Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Nationale Omgevingsvisie naar de Kamer: niet alles kan en zeker niet overal

De definitieve Nationale Omgevingsvisie 1), de NOVI, is op 11 september 2020 aan de Kamer aangeboden 2). Dankbaar gebruik makend van de titels van de adviezen van het adviescollege Stikstofproblematiek 3) benadrukt de NOVI meermaals dat niet alles kan en zeker niet overal.

Kieft, Iris
14 september 2020

Artikelen

Artikelen

1) https://www.omgevingsweb.nl/wp-content/uploads/po-assets/352957.pdf

2) https://www.omgevingsweb.nl/beleid/aanbiedingsbrief-definitieve-nationale-omgevingsvisie/

3) https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/adviescollege-stikstofproblematiek-overhandigt-eindrapport-niet-alles-kan-overal/

Nederland is slechts 41.000 km2 groot en veel verschillende functies en belangen moeten een plek zien te krijgen of behouden binnen die oppervlakte. De NOVI bevat het beleidsperspectief van het Rijk op de vraag hoe Nederland een veilig, gezond en welvarend land kan blijven, ook voor toekomstige generaties. De zichttermijn van de NOVI is 30 jaar. Urgente maatschappelijke opgaven die samenhangen met de fysieke leefomgeving – de energietransitie, de overgang naar een circulaire economie en de bouw van 1 miljoen woningen – zullen het aanzien van Nederland flink veranderen.

Het Rijk ziet dan ook een belangrijke rol voor zichzelf weggelegd om te waarborgen dat de nationale belangen goed beschermd worden en neemt daartoe regie via de NOVI en de uitvoeringsinstrumenten van de NOVI. Gelet op de uitdagingen waarvoor Nederland staat, is regie op nationaal niveau een begrijpelijke wens. Maar wel een die op gespannen voet staat met het uitgangspunt van de Omgevingswet: decentraal, tenzij.

De NOVI in een notendop

De NOVI stelt vier prioriteiten:

  • Ruimte voor de klimaatverandering en energietransitie

  • Duurzaam economisch groeipotentieel

  • Sterke en gezonde steden en regio’s

  • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Omdat je op je klompen kunt aanvoelen dat deze vier prioriteiten niet in alle gevallen en op alle locaties in dezelfde richting wijzen, worden beleidskeuzes gemaakt vanuit een omgevingsinclusieve benadering. Dit houdt in dat ontwikkeling van de leefomgeving samengaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit, behalve daar waar beschermen en ontwikkelen echt niet samengaan. Concrete beleidskeuzes worden gemaakt aan de hand van drie afwegingsprincipes:

  1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies

  2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal

  3. Afwentelen wordt voorkomen

Tegen deze achtergrond komt de NOVI voor de prioriteit ‘Ruimte voor de klimaatverandering en energietransitie’ bijvoorbeeld tot de volgende belangrijkste beleidskeuzes ten aanzien van de energietransitie: vanwege de beperkte ruimte op land worden windparken voor het grootste deel gerealiseerd op de Noordzee, in balans met andere functies op de Noordzee. Dit sluit ook aan bij de keuzes die in het Noordzeekakkoord zijn neergelegd. Energie-infrastructuur wordt ook geschikt gemaakt voor duurzame energiebronnen en daarvoor wordt ook ruimte gereserveerd. Dit brengt bijvoorbeeld ook de keuze mee om nieuwe energie-intensieve functies (denk aan datacenters) zoveel mogelijk te realiseren daar waar de op zee opgewekte windenergie aan land komt. Daarnaast wordt duurzame energie ingepast met oog voor de kwaliteit van de omgeving en wordt deze zoveel mogelijk gecombineerd met andere functies, zoals zonnepanelen op daken en clustering van windmolens.

Ten aanzien van de prioriteit ‘Duurzaam economisch groeipotentieel’ is een belangrijke beleidskeuze dat de Nederlandse economie in 2050 geheel circulair is en de broeikasgasemissies met 95% zijn gereduceerd. Voor de prioriteit ‘Sterke en gezonde regio’s’ bevat de NOVI bijvoorbeeld de beleidskeuze om de luchtkwaliteit te verbeteren zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Uitvoering van de NOVI

Voor de uitvoering van de NOVI zal niet alleen worden gewerkt met de nieuwe (kern)instrumenten van de Omgevingswet, maar er worden ook (nog meer) nieuwe instrumenten geïntroduceerd:

  • Nationale programma’s, waaronder het Programma Energiehoofdstructuur, het Programma Gezonde Leefomgeving en het Nationaal Programma Landelijk Gebied.

  • Vijf Omgevingsagenda’s, langjarige uitvoeringsagenda’s voor “de” vijf landsdelen van Nederland waarin thema’s als infrastructuur, wonen, energie, klimaat en transport aan de orde komen.

  • Gebiedsagenda’s Grote Wateren voor het IJsselmeergebied, de Zuidwestelijke Delta en de Waddenzee/ het Waddengebied.

  • Aanwijzing van NOVI-gebieden waar grote en urgente ruimtelijk-fysieke opgaven uit de NOVI samenkomen en waarvoor een meerjarige en vernieuwende aanpak nodig is. De voorlopige NOVI-gebieden zijn: Havengebieden van Rotterdam en Amsterdam, Landelijke gebieden De Peel en het Groene Hart, Regio’s Groningen en Zwolle en grensoverschrijdende gebieden Zuid-Limburg en de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone.

En nu?

De definitieve NOVI is aan de Kamer aangeboden. Tijd om aan de slag te gaan met de uitvoering van de NOVI, dus. Of, zoals minister Ollongren schrijft in de brief waarmee ze NOVI aan de Kamer aanbiedt, tijd om: “gezamenlijk de schouders eronder zetten om te bouwen aan een Nederland waar het fijn wonen, werken en leven blijft”. De NOVI zelf maakt nog wel duidelijk dat sprake is van een permanent en aanpasbaar proces met een monitoringscyclus die zich elke vier jaar herhaalt. De uitvoering zal daarom plaatsvinden met een vinger aan de pols en waar nodig bijstelling van het beleid richting 2050.

Artikel delen

Reacties

Geef een reactie