Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Gevolgen invoering Omgevingswet voor monumenten

De minister is voornemens op 1 januari 2022 de Omgevingswet in te voeren. Dit heeft ook gevolgen voor Erfgoedbeleid. Om deze gevolgen beter in beeld te krijgen, is een document opgesteld met daarin een korte  opsomming van de belangrijkste wijzigingen op het gebied van cultureel erfgoed en monumenten. Het betreft een toelichting op het omgevingsplan, het gewijzigde VTH stelsel en specifiek nieuw beleid.

Federatie Grote Monumentengemeenten 20 april 2021

Artikelen

Artikelen

Om de gevolgen van de omgevingswet beter in beeld te krijgen, een korte opsomming met de belangrijkste wijzigingen op het gebied van cultureel erfgoed en monumenten. Het betreft een toelichting op het omgevingsplan, het gewijzigde VTH stelsel en specifiek nieuw beleid.

Integraal omgevingsplan

De omgevingswet moet integraal beleid mogelijk maken. Dit betekent dat alle beleid dat gevolgen heeft voor de leefomgeving in het omgevingsplan/ de omgevingsverordening geregeld moet worden.

Bijvoorbeeld: alle gemeentelijke monumenten moeten in het omgevingsplan worden opgenomen. Voor gemeentelijke monumenten komt geen losse vergunning ‘wijzigen monument’ meer. Dit heet in de toekomst een ‘omgevingsplanactiviteit.

De regel dat de gemeente bij het opstellen en wijzigen van omgevingsplannen rekening moet houden met cultuurhistorische waarden, blijft ongewijzigd.

Integrale adviescommissie omgevingskwaliteit

In de omgevingswet wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen een welstandscommissie en een monumentencommissie. Onder de omgevingswet moet de gemeente een integrale adviescommissie omgevingskwaliteit instellen.

Losse vergunningactiviteiten

Daarentegen verdwijnt de plicht om alle vergunningen die met elkaar te maken hebben, in een keer aan te vragen. Dit betekent dat een bouwvergunning los aangevraagd kan worden van een ‘omgevingsplanactiviteit (voor het wijzigen van een gemeentelijk monument). De activiteit ‘wijzigen rijksmonument’ blijft wél gewoon bestaan en kan ook los worden aangevraagd, of los van een bouwvergunning of los van een omgevingsplanactiviteit (bijvoorbeeld voor het vergroten van een bouwvolume).

De aanvrager mag zelf kiezen of hij/zij alle vergunningen in 1 x aanvraagt of alles los van elkaar. De gemeente is wél verplicht de aanvrager te informeren over alle benodigde toestemmingen.

Als de aanvrager alle vergunningen in 1x aanvraagt, wordt deze vergunning is een integraal besluit. De vergunning kan niet zomaar geweigerd worden. De gemeente moet duidelijk maken wat de aanvrager moet doen om het plan wél te kunnen realiseren.

Meer vergunningvrij bouwen en verschuiving toetsen.

De regels voor vergunningvrij bouwen zijn verder uitgebreid bij de Omgevingswet. Omdat de activiteit ‘toetsen bouwbesluit’ is losgeknipt van de activiteit ‘omgevingsplanactiviteit’ (t.b.v. gemeentelijke monumenten) kan het zijn dat de constructieve toets bij het beoordelen van de omgevingsplanactiviteit al uitgevoerd moet worden. Als de activiteit bouwen vergunningsvrij is, zit deze toets daar ook niet meer in. Het is aan de gemeente om te beoordelen of deze toets bij bijvoorbeeld het wijzigen van een gemeentelijk monument noodzakelijk is.

Kwaliteitsborging

Met de invoering van de Omgevingswet wordt ook het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen ingevoerd. Dit betekent dat de gemeente niet meer zelf aan het bouwbesluit toetst. Deze toets vindt plaats door de kwaliteitsborger in een latere fase van het bouwproces. In de eerste fase van de invoering van dit stelsel betreft dit nog geen monumenten en constructief complexe bouwwerken. Bij verbouw van panden in beschermd stadsgezicht, niet zijnde monumenten zal wel sprake zijn van het toepassen van het stelsel voor kwaliteitsborging.

Meer vooroverleg

De Omgevingswet heeft tot doel om meer initiatieven uit de stad mogelijk te maken. Om initiatiefnemers op de goede weg te helpen is het stimuleren van vooroverleg van groot belang. In het vooroverleg is meer ruimte plannen bij te sturen en te werken aan een plan dat past binnen het gemeentelijk belang.

Minder vergunningen meer handhaving

Het doel van de Omgevingswet is om zoveel mogelijk regels vooraf duidelijk op papier te zetten en digitaal te ontsluiten. Via vragenbomen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet moet dan blijken aan welke regels de aanvrager moet voldoen. De wet maakt onderscheidt tussen objectieve direct werkende regels (bijvoorbeeld een gebouw mag maximaal 8 meter hoog zijn) en maatwerkregels. Een maatwerkregel is bijvoorbeeld ‘het gebouw moet passen binnen de redelijke eisen van welstand’. Een maatwerkregel is niet direct toetsbaar en vraagt bijna altijd om een vergunningplicht. Voor direct werkende regels is in principe geen vergunning nodig.

