Menu

Filter op
content
Omgevingsweb

De Jonge houdt vertrouwen in DSO na mislukte publicaties: 'Alle partijen bereiden zich serieus voor'

Minister Hugo de Jonge van BZK reageert op gelekte data van het Kadaster en KOOP, die tonen dat in 2023 slechts de helft van alle publicaties in het Digitaal Stelsel Omgevingswet daadwerkelijk lukte. Ook zou het DSO nog te instabiel zijn. “Hoe meer kennis en ervaring er nu ontstaat, hoe beter het straks in de daadwerkelijke productieomgeving zal verlopen", schrijft de minister.

18 oktober 2023

Artikelen

Artikelen

“Hoe meer kennis en ervaring er nu ontstaat, hoe beter het straks in de daadwerkelijke productieomgeving zal verlopen. De cijfers laten daarmee vooral zien hoe zorgvuldig alle partijen zich voorbereiden. De feedback die uit de presentatie komt is daarbij zeer relevant voor het verder inregelen, oefenen en testen.”

Dat reageert minister Hugo de Jonge van BZK op schriftelijke vragen van senator Saskia Kluit van GroenLinks. Zij had de minister om uitleg gevraagd nadat een presentatie uitlekte van het Kadaster en het Kennis- en Exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP).

In de presentatie, waar PONT | Omgeving eerder over berichtte, staan de cijfers waar de minister het over heeft: van alle 2.554 publicaties die in 2023 werden gedaan, werden 1.266 opdrachten van gemeenten daadwerkelijk gepubliceerd. 1.288 werden beoordeeld als ‘niet-valide’ of mislukten direct.

De Jonge bevestigt de cijfers en duidt de mislukkingen: “Van de 50 procent die niet – in één keer - goed is gegaan is ongeveer 91 procent terug te leiden naar inhoudelijke, content gerelateerde, vraagstukken bij de gebruiker en/of technische vraagstukken in de lokale software.”

“Daarbij merk ik volledigheidshalve op dat niet alle plannen die nu, in het kader van oefenen, gepubliceerd worden daarvoor zijn gevalideerd. Ongeveer 9 procent is terug te herleiden tot deels technische vraagstukken in de lokale software, maar voornamelijk technische vraagstukken in het DSO-Landelijke Voorziening.”

Er zijn talloze redenen in verschillende onderdelen van de planketen waardoor publicaties in het DSO niet slagen, schrijft de minister. De 50 procent zegt “zonder context” dus “weinig meer dan dat tijdens het oefenen en testen zaken aan het licht komen”, schrijft hij.

“Dat beschouw ik als positief. Het laat immers zien dat alle partijen zich serieus voorbereiden op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Belangrijker nog, in deze fase identificeren ze zaken en wordt kennis en ervaring opgedaan, waar ze straks na 1 januari in de productieomgeving, profijt van hebben.”

Doorwerken aan instabiliteit

De minister gaat ook in op vermeende instabiliteit in Release A van het DSO. Dat is de versie van het DSO die op 1 januari gebruikt zal worden. “De voorzieningen op release A [zijn] vanuit de gehele keten bezien niet zo stabiel als we willen dat ze zijn”, staat in de gelekte presentatie.

“Met de betrokken partijen wordt momenteel gewerkt aan het vervolg. Daarbij wordt ook gekeken aan het steeds verder verbeteren van de stabiliteit en performance van het DSO als geheel. Bij het verdere verbeteren geven de partijen aan dat ze hier graag al verder in hadden willen zijn”, reageert De Jonge.

Verder benadrukt hij dat de presentatie ingaat op slechts één onderdeel van het DSO. Hij beschrijft het DSO niet als één systeem maar als een “drietal deelketens die inhoudelijk samenhangen”. Het gaat dan om van plan tot publicatie, van idee tot afhandeling en van vraag tot informatie. De presentatie gaat over het eerste deel.

“De stabiliteit waar in de presentatie naar wordt gerefereerd is één van de aspecten waar in de verdere ontwikkeling van de planketen aandacht voor moet zijn. Het is bekend dat in de planketen, in vergelijking met de andere twee deelketens, door de betreffende partijen nog stappen gezet moeten worden”, aldus de minister.

Tijdelijke Alternatieve Maatregelen

Verder verwijst de minister naar de zogenaamde Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM’s). “Ik [merk] ten overvloede op dat wanneer een bevoegd gezag onverhoopt in de planketen niet tijdig over alle functionaliteiten kan beschikken zij kan terugvallen op de Tijdelijke Alternatieve Maatregelen”, schrijft hij.

TAM’s zijn vangnetten voor overheden en uitvoeringsorganisaties. Ze moeten bijvoorbeeld voorkomen dat dienstverlening rond vergunningverlening stopt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zo is er een TAM die regelt dat overheden via de IMRO-standaard en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen het Omgevingsplan kunnen wijzigen. Waarbij het Rijksprogramma Aan de Slag met de Omgevingswet wel opmerkt dat een TAM “vaak nadelen of beperkingen zal hebben.”

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.