Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Moeten we de transitievisie warmte meenemen in de omgevingsvisie?

Programma Aardgasvrije Wijken 13 oktober 2020

Vraag & Antwoord

ANTWOORD

Kort gezegd, ja. De transitievisie warmte (TVW) wordt meegenomen in de omgevingsvisie. In het Klimaatakkoord staat daarover: “De transitievisie warmte wordt vormgegeven als onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie en daarmee samenhangende uitvoeringsprogramma’s en omgevingsplannen. De Rijksoverheid beziet in overleg met de medeoverheden of er nadere inhoudelijke vereisten gesteld moeten worden aan de transitievisies en stelt hier zo nodig kaders voor op, uiterlijk in juli 2019. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de monitoring van de uitvoering. Het gaat daarbij in ieder geval om onderstaande punten. Deze worden in de periode tot juli 2019 mogelijk nog aangevuld. De gemeente wordt verplicht uiterlijk 31 december 2021 een transitievisie warmte te hebben vastgesteld. Rijk en VNG bezien uiterlijk juli 2019 hoe dit wordt vormgegeven. In de transitievisie warmte wordt per wijk van de gemeente het tijdspad - van isoleren en aardgasvrij maken met het oog op het CO2 arm maken van de gebouwde omgeving - aangegeven, en voor wijken die in de periode 2022 t/m 2030 gepland zijn per wijk is aangegeven:

a. hoeveel woningen en andere gebouwen (uitgedrukt in woningequivalenten) geïsoleerd en/of aardgasvrij worden gemaakt;

b. welke alternatieve betaalbare, betrouwbare en duurzame energie infrastructuren potentieel beschikbaar zijn (warmtenet, all electric, hybride technieken die veel minder (duurzaam) gas verstoken als (tussen)oplossing, etc.);

c. welk van die alternatieven de laagste maatschappelijke kosten heeft, bijvoorbeeld op basis van de Leidraad. Bij het ontwikkelen van de Leidraad zal worden bekeken of en zo ja hoe de maatschappelijke kosten kunnen worden weergegeven per ton vermeden CO2 uitstoot.

Vervolgens besluit de gemeente (door het wijzigen van het omgevingsplan) wanneer en hoe de wijk (stapsgewijs) van het aardgas afgaat en welk alternatief voor aardgas wordt gekozen. Rijk en VNG werken uit aan welke voorwaarden deze besluitvorming moet voldoen. Naast de eerder genoemde goede participatie gaat het in ieder geval om de expliciete motivering als de gemeente een andere optie dan het alternatief met de laagste maatschappelijke kosten kiest. Tegen dit gemeentelijk besluit staat beroep open bij de Raad van State. Bij het aardgasvrij maken van gebied den geldt de bestaande regeling voor nadeelcompensatie bij rechtmatige overheidsdaad.”

Het is de bedoeling dat de benodigde wijzigingen van de Omgevingswet op 1 januari 2021 in werking treden.