Menu

Filter op
content
Omgevingsweb

DG Ruimtelijke Ordening over invoer Omgevingswet: ‘Grootste zorg is menskracht en kennis’

Uitstel van de Omgevingswet lost niks op, zegt directeur-generaal Ruimtelijke Ordening bij BZK Marjolein Jansen stellig bij de Kennismarkt Omgevingswet van PONT. Dat niet alles 100 procent vlekkeloos verloopt, wil ze best toegeven. “Mijn grootste zorg zit in de menskracht en kennis. Help ons om elkaars kennis te benutten.”

27 november 2023

Artikelen

Artikelen

“Wie is er klaar voor de invoer van de Omgevingswet?”, vraagt Marjolein Jansen op 21 november aan een zaal gevuld met ruim 120 professionals. Grofweg tien mensen steken hun hand op.

De directeur-generaal Ruimtelijke Ordening bij BZK staat duidelijk tegenover een publiek dat weinig zin heeft om per 1 januari 2024 te werken onder wat ook wel de wetwijzigingsoperatie van de eeuw wordt genoemd.

Dat niet alles perfect verloopt, kan Jansen wel beamen. Bij het DSO, de digitale ruggengraat van de Omgevingswet, zijn er zeker problemen, zegt ze. Het doel van het stelsel was ooit om alle regelgeving voor burgers op één plek inzichtelijk te maken. Tegelijkertijd werd ervoor gekozen om gemeenten niet te dwingen tot bepaalde standaarden. “De landelijke voorziening van het DSO is een enorme stekkerdoos, waar meer dan driehonderd processen met moeten communiceren. Dat maakt het best lastig.”

‘De ultieme TAM is je collega bellen’

Jansen wijst dus op de Tijdelijke Alternatieve Maatregelen. Dat zijn vangnetten van het DSO voor overheden en uitvoeringsorganisaties. Ze moeten voorkomen dat bijvoorbeeld dienstverlening rond vergunningverlening stopt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Minister Hugo de Jonge van BZK gaf begin november aan dat de TAM’s na de invoering van de Omgevingswet minimaal een jaar blijven bestaan. Na een half jaar wordt gekeken of en wanneer ze zorgvuldig kunnen afgebouwd.

“De ultieme TAM is je collega bellen”, aldus Jansen. “Het is niet optimaal. Maar de drang naar integraal beleid voor de lange termijn is belangrijker dan ‘we kunnen er niet mee werken’.” Uitstel van de invoering lost niks op, aldus de DG.

Haar uitspraken echoën de woorden van De Jonge: uitstel is geen optie en de brandweer staat klaar voor calamiteitenmanagement. Het Rijk en de lagere overheden zitten sámen in de Omgevingswetschuit. “We maken samen fouten, hebben soms samen paniek. Er zijn hulplijnen. Schakel die in.”

‘Help ons om elkaars kennis te benutten’

Is er dan niks waar Jansen zich écht zorgen over maakt bij de invoering van de Omgevingswet? Dat blijkt wel degelijk het geval. “Als ik dan zelf één zorg deel… mijn grootste zorg zit in menskracht en kennis. Gelukkig zit hier in de zaal veel kennis, uit zowel de praktijk als uit boeken. Ik zoek naar de kracht die overal aanwezig is, zodat we die kunnen bundelen”, zegt ze. Hulp vanuit “de frontlinie” is daarbij welkom. “Laat het ons weten als je daar een goed idee over hebt. Help ons om elkaars kennis te benutten.”

Het is de vraag of de DG haar kritische toehoorders geruststelt. “Als je dit allemaal damning vindt: je hebt nog 40 dagen”, zegt Jansen gekscherend tegen haar publiek op het congres. Het is een grapje, maar wel met een kern van waarheid. Op 1 januari 2024 gaat de Omgevingswet in, zowel voor de tien mensen die enthousiast hun hand opstaken als voor de ruime meerderheid die dat niet deed.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.