Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Van Wob naar Woo: Wat, waarom en hoe?

Op 1 mei 2022 wordt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen voor de Wet open overheid (Woo). Dan treedt de nieuwe wet in werking. In dit blog bespreken wij de gedachte achter de toegang tot overheidsinformatie, waarom er een nieuwe wet komt en hoe de Woo verschilt van de Wob.

12 april 2022

Blog

Blog

Wat is het idee achter de toegang tot publieke informatie?

Dat informatie over het handelen van overheden eenvoudig toegankelijk moet zijn, is al lang van groot belang. De eerste wet die de openbaarheid regelde stamt uit 1980 en is de voorloper van de huidige Wob. De Wob is een wet uit 1992 en wordt nu na precies 30 jaar vervangen door de Woo.

De Wob en de Woo vinden hun oorsprong in artikel 110 van de Grondwet: “De overheid betracht bij de uitvoering van haar taak openbaarheid volgens regels bij de wet te stellen.” Met ‘de wet’ wordt op dit moment de Wob en straks de Woo bedoeld.

Volgens de Memorie van Toelichting bij de Wob is het doel van de wet “om de burger in de gelegenheid te stellen de bestuurlijke besluitvormingsprocessen in het heden en verleden te doorzien” (Kamerstukken II, 1986/87, 19 859, nr. 3, p. 11).

De wetgever vindt het dus belangrijk dat burgers kunnen begrijpen hoe en waarom overheden besluiten nemen.

De Wob kent twee manieren waarop burgers toegang kunnen krijgen tot deze informatie: via een Wob-verzoek en op eigen initiatief van het bestuursorgaan. Met een Wob-verzoek (artikel 3 Wob) kan bij de overheid informatie over een bestuurlijke aangelegenheid worden opgevraagd. De openbaarmaking van stukken naar aanleiding van een verzoek wordt ook wel de ‘passieve openbaarmaking’ genoemd.

Daarnaast verplicht artikel 8 van de Wob een bestuursorgaan om uit zichzelf informatie openbaar te maken als dat in het belang is van een goede en democratische bestuursvoering. Dit wordt ook wel aangeduid als de ‘actieve openbaarmaking’.

Waarom een nieuwe wet?

Een van de redenen voor de nieuwe wet is het op orde brengen van de digitale informatiehuishouding van de overheid. De wetgever constateert dat bestuursorganen niet altijd weten welke informatie er is. Het gevolg hiervan is dat beslissingen op Wob-verzoeken soms meer tijd en inspanning vergen dan nodig is.

De bedoeling is dan ook dat overheden hun werkprocessen en informatiesystemen inrichten op het openbaar maken van documenten.

De wetgever is van mening dat bestuursorganen te weinig gebruik maken van de mogelijkheid om informatie actief openbaar te maken. Met de Woo moet het voor bestuursorganen eenvoudiger worden om documenten openbaar te maken.

Waar de actieve openbaarmaking bij de Wob een lichte verplichting is, waarbij de beslissing om documenten openbaar te maken grotendeels bij het bestuursorgaan ligt, zal dit onder de Woo een zwaardere verplichting worden waarbij concrete categorieën van openbaar te maken documenten worden aangewezen.

De verwachting is dat de behandeling van informatieverzoeken efficiënter en eenvoudiger zal worden, omdat vanwege de actieve openbaarmakingsplicht veel documenten al openbaar zullen zijn gemaakt.

Hoe verschilt de Woo van de Wob?

Actieve openbaarmaking

Zoals hiervoor besproken, wordt in de Woo meer gefocust op het actief openbaar maken van informatie. Het is de bedoeling dat bestuursorganen automatisch, dus uit zichzelf een groot aantal documenten publiceren. In artikel 3.3 van de Woo is een opsomming opgenomen van verplicht openbaar te maken documenten.

Zo moeten bijvoorbeeld vergaderstukken en verslagen van gemeenteraden, besluitenlijsten van colleges van B&W en de besluiten op eerdere informatieverzoeken openbaar gemaakt worden. Bij AMvB kan ook voor andere categorieën van informatie openbaarmaking verplicht worden gesteld.

Met het standaard actief openbaar maken van een groot aantal documenten zullen burgers eenvoudig inzicht hebben in de besluitvorming door de overheid. De verwachting is dat hierdoor ook minder informatieverzoeken zullen worden ingediend (Kamerstukken II, 2018/19 35 112, nr. 3, p. 3 – 8).

Passieve openbaarmaking

Ook voor de informatieverzoeken (voorheen Wob-verzoek, vanaf 1 mei Woo-verzoek) verandert een aantal zaken. Artikel 4.1 Woo is het startpunt voor Woo-verzoeken. Het indienen van een informatieverzoek kan net als onder de Wob mondeling of schriftelijk bij een bestuursorgaan worden gedaan.

Een belangrijke aanpassing is dat een Woo-verzoek ook via e-mail of via de website van het bestuursorgaan kan worden ingediend. Onder de Wob bestond deze mogelijkheid al als het bestuursorgaan op grond van art. 2:15 Awb die weg had opengesteld, maar op grond van artikel 4.1 lid 2 Woo zijn bestuursorganen verplicht om de elektronische weg open te stellen.

Net als onder de Wob kan iedereen straks een Woo-verzoek indienen, zonder dat daarbij hoeft te worden toegelicht welk belang zij of hij heeft bij het verkrijgen van de informatie. De beslistermijnen zijn vastgelegd in artikel 4.4 Woo. De termijn om op een verzoek te beslissen blijft in principe even lang: vier weken.

De mogelijkheid om de beslissing te verdagen is echter verkort tot twee weken. Als het bestuursorgaan besluit te verdagen, moet het dit voor het verstrijken van de vier-weken-termijn gemotiveerd meedelen aan de verzoeker.

Uit lid 2 van artikel 4.4 Woo volgt dat alleen kan worden verdaagd als de omvang of gecompliceerdheid van de informatie dat rechtvaardigt.

De weigeringsgronden en hun toepassing blijven in grote lijnen gelijk. Nog steeds is het uitgangspunt: ’openbaar, tenzij’. Het onderscheid tussen absolute en relatieve weigeringsgronden blijft bestaan.

Bij de relatieve weigeringsgronden zal het bestuursorgaan een belangenafweging moeten maken tussen enerzijds het belang van openbaarheid en anderzijds het door de uitzonderingsgrond beschermde belang.

Omdat dit op dit moment ook op deze manier onder de Wob wordt toegepast, blijft de jurisprudentie over dit onderwerp onder de Woo van toepassing.

Conclusie

De Woo heeft als doel de besluitvormingsprocessen van overheidsorganen transparanter te maken. Voor overheden betekent dit een zwaardere verplichting om actief documenten openbaar te maken, verplichte openstelling van de elektronische weg om Woo-verzoeken in te dienen en een kortere beslistermijn.

De inhoudelijke beoordeling van een Woo-verzoek blijft wel grotendeels gelijk aan de beoordeling onder de Wob.

In dit artikel zijn de belangrijkste veranderingen kort geschetst. Met de inwerkingtreding van de Woo wijzigt meer dan hier is besproken. Zo wordt het verplicht om een Woo-contactpersoon aan te wijzen (artikel 4.7 Woo), wordt de mogelijkheid gecreëerd om bij een omvangrijk verzoek in overleg deelbesluiten te nemen (artikel 4.2A Woo) en wordt een antimisbruikbepaling (artikel 4.6 Woo) in het leven geroepen. In volgende blogs in deze Woo-reeks zullen wij uitgebreider ingaan op deze veranderingen.

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.