nieuws

Verleidelijk: het verbeterde projectuitvoeringsbesluit in de Crisis- en herstelwet

13-09-2018

Op 5 september 2018 is het voorstel voor een wijziging van de Crisis- en herstelwet (Chw) bij de Tweede Kamer ingediend. Het doel van het wetsvoorstel is onder meer om de woningbouwproductie te stimuleren. Daarvoor wordt in elk geval het instrument van het projectuitvoeringsbesluit aantrekkelijker gemaakt. Gemeenten worden nu verleid hier meer gebruik van te gaan maken, nu dit in de praktijk nog nauwelijks gebeurt.

Het projectuitvoeringsbesluit

De bevoegdheid om een projectuitvoeringsbesluit te nemen, vindt haar grondslag in afdeling 6 Chw (artikelen 2.9 tot en met 2.17). Het gaat om één integraal besluit dat meerdere toestemmingen bevat voor de verwezenlijking van een woningbouwproject. Het besluit vervangt de vereiste vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen en andere besluiten die voor een woningbouwproject noodzakelijk zijn. Voor zover het projectuitvoeringsbesluit niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, geldt het projectuitvoeringsbesluit als omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan ex art. 2.12 lid 1 onder a, onder 3° Wabo.

Tegen het projectuitvoeringsbesluit is rechtstreeks beroep mogelijk bij de Afdeling, die binnen zes maanden uitspraak moet doen. De besluitvormingsprocedure, alsook de procedure om tegen dit besluit op te komen, is daarmee aanzienlijk korter dan de gangbare procedure.

De voorgenomen wijzigingen

De bedoeling van het wetsvoorstel is om de gebruiksmogelijkheden van het projectuitvoeringsbesluit uit te breiden. Daarvoor worden de volgende wijzigingen voorgesteld:

College bevoegd

  • het college van b en w wordt bevoegd in plaats van de gemeenteraad. Wel is een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) vereist voor zover het projectuitvoeringsbesluit geldt als omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan ex art. 2.12 lid 1 onder a, onder 3° Wabo;

Integratie Wnb

  • het projectuitvoeringsbesluit kan ook in de plaats gaan treden van toestemmingen uit de Wet natuurbescherming (Wnb). Het gaat hierbij om vrijstellingen of ontheffingen voor soortenbescherming in hoofdstuk 3 van de Wnb. Wel is een vvgb van gedeputeerde staten vereist;

Fasering

  • de mogelijkheid wordt geboden om een fasering aan te brengen. Dit betekent dat voor één locatie meerdere malen een projectuitvoeringsbesluit kan worden genomen, omdat in de praktijk gemeenten en ontwikkelaars niet altijd in staat blijken het project in één keer en in zijn geheel uit te werken. Dat maakt de uitvoering minder flexibel.

Verbetering voortraject belangrijker

Als de wettelijke regels voor het projectuitvoeringsbesluit inderdaad worden aangepast, dan zou dat dit instrument daadwerkelijk aantrekkelijker maken. Daarbij denk ik in het bijzonder aan de integratie van toestemmingen uit de Wnb. In de toekomst zou immers niet meer gewacht hoeven te worden op de bij afzonderlijk besluit te nemen ontheffingen of vrijstellingen. Wel blijft de bevoegdheid van gedeputeerde staten over, die er voor zorgt dat de besluitvorming wellicht toch wat minder voorspoedig verloopt dan soms is gewenst.

Ook daarom moet de verbetering door de wetswijziging niet worden overschat. Sowieso is het verstandig om als projectontwikkelaars en gemeenten te focussen om de samenwerking onderling én de samenspraak met omwonenden te optimaliseren, juist voordat het formele (projectuitvoerings)besluit wordt genomen. Daar is meer winst mee te behalen dan via welke wetswijziging dan ook kan worden bereikt!