Doordat er meer vergunningvrije bouwactiviteiten zijn, en doordat gemeenten een integraal omgevingsplan kunnen maken, zijn er minder vergunningen nodig. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om zelf de juiste informatie te vinden en toestemming te regelen. Het is de taak van de gemeente om te zorgen dat de juiste informatie bij de aanvrager bekend is. Daarnaast heeft de gemeente een extra grote taak voor toezicht en handhaving. Daar waar de gemeente niet kan of wil handhaven, moet de gemeente het beleid zodanig bijstellen (op den duur) dit alsnog mogelijk wordt of niet meer nodig is.

Participatie

Bij het indienen van een omgevingsvergunning moet de initiatiefnemer aangeven hoe de participatie ten aanzien van het initiatief heeft plaatsgevonden. Het is de bedoeling dat de belangrijkste belanghebbende bij deze participatie betrokken worden en dat de initiatiefnemer aangeeft op welke wijze er rekening wordt gehouden met andere belangen. Diverse gemeenten in Nederland zijn aan het uitzoeken op welke wijze participatie effectief in het beleid kan worden opgenomen.

Nieuw beleid voor cultuurhistorie/monumenten

Naast dat het voormalig bestemmingsplan in de toekomst omgevingsplan heet, naast dat alle beleid in het omgevingsplan moet worden opgenomen en gemeentelijke monumenten via het omgevingsplan worden beschermd, wijzigt er ook het een en ander specifiek voor monumenten.

Begrip gemeentelijk monument.

Alle cultuurhistorische waarden (m.u.v. archeologie) krijgen in het omgevingsplan de benaming ‘gemeentelijk monument’. Binnen de categorie ‘gemeentelijk monument’ kunnen verschillende soorten bescherming vallen: Bijvoorbeeld:

  • gemeentelijke monumenten die in zijn geheel beschermd zijn en waar alleen met vergunning wijzigingen mogelijk zijn.

  • cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en/of beeldbepalende panden die alleen beschermd zijn tegen sloop of wijzigingen van het bouwvolume.

  • panden met een bouwhistorische verwachting waar onderzoek bij sloop noodzakelijk is.

De omgeving van het monument

In de Omgevingswet is expliciet vastgelegd dat de een wijziging in de omgeving van het monument, niet mag leiden tot aantasting van de monumentale waarde van het monument. Diverse organisaties in Nederland zijn nu bezig om voorbeelden te ontwikkelen hoe het omgevingsplan de omgeving van het monument op een effectieve manier kan beschermen.

Zorgplicht voor erfgoed/monumenten

In het omgevingsplan is een zorgplicht opgenomen voor erfgoed. Dit kan relevant zijn voor het handhaven van zaken die buiten de vergunning vallen.

Wel blijft handhaving van erfgoed een hele lastige zaak. Meestal zijn de belangrijkste erfgoedwaarden op dat moment al onherstelbaar verloren gegaan. Daarom is het streven van de sector om zoveel mogelijk waarden vooraf vast te leggen en bekend te maken.

Registratie plicht voor monumenten en koppeling aan DSO

Gemeenten zijn verplicht de registratie van gemeentelijke monumenten te koppelen aan de BAG. In de Omgevingswet is bepaald dat de bescherming die uitgaat van de aanwijzing kan vervallen als de overheid zelf zijn administratie niet op orde heeft. Daarnaast verplicht de koppeling aan het omgevingsplan gemeenten om niet alleen de registratie van adressen van monumenten bij te houden, maar de monumenten ook in het omgevingsplan aan te duiden en van een contour te voorzien. De werkgroep Databeet van de FGM is bezig met het bepalen van een uniforme registratiewijze voor gemeentelijke en rijksmonumenten.

Sloopverbod in beschermd stadsgezicht.

In de Omgevingswet is het mogelijk om panden te beschermen tegen sloop. Ook is het mogelijk om voorwaarden aan het sloopverbod te koppelen.

Bijvoorbeeld het uitvoeren van bouwhistorisch onderzoek.

Een verschuiving van Rijksregels naar de gemeenten.

Een groot aantal regels die nu op nationaal niveau zijn geregeld, verschuiven naar gemeenten. In het beschermd stadgezicht op het gebied van vergunningvrij bouwen in beschermd stadsgezicht verschuift de regel voor vergunningvrij bouwen (van aanbouwen) op het achtererf naar gemeenten. Gemeenten kunnen dit in de Omgevingswet via het omgevingsplan regelen. Overige regels voor vergunningvrij bouwen in beschermd stadgezicht en/of bij monumenten wijzigen niet of nauwelijks. Wel worden meer bouwactiviteiten bij monumenten ‘bouwtoets’vergunningvrij.

Verder lezen

Belangrijke publicaties ten aanzien van de Omgevingswet en erfgoed.

Handreiking adviesstelsel omgevingskwaliteit, VNG, Federatie Ruimtelijke kwaliteit.

Handreiking begrippenkader cultureel erfgoed onder de omgevingswet, RCE

Leeslijst cultureel erfgoed onder de omgevingswet, RCE Databeet: registratie standaarden monumenten (zie FGM website, werkgroep Databeet)

Route 2022 voor gemeenten en uitvoeringsdiensten Roadmap invoering Omgevingswet en Wkb, VNG

Wegwijzer minimale acties omgevingswet, VNG

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.