← Terug naar vorige pagina

Gemeente Kerkrade weigert terecht om supermarktketen een vergunning te geven voor een winkelboulevard


De rechtbank Limburg heeft vandaag het beroep van Linders Beleggingen BV tegen de weigering van een omgevingsvergunning ongegrond verklaard. De rechtbank volgt het standpunt van de gemeente dat het bouwplan van de supermarktketen op enkele punten in strijd is met de gemeentelijke bouwverordening.

Waar gaat de zaak over?

De supermarktketen heeft een vergunning aangevraagd om op een perceel aan de Euregioweg bij de grens van Kerkrade en Heerlen een overdekte winkelboulevard met 7 winkelunits met parkeerterrein, uitritten en een reclamezuil te realiseren. De supermarktketen heeft daarbij gebruik willen maken van het feit dat daar ten tijde van de aanvraag geen bestemmingsplan gold. De aanvraag kon daarom niet wegens strijd met het bestemmingsplan worden afgewezen.

Het college van B&W van Kerkrade heeft de aanvraag toch om een andere reden afgewezen. Volgens B&W is het bouwplan namelijk op enkele punten in strijd met de gemeentelijke bouwverordening, onder andere omdat de winkels voor het grootste deel achter de achtergevelrooilijn zouden worden gebouwd.

De supermarktketen heeft de standpunten van B&W bij de rechtbank aangevochten. De supermarktketen is onder meer van mening dat de overdekte corridor het hoofdgebouw van de winkelboulevard zou worden en dat de winkels aan- of uitbouwen bij de corridor zijn. Aan- en uitbouwen mogen namelijk wel achter de achtergevelrooilijn worden gebouwd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is het met het standpunt van B&W eens dat de winkels het hoofdgebouw vormen en volgt dus niet het standpunt van de supermarktketen dat die winkels aan- of uitbouwen bij de corridor zijn.

Geen samenvattingen beschikbaar.

  • ECLI:NL:RBLIM:2019:1132

    Trefwoorden: vergunning van rechtswege, voorgevelrooilijn, achtergevelrooilijn, winkelboulevard, hoofdgebouw, bijbehorend bouwwerk, wijziging aanvraag, weigering artikel 2.21 van de Wabo toe te passen. De rechtbank is van oordeel dat er geen deel-omgevingsvergunning van rechtswege is ontstaan en verklaart het beroep tegen de weigering een deel-omgevingsvergunning van rechtswege bekend te maken niet-ontvankelijk. Ter plaatse geldt ten tijde van de aanvraag geen planologisch regime. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen van een winkelboulevard (corridor met daarachter liggende winkels) terecht wegens strijd met de gemeentelijke bouwverordening (overschrijding voor- en achtergevelrooilijn) heeft afgewezen en geen gebruik heeft hoeven maken van de mogelijkheid eiseres in de gelegenheid te stellen de aanvraag aan te passen. Verweerder heeft zich daarbij terecht op het standpunt gesteld dat de boulevard (corridor) niet als het hoofdgebouw kan worden aangemerkt zodat de delen van de winkels achter de achtergevelrooilijn ook niet als aan- of uitbouwen dan wel als bijbehorende bouwwerken bij de boulevard kunnen worden aangemerkt. Verweerder hoefde ook geen ontheffing van de bouwverordening te verlenen of artikel 2.21 van de Wabo toe te passen.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RBLIM:2019:1132
Datum publicatie 11-02-2019