← Terug naar vorige pagina

Het beoordelingskader voor risico's van endotoxinen voor de volksgezondheid


Endotoxinen zijn celwandresten van bacteriën. Inademing van endotoxinen kan leiden tot ontstekingen van de luchtwegen. Het ontbreken van algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten ten aanzien van endotoxinen maakt de toetsing van omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen op dit punt complex.

In de uitspraak van 27 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:644) gaat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opnieuw in op de wijze waarop het risico van endotoxinen voor de volksgezondheid bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning milieu kan worden betrokken. Dat de Afdeling nu ook ingaat op het voorzorgsbeginsel, maakt de uitspraak besprekenswaardig.

Adviesnorm Gezondheidsraad, Toetsingskader endotoxinen en afstandsnorm GGD

Uit de uitspraak van de Afdeling van 13 december 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3435, Bernheze) bleek reeds dat de adviesnorm van 30 EU/m3 (afkomstig van de Gezondheidsraad) mag worden toegepast, vanzelfsprekend mits goed gemotiveerd. Verder bleek uit die uitspraak dat de notitie 'Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid, endotoxine toetsingskader 1.0' (hierna: 'het Toetsingskader endotoxinen') niet de harde status heeft die daaraan in de praktijk vaak wordt toegekend. Hetzelfde geldt voor de door de GGD geadviseerde afstandsnorm van 250 meter (voor een uitgebreidere beschrijving van de uitspraak en de relevante feiten en achtergronden verwijs ik kortheidshalve naar TvAR 2017/5912).

Beoordelingsruimte

In haar uitspraak van 25 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2395, Horst aan de Maas) heeft de Afdeling vastgesteld dat zowel wat betreft de voor blootstelling aan endotoxinen te hanteren advieswaarde, als de wijze waarop kan worden berekend welke concentratie endotoxinen zal worden veroorzaakt door een veehouderij, nog een aanzienlijk aantal vragen bestaat waarvoor verder wetenschappelijk onderzoek vereist is.

Er is geen eenduidige wettelijke regeling voor endotoxinen (zoals bij geur). Het is aan het bevoegd gezag om bij het besluit te bepalen welke maatregelen in het belang van de bescherming van het milieu nodig zijn. Het college heeft hierbij beoordelingsruimte, aldus de Afdeling. Gezien de stand van de kennis over endotoxinen en de vele openstaande vragen, kan het bevoegd gezag ervoor kiezen om het Toetsingskader endotoxinen niet te hanteren.

Vervolgens nam de Afdeling het oordeel van de rechtbank in eerste aanleg over, namelijk dat i) degene die zich beroept op het bestaan van een risico voor de volksgezondheid aannemelijk dient te maken dat de door het bevoegd gezag gehanteerde toetsingskaders niet toereikend zijn en ii) het bevoegd gezag in voldoende mate was ingegaan op de voorzieningen en (hygiëne)maatregelen die waren genomen om risico´s voor de volksgezondheid te reduceren. Hierbij ging het onder andere om de filterende werking van de luchtwassers. Ook kende de Afdeling betekenis toe aan het feit dat een beoordeling van de effecten van de overige veehouderijen in de omgeving had plaatsgevonden.

Op dezelfde dag heeft de Afdeling geoordeeld dat het gegeven dat nog meer wetenschappelijk onderzoek vereist is, onverlet laat dat het bevoegd gezag in het kader van een aanvraag om omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) in beginsel kan verlangen dat vanwege de risico's van endotoxinen voor de volksgezondheid een milieueffecttapport wordt opgesteld (en daarom de OBM weigert, zie ECLI:NL:RVS:2018:2496, Mill en Sint Hubert).

In de hiervoor aangehaalde uitspraak Nederweert herhaalt de Afdeling hetgeen zij overwoog in de uitspraak Horst aan de Maas. Interessant is dat appellant zich in de kwestie Nederweert expliciet beriep op het voorzorgsbeginsel, waardoor de Afdeling hierover moest oordelen.

Voorzorgsbeginsel

Uit het voorzorgsbeginsel, dat voortvloeit uit artikel 2 en 8 van het EVRM, volgt dat de afwezigheid van zekerheid over het intreden van milieuschade, gelet op de wetenschappelijke en technische kennis op een bepaald moment, niet kan rechtvaardigen dat een staat effectieve en proportionele maatregelen nalaat die zijn gericht op het voorkomen van ernstige en onomkeerbare milieuschade. Anderzijds brengt het voorzorgsbeginsel niet met zich dat de enkele vrees voor risico's tot maatregelen moet leiden. Met hypothetische risico's die berusten op wetenschappelijk niet bewezen veronderstellingen, hoeft geen rekening te worden gehouden.

Daar staat tegenover dat het bevoegd gezag bij onzekerheid over het bestaan en de omvang van risico's voor de volksgezondheid beschermende maatregelen mag nemen, zonder te hoeven wachten totdat ten volle blijkt dat deze risico’s inderdaad bestaan en groot zijn. Er moeten dan wel redelijke gronden zijn om gevaar voor de volksgezondheid aan te nemen en bovendien moet de gevreesde schade significant zijn.

De Afdeling oordeelt dat het voorzorgsbeginsel in relatie tot de volksgezondheidsrisico's van endotoxinen, gezien het aanzienlijke aantal vragen waarvoor verder wetenschappelijk onderzoek vereist is, niet zover strekt dat het bevoegd gezag toepassing had moeten geven aan de advieswaarde van 30 EU/m3 (zie voor een vergelijkbaar voorbeeld in een bestemmingsplankwestie: AbRS 10 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3335, Bernheze, TvAR 2015/5793).

Toekomst

Het is niet uitgesloten dat over enige tijd wel sprake is van zodanig algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten dat het voorzorgsbeginsel relevant wordt voor de besluitvorming. Verder zou een algemene maatregel van bestuur met rechtstreeks werkende maximale emissiewaarden voor endotoxinen kunnen volgen (vgl. de maximale emissiewaarden voor ammoniak op grond van het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij), zodat een beroep op het voorzorgsbeginsel niet meer nodig is.

Geen samenvattingen beschikbaar.

  • ECLI:NL:RVS:2019:644

    Bij besluit van 30 januari 2017 heeft het college aan [belanghebbende] omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het oprichten, veranderen, of veranderen van de werking van een pluimveehouderij op het perceel [locatie] te Ospel (hierna: het perceel).

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2019:644
Datum publicatie 14-03-2019