Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Omgevingskwaliteit als titel regeerkakkoord

Het nieuwe kabinet treedt aan op een cruciaal moment in de geschiedenis. Nooit zijn we zo krachtig met de neus gedrukt op de noodzaak om immateriële waarden zwaarder te laten wegen dan materiële. De natuur, in de meest brede zin van het woord, laat steeds sterker zijn kracht zien. De pandemie, het klimaatprobleem, de afname van biodiversiteit brengen mondiale vraagstukken rondom ‘zachte’ waarden over de drempel van elke huiskamer.

1 april 2021

Opinie

Opinie



We zijn daarop voorbereid. Omgevingskwaliteit is het middel waarmee we die 'zachte waarden' de plaats kunnen geven die ze verdienen. Omgevingskwaliteit is al hoofddoel van de nieuwe Omgevingswet, het is als nationaal belang opgenomen in de nationale omgevingsvisie, laat het nu ook de topprioriteit worden van beleid: omgevingskwaliteit als titel van het regeerakkoord. Het gaat de komende jaren immers om kwaliteit van leven, van gezondheid, om het hervinden van de menselijke maat in de manier waarop we onze leefomgeving vorm geven – niet alleen in fysieke zin, maar ook in de bureaucratie, in de digitalisering, de gezondheidszorg en de regelgeving.

En hoewel de angst over wat er allemaal mis kan gaan met het klimaat je soms bij de keel grijpt, het is niet vruchtbaar om wakker te liggen van de toekomst die je vreest. Het gaat om het werken aan de toekomst waarvan je droomt.

Veel vraagstukken zijn urgent, de neiging is groot om bijvoorbeeld onmiddellijk het woningvraagstuk aan te pakken. Maar het is uiterst onverstandig om vanuit de urgentie een sectoraal probleem op te lossen: we hebben te vaak spijt gekregen van het snel en sectoraal oplossen van een urgent probleem, zoals de woningnood met hoogbouw in de jaren zestig en zeventig en de krotopruiming met stadsvernieuwing in de jaren tachtig. Kwaliteit stond daar niet als dubbeldoelstelling op de agenda.

Wie nu woningnood als absolute prioriteit ter hand neemt, krijgt nog veel sterker het lid op de neus. Het klimaatprobleem, het energievraagstuk, de biodiversiteit, de vrije open ruimte, de mobiliteit: ze zijn stuk voor stuk de dupe wanneer de woningbouw-opgave absolute voorrang krijgt. Bouwen móet gekoppeld worden aan die andere thema’s. Het gaat om integrale omgevingskwaliteit.

Werken aan omgevingskwaliteit start met een visie op de toekomst die je wenst. De Nationale Omgevingsvisie is een fraaie eerste zet, maar is toch vooral gebaseerd op het wegnemen van de bedreigingen in een al te conservatieve waardering van de huidige status quo. Er is een aanvulling nodig waarin niet alleen een culturele agenda wordt geformuleerd – een uitspraak dus over het droombeeld van het ideale Nederland – maar waarin ook veel meer geïnvesteerd wordt in het instrumentarium, inclusief de ontwerpkracht en de cultuuromslag die nodig zijn om die visie waar te maken.

Forse investeringen in het waarmaken van omgevingskwaliteit zijn nodig. Waar twee miljard gevraagd wordt voor de Woningbouw-opgave, zou toch op z’n minst honderd miljoen beschikbaar moeten komen voor het agenderen, bevorderen en ontwikkelen van de omgevingskwaliteit.

Een aantal concrete suggesties voor in het regeerakkoord:

Omgevingskwaliteit

  • Formuleer preciezer wat ‘een goede omgevingskwaliteit’ is. Als dat het hoofddoel is van het omgevingsbeleid en een ‘nationaal belang’ in de NOVI, dan mag verwacht worden dat men weet waarover men spreekt. Zonder helder beeld van omgevingskwaliteit kan je niet ingrijpen wanneer andere partijen die kwaliteit met voeten treden. Sterker nog: dan wéét je dat niet eens.

