Menu

Filter op
content
Omgevingsweb

Wanneer is sprake van een aanvraag tot omgevingsvergunning?

In ABRvS 1 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4052 was aan de orde of er een omgevingsvergunning is aangevraagd.

10 november 2023

Een aanvraag om omgevingsvergunning wordt normaal gesproken ingediend langs de elektronische weg als bedoeld in artikel 4.3, lid 1 Bor via het Omgevingsloket online (OLO), of met gebruikmaking van een formulier (zie artikel 4.2, lid 1 Bor). Een aanvraag kan ook worden gedaan op andere wijze.

Als een verzoek om omgevingsvergunning op andere wijze wordt gedaan, moet dat verzoek wel aan bepaalde kenbaarheidseisen voldoen. In ABRvS 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:829 is uiteengezet hoe een aanvraag op een andere wijze, moet worden beoordeeld en aan welke eisen dat moet voldoen. In die uitspraak is overwogen dat alleen sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, lid 3 Awb, als voor het bestuursorgaan meteen duidelijk is, of kan zijn dat een aanvraag is gedaan. Het dient daarbij altijd te gaan om een zelfstandig stuk en het moet duidelijk zijn wanneer een aanvraag wordt gedaan. Alleen bij een dergelijke evidente aanvraag kan dus een omgevingsvergunning van rechtswege zijn gegeven.

Appellant heeft het verzoek op andere wijze gedaan in een zelfstandig stuk. Aan die eis is voldaan. Met de brief had het voor het college ook meteen duidelijk kunnen zijn dat wordt verzocht om een omgevingsvergunning. In de aanhef van die brief staat uitdrukkelijk dat het een verzoek om een omgevingsvergunning betreft en in de afsluitende zin wordt expliciet verzocht om een omgevingsvergunning te verlenen. Uit die brief wordt bovendien duidelijk dat de omgevingsvergunning is bedoeld voor het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van de eerste verdieping van het bedrijfspand als bedrijfswoning. Duidelijk is dus op welk gedeelte van het gebouw het verzoek betrekking heeft, namelijk op de eerste verdieping van het gebouw, omcirkeld op de luchtfoto die bij de brief is gevoegd. Ook is duidelijk hoe appellant die verdieping wil gebruiken, namelijk als bedrijfswoning. De brief was dus voldoende duidelijk en concreet om een aanvraag te zijn. Dat in de brief niet staat welke bedrijfsmatige activiteiten op het perceel worden ontplooid en waarom wonen in de nabijheid van die activiteiten noodzakelijk is, doet daar niet aan af. Als die meer gedetailleerde informatie voor de beoordeling van de aanvraag nodig is, moet het college appellant verzoeken om aanvullende gegevens. Dat uit de brief niet af te leiden is of ook een bouw-omgevingsvergunning nodig is, is niet relevant. Als die omgevingsvergunning nodig is, kan die later worden aangevraagd. De brief is dus een aanvraag.

In de Omgevingswet is in artikel 16.55 jo. artikel 14.1 + 14.2 Omgevingsbesluit ook bepaald dat de aanvraag via de landelijke voorziening (DSO) wordt ingediend. In artikel 7.1 e.v. + 7.207b Omgevingsregeling staan nog meer eisen. Ook in de bruidsschat staan bepalingen voor indieningsvereisten (en straks in het omgevingsplan).

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.