Menu

Filter op
content
Omgevingsweb

Dinsdagmiddag 14 mei 2019 is er in de Eerste Kamer voor de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen gestemd. Met de invoer van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen verschuift de focus in de bouw van het vooraf verkrijgen van een vergunning naar het tijdens en achteraf kunnen aantonen dat wordt voldaan aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (tot 2024: uit het Bouwbesluit) en andere afgesproken kwaliteitseisen. Daarom is het noodzakelijk om risico’s gedurende het gehele ontwerp- en uitvoeringsproces goed te inventariseren en te managen en om de kwaliteit op alle onderdelen te kunnen aantonen.

In plaats van de gemeente controleert een (private) kwaliteitsborger gedurende het ontwerp- en uitvoeringsproces of wordt gebouwd volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Een kwaliteitsborger werkt met een ‘instrument’ (een beoordelingsmethodiek). In het instrument is beschreven hoe de kwaliteitsborging en bijbehorende controles (o.a. diepgang, frequentie) moeten worden uitgevoerd.

De bouwer is er primair verantwoordelijk voor dat wordt gebouwd volgens de tekeningen, bijbehorende adviesrapporten en het Bbl. Hoe beter de bouwer inzichtelijk maakt en vastlegt dat ontwerp- en uitvoering conform de regels worden gerealiseerd, des te effectiever dat de kwaliteitsborger zijn werk kan doen. Onderaannemers en leveranciers kunnen de bouwer helpen door voor hun producten bewijslast aan te leveren dat wordt voldaan aan de gestelde eisen en door hierop garanties te verstrekken.

De architecten en adviseurs leveren de inhoudelijke kennis om er samen met de bouwer voor te zorgen dat het eindproduct voldoet aan de regels. Zij zijn ook verantwoordelijk voor een groot deel van de bewijslast en dossiervorming waaruit blijkt dat ook daadwerkelijk wordt voldaan. Dat heeft gevolgen voor de wijze van advisering. Adviezen moeten integraal zijn en worden afgestemd op het ontwerp.

Voor de gemeente vervalt grotendeels de technisch-inhoudelijke toetsing aan het Bbl (tot 2024 werd er getoetst aan het Bouwbesluit) en komt er een aantal voornamelijk administratieve taken bij, zoals de controle of het juiste instrument voor kwaliteitsborging is toegepast en een controle of er sprake is van een erkende kwaliteitsborger. Zij toetsen in het voorgenomen stelsel niet langer aan bouwtechnische voorschriften en zij houden geen toezicht meer op het bouwen tijdens de bouw wat betreft de naleving van die voorschriften. In plaats daarvan toetsen zij of toegelaten instrumenten voor kwaliteitsborging worden toegepast die geschikt zijn voor de risicoklasse van het bouwwerk en of de gekozen kwaliteitsborger gerechtigd is om het instrument toe te passen. Voor het behandelen van vergunningaanvragen zijn dus minder ambtenaren met een bouwtechnische achtergrond nodig zijn. Gemeenten houden bij vergunningverlening wel hun taken in het kader van de toetsing aan bestemmingplannen, bouwverordening, welstand en omgevingsveiligheid. Een groot deel van de werkzaamheden in het kader van de vergunningverlening voor het bouwen zal dus blijven bestaan. Gemeenten houden ook het toezicht en de handhaving voor de bestaande voorraad.

Voor juristen en advocaten leidt de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen tot een nieuwe reeks interessante uitdagingen vanwege een verandering van de taken van de gemeente, maar ook vanwege de introductie van een kwaliteitsborger en de verhouding tussen deze kwaliteitsborger en de andere betrokken partijen. Ook de wijzigingen in het burgerlijk wetboek rondom aansprakelijkheid van de aannemer zal op dat gebied het nodige teweeg brengen.

De bouwaanvraag: hoe gaat dat straks eigenlijk werken?

Bekijk hier een strip waarin de bouwaanvraag wordt toegelicht.