmingsplan “De Zeven Dorpelingen”, dat door de gemeenteraad van Bergen (NH) op 9 november 2017 is vastgesteld. Deze uitspraak is om meerdere redenen relevant voor de praktijk, niet in de laatste plaats vanwege de overwegingen met betrekking tot de relatie van deze bestemmingsplanprocedure met de discussie over de juridische houdbaarheid van het Programma Aanpak Stikstof (‘PAS’). Het Hof van Justitie heeft bij arrest van 7 november 2018 (ECLI:EU:C:2018:882) de prejudiciële vragen van de Afdeling inzake het PAS beantwoord en op 14 februari 2019 heeft de voortzetting van de mondelinge behandeling bij de Afdeling plaatsgevonden.

De bestemmingsplanprocedure met betrekking tot de herontwikkeling van de zogeheten Harmonielocatie, waarbij wordt voorzien in onder andere een ondergrondse parkeergarage met daarboven bebouwing met detailhandel in de plint, waaronder een supermarkt met maximaal 850 m² winkelvloeroppervlak en woningen op de hogere verdiepingen, kenmerkt zich door de nodige gebreken in de besluitvorming van de raad. Op meerdere onderdelen erkent de raad ter zitting dat iets anders was bedoeld dan in de planregels is opgenomen.

Verder is de Afdeling onverbiddelijk als het gaat om de dynamische verwijzing: zie r.o. 17. Een dynamische verwijzing naar beleidsregels is in beginsel toegestaan, maar dan moet wel duidelijk zijn naar welke beleidsregels wordt verwezen. Ter zitting is vast komen te staan dat de gemeentelijke parkeernormen waarnaar in artikel 3, lid 3.4.1 en in artikel 6, lid 6.3.1 van de planregels wordt verwezen niet op 17 juli 2014 maar op 8 juli 2014 door het college van burgemeester en wethouders zijn vastgesteld. Ingevolge dat besluit zijn de parkeernormen, waarnaar wordt verwezen in de planregels, komen te vervallen. De planregels bieden daarmee onvoldoende houvast om te worden gehanteerd als toetsingsnorm bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen. Zie ook onder meer ABRvS 9 september 2015, nr. 201410585/1/R6 en ABRvS 8 maart 2017, nr. 201605713/1/R3 facetbestemmingsplan Groningen; verwijzing moet duidelijk zijn.

Naast de gebruikelijke beroepsgronden, zoals staatsteun, financiële uitvoerbaarheid en de eveneens gebruikelijke vraagtekens bij de milieuonderzoeken en de laddertoets, die allen worden afgedaan op de inmiddels standaardoverwegingen, springt in het oog hoe de Afdeling omgaat met het beroep op het ontbreken van een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: ‘Wnb’).

Wat speelde er: appellanten betogen dat ten tijde van de vaststelling van het plan geen Wnb-vergunning was verleend, zodat voor het plan op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wnb een passende beoordeling had moeten worden opgesteld. Na de vaststelling van het plan is op 13 maart 2018 door het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb vergunning verleend voor het woon- en winkelcentrum 'De Zeven Dorpelingen', inclusief toedeling van ontwikkelingsruimte op grond van artikel 2.7 van het Besluit natuurbescherming. Niet in geschil is dat deze vergunning inmiddels onherroepelijk is.

De Afdeling stelt echter in r.o. 10.5 en 10.6 vast dat de desbetreffende Wnb-vergunning pas na de vaststelling van het plan is verleend en vervolgens dat het plan niet een "één-op-één-inpassing" van het ingevolge de Wnb-vergunning vergunde gebruik behelst. Het plan voorziet daarom niet in een herhaling of voortzetting van een project waarvan reeds eerder een passende beoordeling is gemaakt. Gelet hierop heeft de raad zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat voor het plan geen passende beoordeling was vereist, zodat het plan is vastgesteld in strijd met artikel 2.8, eerste lid, van de Wnb. Vervolgens gaat de Afdeling in op het verzoek van de raad om zelf in de zaak te voorzien:

10.7. De Afdeling ziet, anders dan waar de raad ter zitting om heeft verzocht, geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door een planregel toe te voegen waardoor planologisch uitsluitend de ingevolge de Wnb vergunde situatie zou zijn toegestaan. Daarmee zou weliswaar planologisch zijn verzekerd dat het plan voorziet in één-op-één invulling van de vergunde situatie, maar daarmee staat nog niet vast dat een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van het plan. Daartoe wordt overwogen dat in dit geval bij de Wnb-vergunning gebruik is gemaakt van de passende beoordeling die in het kader van het PAS is gemaakt. De Afdeling zal echter nog uitspraak moeten doen in de zaken over verschillende besluiten waarbij het PAS en de daaraan ten grondslag gelegde passende beoordeling een rol speelt. Die uitspraak moet naar het oordeel van de Afdeling worden afgewacht voordat de vraag of voor een plan toepassing kan worden gegeven aan artikel 2.8, tweede lid, van de Wnb indien bij de Wnb-vergunning gebruik is gemaakt van de passende beoordeling die in het kader van het PAS is gemaakt, kan worden besproken.

Opvallend is dat de Afdeling het hele bestemmingsplan vernietigt, daar waar het sinds de invoering op 1 januari 2010 van de bestuurlijke lus (artikel 8:51a Awb) welhaast gebruikelijk is geworden dat gemeenten de gelegenheid krijgen om gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Niet uit te sluiten valt, dat de Afdeling het bestemmingsplan heeft vernietigd vanwege het feit, dat de vraag over de passende beoordeling die in het kader van het PAS is gemaakt, niet kan worden beantwoord, zolang geen uitspraak is gedaan in de PAS-zaken.

Het is dan ook wachten op de uitspraak in de PAS-zaken; tot die tijd blijft het spannend of de programmatische aanpak stand houdt en daarmee dus óók of voor bestemmingsplannen toepassing kan worden gegeven aan artikel 2.8 lid 2 Wnb, als bij het toekennen van ontwikkelingsruimte gebruik is gemaakt van een passende beoordeling, die in het kader van het PAS is gemaakt. Daar waar de Wnb-vergunningen in de PAS-zaken niet zijn geschorst, maakt de Afdeling (mogelijk met het arrest van het Hof van Justitie in het achterhoofd) in deze zaak wel ‘PAS’ op de plaats. Als dit in meerdere bestemmingsplanprocedures gaat gebeuren, dan zit ontwikkelend Nederland opnieuw (tijdelijk) ‘op slot’.

Geen samenvattingen beschikbaar.

  • ECLI:NL:RVS:2019:110

    Bij besluit van 5 februari 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Binnenstad 2010, 8e herziening (kernwinkelgebied zuid)" vastgesteld.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2019:110
Datum publicatie 12-04-2019