Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

VN-rapporteur presenteert waslijst aan verbeterpunten voor Nederlandse woonbeleid

De VN-rapporteur recht op adequate huisvesting presenteert 65 verbeterpunten aan de Nederlandse overheid. Pas als die worden doorgevoerd, draagt het Nederlandse woonbeleid daadwerkelijk bij aan verwezenlijking van het recht op wonen.

5 maart 2024

Artikelen

Artikelen

Foto: Eveline van Egdom, Straat Consulaat

“Wonen is een recht.” Volkshuisvestingsminister Hugo de Jonge zegt het graag. Daarmee is hij de eerste minister in jaren die het recht op wonen serieus lijkt te nemen.

Maar stappen die de Nederlandse overheid zet om het recht op wonen te garanderen, zijn niet toereikend. Dat concludeerde VN-rapporteur recht op adequate huisvesting Balakrishnan Rajagopal na zijn bezoek aan Nederland in december. Hij gaf Nederland een dikke onvoldoende.

In het definitieve rapport, dat maandag verscheen, presenteert de rapporteur een waslijst aan maatregelen waarmee Nederland wel een voldoende kan halen. “De aanbevelingen van de VN-rapporteur zijn een zeer grondige en volledige lijst van wat de Nederlandse overheid moet doen om het recht op wonen daadwerkelijk te verwezenlijken”, duidt mensenrechtenjurist Jan de Vries.

Pas de grondwet aan

De eerste aanbeveling van de VN-rapporteur: integreer het recht op wonen in nationale wetgeving. De rapporteur adviseert om Artikel 22 van de Grondwet aan te scherpen. Mensen moeten daarmee beter beschermd worden tegen huisuitzettingen en sloop van hun woning.

Een greep uit de rest van de aanbevelingen: richt een volwaardig Ministerie van Wonen op, laat gemeenten zelf huurplafonds instellen, hef het kraakverbod op en verbied anti-kraak, versterk de rechten van huurders met tijdelijke contracten, bouw meer sociale huur en maak die ook toegankelijk voor middeninkomens en stimuleer coöperatief wonen en bottom-up woningbouw.

Extra aandacht voor kwetsbare groepen

Er is extra aandacht in de aanbevelingen voor kwetsbare groepen: dakloze mensen, slachtoffers van de aardbevingen in Groningen, Sinti, Roma, woonwagenbewoners, studenten, senioren, mensen met een handicap, arbeidsmigranten, vluchtelingen en statushouders.

“Het verbod op discriminatie bij toegang tot huisvesting is een belangrijke verplichting. Dit vraagt ook extra aandacht voor groepen die nu structureel achtergesteld worden. Hun recht op huisvesting wordt zeker niet voldoende verwezenlijkt”, licht De Vries deze nadruk toe.

De rapporteur zou dus graag zien dat het landelijk verplicht wordt dat de openbare ruimte, sociale huurwoningen en andere publieke en private gebouwen toegankelijk zijn voor mensen met een handicap. Verder zou er betere data over het aantal dak- en thuisloze mensen moeten komen, en zou de overheid meer werk moeten maken van ‘housing first’. De Nederlandse implementatie daarvan, de ‘wonen eerst’-aanpak, is nog niet zaligmakend, aldus de rapporteur.

Geen grabbelton

Het staat Nederland vrij om de aanbevelingen of een deel daarvan wel of niet over te nemen. De VN-rapporteur heeft geen dwingende middelen tot zijn beschikking.

Het is zeer onwaarschijnlijk dat de Nederlandse overheid alle punten doorvoert. Sommige aanbevelingen liggen politiek zeer gevoelig, zoals strengere regulering van de vrije huursector en het opheffen van het kraakverbod. Ook het aanpassen van de grondwet is punt van twist in Den Haag.

Maar het recht op wonen is geen grabbelton, aldus jurist De Vries. Een deel van de aanbevelingen wel en een deel niet overnemen, komt de ‘score’ van Nederland niet ten goede. De Vries: “Als je als overheid ‘wonen is een recht’ zegt, impliceert dat bepaalde keuzes. Het recht op wonen aanhalen is geen vrijbrief om maar wat te doen.”

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.