Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Wordt bouwconsument de dupe bij invoering Wkb?

Er klinkt de afgelopen tijd best wel veel kritiek op de Wkb en het is de vraag of de Eerste Kamer hetzelfde denkt over de datum van inwerkingtreding van de Omgevinsgwet (en de Wkb) als de Tweede Kamer. Hieronder beantwoord ik enkele relevante vragen en licht ik mijn visie op het Wkb-stelsel zoals het er nu ligt en mogelijke verbeterpunten toe.

12 mei 2022

Vooropgesteld moet worden dat ik veel respect heb voor de personen van diverse partijen die al lange tijd bezig zijn met de voorbereiding van deze wet. Maar dat neemt niet weg dat er kritisch gekeken moet blijven worden of met de invoering van deze wet in praktijk de doelstellingen worden gehaald die worden gepretendeerd. Als je lang ergens op focust en iets heel graag wil loop je namelijk vanzelf het risico om ongewild een tunnelvisie of bedrijfsblindheid te ontwikkelen. Zeker gezien de doelstelling van de wet dat het belang van de bouwconsument centraal staat en invoering van de wet een grote maatschappelijke impact heeft, blijft een kritische houding daarom noodzakelijk. In die zin is de kritische houding van de Eerste Kamer naar zowel het proces als de inhoud zeker positief.

Veranderingen die verbeteringen meebrengen zijn altijd toe te juichen. De Wkb kent zeker een aantal hoofdelementen die in beginsel de kwaliteit van de bouwwerken en de positie van de bouwconsument verbeteren. Te denken valt aan het verleggen van de focus bij de dossiervorming; van de papieren werkelijkheid tijdens de vergunningverlening naar een dossier dat gevormd wordt tijdens de bouwfase. En de verhoogde juridische bescherming van de bouwconsument bij (verborgen) gebreken.

Maar er zitten ook risico’s aan deze wet. En daarmee is het nog maar de vraag of de theorie en praktijk vóór 1 januari 2023 op elkaar aan te sluiten zijn. En zo niet, wat dat dan voor gevolgen gaat hebben, zowel voor de bouwconsument als in maatschappelijke zin.

Welke zaken moeten er nog verbeterd worden om een succesvolle inwerkingtreding per 01-01-2023 te garanderen?

Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland (VBWTN) heeft enige tijd geleden een statement gemaakt waarin al veel punten voor verbetering zijn aangehaald. Maar zelf zou ik de vraag anders willen stellen, namelijk wat er eerst nog duidelijk moet worden voordat we weten dat de Wkb in praktijk succesvol gaat zijn. In dat kader wil ik hier drie punten aansnijden. Duidelijkheid over het aantal (gekwalificeerde) kwaliteitsborgers, duidelijkheid over het onderzoek naar de kosten bij kleine bouwwerken/verbouwingen en duidelijkheid over de juridische status van factsheets.

Aantal (gekwalificeerde) kwaliteitsborgers

Om te voorkomen dat bouwconsumenten bij gebrek aan kwaliteitsborgers na invoering van de Wkb op een wachtlijst komen te staan, wordt in de discussie over het aantal kwaliteitsborgers vergeten dat zij dienen te voldoen aan landelijk vastgestelde kwaliteitseisen uit de Regeling kwaliteitsborging voor het bouwen (Rkb). Daarin is één en ander opgenomen over onder andere ervaring. Nu wordt in deze discussie over het aantal kwaliteitsborgers gesteld dat er snel nieuwe mensen tot kwaliteitsborger zullen worden opgeleid. Maar staat dat niet haaks op de benodigde ervaring uit de Rkb?

Bij het antwoord op de vraag of er straks genoeg kwaliteitsborgers zijn moet meer dan nu worden gekeken naar de hoeveelheid bouwtechnische vakmensen die we in Nederland hebben. Er is nu al een enorm tekort op de arbeidsmarkt. En er zijn, is mijn ervaring, helaas onvoldoende nieuwe mensen te interesseren voor dit mooie vakgebied.

Zover mij bekend, becijferde de Vereniging Kwaliteitsborgers Nederland (VKBN) in een eerder stadium dat er bij invoering van de Wkb 850 kwaliteitsborgers nodig zouden zijn voor gevolgklasse 1. Dat aantal van 850 was, naar ik begreep, gebaseerd op de aanname dat bij de invoering van de Omgevingswet (inclusief de Wkb) er direct al een afname van het aantal aanvragen om bouwvergunningen én de daarmee gepaard gaande Wkb-meldingen zou zijn van 50% ten opzichte van nu. Maar naar het lijkt klopt die aanname niet. Zoals mij ook bevestigd werd door het Informatiepunt Leefomgeving (Iplo) is de afname van het aantal aanvragen om bouwvergunningen (en de daarmee gepaard gaande Wkb-meldingen) echter een verhaal voor de lange termijn, ergens tot 2030. En niet al per direct na invoering van de Omgevingswet (inclusief de Wkb). Dat zou dan betekenen dat er bij de gelijktijdige inwerkingtreding van de Omgevingswet én Wkb geen 850, maar het dubbele aantal van 1700 kwaliteitsborgers nodig zou zijn. Die 1700 zouden dus volgens de kwaliteitscriteria aan vereisten van onder andere ervaring moeten voldoen en dat, opgeteld bij het huidige arbeidsmarkttekort van bouwtechnische vakmensen, maakt de invoering van de Wkb mogelijk erg riskant.

