Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Van Wob naar Woo – deel 3: De procedure bij passieve openbaarmaking – termijnen

Op 1 mei treedt de Wet open overheid (Woo) in werking. Een mooie aanleiding om in een blogserie voor de praktijk belangrijke onderwerpen te bespreken. In dit blog gaan wij in op de termijnen die gelden bij openbaarmaking op verzoek en enkele daarmee samenhangende (procedurele) aspecten.

5 april 2022

Blog

Blog

LdF_E+_via Getty Images

Vooraf: stel vast of sprake is van een verzoek op grond van de Woo

Iedereen heeft recht op toegang tot publieke informatie zonder daartoe een belang te hoeven stellen, afgezien van beperkingen uit de Woo (artikel 1.1 Woo). Wil een (rechts)persoon echter informatie die nog niet openbaar is, dan kan hij een verzoek om publieke informatie richten tot een bestuursorgaan (artikel 4.1 lid 1 Woo).

Voordat het bestuursorgaan een verzoek om informatie in behandeling neemt, is het van belang om vast te stellen dat sprake is van een Woo-verzoek. Bestuursorganen dienen in beginsel ieder verzoek om informatie neergelegd in documenten aan te merken als Woo-verzoek.

Soms vraagt een (rechts)persoon om algemene informatie, of stelt een (rechts)persoon alleen vragen. In dat geval is geen sprake van een Woo-verzoek. Een specifieke contactpersoon kan deze algemene informatievragen beantwoorden. Onder de Woo zijn bestuursorganen verplicht een contactpersoon aan te wijzen die deze vragen kan beantwoorden (artikel 4.7 Woo).

Wettelijke beslistermijn (artikel 4.4 Woo)

Als sprake is van een Woo-verzoek, dan heeft een bestuursorgaan ook onder de Woo een wettelijk voorgeschreven termijn om op een verzoek te beslissen. Deze termijn bedraagt vier weken na ontvangst van het Woo-verzoek. Dit is hetzelfde als onder de Wob.

Deze termijn kan eenmaal worden verdaagd met twee weken. In de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) was deze verdaagtermijn nog vier weken. Onder de Woo is dus de maximale termijn zes weken (twee weken korter dan onder de Wob). Verdaging is alleen mogelijk als (1) de omvang of (2) de gecompliceerdheid van de informatie een verlening rechtvaardigt. Het bestuursorgaan dient binnen de eerste vier weken de beslistermijn (gemotiveerd) te verdagen. Verdaging betreft een mededeling en is dus geen (appellabel) besluit.

Een ander verschil met de Wob is dat er wat betreft de beslistermijnen geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen verzoeken die betrekking hebben op milieu-informatie en andere verzoeken.

Volledigheidshalve merken wij op dat bij omvangrijke verzoeken afwijkende beslistermijnen kunnen gelden na overleg tussen het bestuursorgaan en de verzoeker. In ons volgende blog zullen wij hier nader op ingaan.

Bijzondere wettelijke beslistermijnen

In afwijking van de algemene wettelijke beslistermijn van vier weken, bevat de Woo nog een bijzondere beslistermijn van twee weken na ontvangst van het verzoek. Deze termijn geldt in twee gevallen:

  1. Het Woo-verzoek is te algemeen geformuleerd, zodat specificering nodig is

Als een verzoek te algemeen is geformuleerd, dan vraagt het bestuursorgaan om specificering van het verzoek. Dit verzoek om specificering moet binnen twee weken na ontvangst van het verzoek zijn verzonden. Als de verzoeker het verzoek niet nader specificeert, of als specificering alsnog leidt tot een te algemeen geformuleerd verzoek, dan kan het bestuursorgaan het verzoek buiten behandeling stellen binnen twee weken (artikel 4.1 lid 5 en 6 Woo).

  1. De verzoeker maakt misbruik van het recht op openbare publieke informatie

Het bestuursorgaan kan het Woo-verzoek binnen twee weken na ontvangst van het verzoek buiten behandeling stellen als sprake is van misbruik van recht of onverwijld nadat eerst van misbruik is gebleken twee weken na ontvangst van het verzoek (artikel 4.5 Woo). In deel 5 van deze blogserie gaan wij nader in op misbruik van recht.

Derde-belanghebbende? Opschorting van de beslistermijn!

In aanvulling op de algemene opschortingsmogelijkheden wordt de beslistermijn ook opgeschort als een derde-belanghebbende om een zienswijze wordt gevraagd (artikel 4.4 lid 3 Woo). De opschorting eindigt:

  1. Met ontvangst van de zienswijze, of

  2. Als de zienswijzetermijn ongebruikt is verstreken.

Na de opschorting deelt het bestuursorgaan mede binnen welke termijn de beschikking alsnog moet worden gegeven. Als het bestuursorgaan besluit tot verstrekking van informatie, dan ontvangen zowel de verzoeker als de belanghebbende het besluit.

In beginsel worden de documenten gelijktijdig met het besluit openbaar gemaakt. Dit is anders als de belanghebbende naar verwachting bezwaar heeft tegen de openbaarmaking. In dat geval wordt de informatie twee weken na bekendmaking van het besluit openbaar gemaakt (uitgestelde openbaarmaking). Nieuw is dat de openbaarmaking wordt opgeschort bij een verzoek om voorlopige voorziening van de derde-belanghebbende. De opschorting duurt totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken.

Conclusie

De wettelijke termijnen uit de Woo kunnen kort en goed als volgt worden weergegeven:

De afleveringen uit deze serie

In deze blogserie komen de onderstaande acht onderwerpen aan bod. De volgende blog zal gaan over de behandeling van omvangrijke verzoeken.

  • Inleiding, inwerkingtreding, overgangsrecht

  • Het Adviescollege

  • De procedure bij passieve openbaarmaking – termijnen

  • De procedure bij passieve openbaarmaking – omvangrijke verzoeken

  • De procedure bij passieve openbaarmaking – misbruik

  • De weigeringsgronden (deel 1)

  • De weigeringsgronden (deel 2)

  • Actieve openbaarmaking

AKD

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.