  • Koppel deze Nederlandse ambitie aan de ontwikkelingen in Europees verband, waar met de Verklaring van Davos over Bouwcultuur, de Leipzig verklaring over duurzame verstedelijking, de ‘No Net Land Take by 2050’ verkenning en het ‘New European Bauhaus’-initiatief van de Europese Commissie ontwerpkracht wordt gemobiliseerd voor het bereiken van een aantrekkelijke en volhoudbare leefomgeving.

  • Benoem een minister voor Omgevingskwaliteit met als kern-takenpakket Ruimtelijke Ordening, Wonen, Bouwcultuur, en met een coördinerende rol ten aanzien van Milieu, Klimaatadaptatie, Duurzame energie, Infrastructuur en Biodiversiteit; richt een beleidsondersteunende rijksdienst op voor ruimtelijke ordening en ontwerpend onderzoek.

Omgevingswet

  • De Omgevingswet legt een goede basis voor de bevordering van omgevingskwaliteit. Op onderdelen is een dóórontwikkeling van de wet gewenst om te garanderen dat de lange-termijn omgevingsbelangen (publiek) altijd zwaarder wegen dan de korte-termijn investeringsbelangen (privaat). Dat vraagt om versterking van ‘meerwaardeprocessen’ waarin private initiatieven gekoppeld worden aan publieke belangen in samenhang met participatietrajecten.

Bouwcultuur

  • Voor omgevingskwaliteit geldt hetzelfde als voor het bestrijden van corona: we moeten het sámen doen. Wachten op de overheid, of op een dictatoriale minister die bouwlocaties aanwijst en bufferzones beschermt is naïef en niet van deze tijd. In de Nationale Dialoog Bouwcultuur zoeken talrijke partijen uit de samenleving en uit de overheid naar nieuwe arrangementen om omgevingskwaliteit tot stand te brengen. Vteun en versterk die zoektocht naar nieuwe arrangementen

  • Een nieuwe bouwcultuur vraagt om blijvende ondersteuning van de rijksoverheid op tal van vlakken. Lokaal, regionaal, provinciaal en nationaal verdienen de adviseurs ruimtelijke kwaliteit een sterkere positie. Een heldere publieke opdracht vanuit de volksvertegenwoordigingen versterkt hun positie als onafhankelijk adviseur van de dagelijkse besturen van de overheden.

  • Investeringen zijn ook nodig in de lokale architectuurcentra, in het versterken van het opdrachtgeverschap en in ontwerpend onderzoek.

  • Last but not least is een krachtige investering onontbeerlijk in innovatief ontwerp van hernieuwbare energie-installaties en klimaatbestendige omgevingen. Summerschools, excursies, wetenschappelijke en culturele uitwisseling, post-doc programma’s – het zou moeten vibreren van de ontwerp-impulsen die ervoor kunnen zorgen dat Nederlandse ontwerpers opnieuw voorop lopen. Ditmaal niet met Super-Dutch architectuur of Ruimte-voor-de-rivier als exportprodukt, maar nu met oplossingen voor hernieuwbare energie en klimaatadaptatie die door hun schoonheid ons nieuwe paradepaardje kunnen zijn. 

Werken aan een goede omgevingskwaliteit, met de inzet van topontwerpers, kunstenaars en verhalenvertellers, overbrugt de scherpe, zure tegenstellingen en het op-de-man-spelen waarin ons land terecht gekomen is. Als we weer leren om met elkaar te spelen in de zandbak van onze polder, als we elkaar weten te verleiden met vergezichten en inspireren met eeuwenoude verhalen, dan kunnen we met elkaar werken aan de toekomst waarvan we dromen.

Meer weten? Neem een kijkje in het themadossier: klik op de tabs boven het artikel. 

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.