Al met al lijkt het me sowieso goed dat er over het concrete getal van aantal benodigde gekwalificeerde kwaliteitsborgers eerst meer duidelijkheid komt voordat er wordt besloten tot invoering van de wet.

Onderzoek naar de kosten bij kleine bouwwerken en verbouwingen

Ook lijkt het mij niet verstandig om al tot invoering van de wet te beslissen als de kosten voor de bouwconsument nog niet duidelijk zijn. Het is mij nog niet bekend of het onderzoek naar de kosten bij kleine bouwwerken en verbouwingen is afgerond en in hoeverre dat onderzoek gebeurt door een onafhankelijke onderzoeker. Duidelijkheid hierover lijkt mij essentieel.

Juridische status van factsheets

Ook duidelijkheid over de juridische status van factsheets is van groot belang. Kennelijke (juridische) tekortkomingen in het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen (Bkb) zorgden en zorgen er voor dat er nu nog behoefte is om juridische duidelijkheid en richting te geven over bepaalde onderdelen van het Wkb-stelsel. Hiervoor zijn en worden er factsheets gemaakt. Maar in hoeverre zal de rechter in juridische procedures straks aan die factsheets een juridische status ontlenen? Hadden de onderwerpen van de factsheets niet gewoon in het Bkb moeten worden geregeld? Die onzekerheid is een risico dat straks in juridische geschillen negatief kan uitpakken. Met name ook voor de bouwconsument.

Lukt het om die zaken daadwerkelijk voor 1 januari 2023 op te lossen of hierover duidelijkheid te krijgen?

Dat is inderdaad de vraag. En niet de datum zou centraal moeten staan, maar de zekerheid dat deze wet in de praktijk werkt. Het lijkt mij een enorme opgave, zo niet onmogelijk, om met inachtneming van het arbeidsmarkttekort vóór 1 januari 2023 aan voldoende gekwalificeerde kwaliteitsborgers te komen om dit Wkb-stelsel te kunnen laten functioneren. Nog daargelaten de vraag naar bouwtechnisch personeel die de woningbouwambitie van het kabinet met zich meebrengt.

Wel zou het mogelijk moeten zijn om duidelijkheid te krijgen met betrekking tot de kosten bij kleine bouwwerken / verbouwingen en de juridische status van de factsheets. Maar of die antwoorden dan bevestigen dat dit Wkb-stelsel in het belang van de bouwconsument en de bouwkwaliteit is, moet worden afgewacht.

Zijn er nog andere aandachtspunten die moeten worden aangestipt?

Als gemeente Halderberge draaien we een proefproject, waarbij wij het bijzonder goed treffen met een professionele kwaliteitsborger (Seconed) te mogen werken. Maar ik hoor ook wel eens andere geluiden. Niettemin liepen wij binnen ons proefproject ook tegen een onduidelijkheid aan. Het betrof hoe om te gaan met de bijzondere lokale omstandigheden en waar dat dan staat in het Bkb. In casu betrof het de draagkracht van het bouwperceel. Via de aangewezen weg (VNG) heb ik daarover een vraag gesteld, maar het antwoord daarop heb ik nog niet. Wat mij verder opvalt is dat tijdens proefprojecten niet geoefend wordt met het consumentendossier. In die zin is het de vraag in hoeverre je dan kunt stellen te oefenen volgens alle onderdelen van de Wkb en daaruit de conclusie kunt trekken dat het Wkb-stelsel na invoering gaat werken.

Conclusie

Afsluitend wil ik herhalen dat er ruimte is voor verbetering van het huidige systeem en dat ik zeker veel respect heb voor degenen die al zo lang het Wkb-stelsel voorbereiden. Maar we moeten wel de realiteit in het oog houden. Er is het voorbehoud van inwerkingtreding Omgevingswet waarbij het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) nog een bottleneck is. En zonder Omgevingswet geen Wkb. Vanuit dat kader moeten we realistisch blijven kijken naar wat er met de invoering van de Wkb, zo die er nu ligt, op de praktijk afkomt. Zolang daarover geen 100% duidelijkheid is zitten daar forse risico’s aan die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben. Niet alleen voor de bouwconsument, maar ook voor de bouwwereld en de gehele maatschappij.

In het geval de eindconclusie zou zijn dat het niet verstandig is om het Wkb-stelsel, zoals het er nu ligt, in te voeren, moet het naar mijn mening mogelijk zijn met een aantal aanpassingen de gewenste verbetering van het huidige systeem wel te behalen.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.