Menu

Filter op
content
Omgevingsweb

Te vroeg afgeweken?

De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat voor de deur. En hoewel het motto ‘Eenvoudiger beter’ is, gaat dat niet voor alles op. Zo ook niet voor voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit tijdens de overgangsperiode. Vooruitlopend op de Omgevingswet is de verwachting dat veel initiatiefnemers nog snel een aanvraag omgevingsvergunning indienen om af te wijken van het bestemmingsplan. Een logische gedachte vanwege een beroep op het overgangsrecht, maar alertheid is wel geboden. In deze blog zullen wij ingaan op deze overgangsperiode en waar initiatiefnemers gedurende die periode op moeten letten.

8 december 2023

Een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan

In bestemmingsplannen staan de kaders voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de gemeenteraad een afweging gemaakt over de gewenste ontwikkelingen. Toch kan het voorkomen dat een project wel wenselijk is, maar in strijd is met de regels van het bestemmingsplan. Een bestemmingsplanwijziging is dan een tijdrovende procedure. Er is gelukkig een alternatief: voor een concreet project kan ook worden afgeweken van het bestemmingsplan met een omgevingsvergunning. Dit kan op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Daarvoor is wel vereist dat het project voldoende concreet is en voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

Een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Vanaf 1 januari 2024 staan de kaders voor ruimtelijke ontwikkelingen niet meer in bestemmingsplannen, maar in het omgevingsplan. En net zoals bij bestemmingsplannen kan hiervan worden afgeweken, door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA). Een BOPA kan verleend worden als sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zo volgt uit artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Het toetsingskader ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ is de vervanger van het toetsingskader ‘een goede ruimtelijke ordening’ zoals we kennen uit de Wet ruimtelijke ordening en de Wabo. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is echter een breder toetsingskader dan een goede ruimtelijke ordening. Zo speelt ook bijvoorbeeld gezondheid een rol. En daar wordt het interessant. Want wat als een initiatiefnemer onder de Wabo een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan heeft verkregen (die getoetst is aan een goede ruimtelijke ordening) en een initiatiefnemer die omgevingsvergunning onder de Omgevingswet gebruikt als toetsingskader voor het project (waar het toetsingskader een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is)?

Het overgangsrecht voor een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan

Gelukkig heeft de wetgever voorzien in overgangsrecht voor dit probleem. Ten eerste is op grond van artikel 4.13, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet een omgevingsvergunning die is verleend onder het oude recht, ook een omgevingsvergunning op grond van het nieuwe recht. Een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is dus gelijkgesteld met een omgevingsvergunning voor een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit.

Voor een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is daarnaast artikel 12.27a van het Bkl belangrijk. Dit artikel bepaalt dat in ieder geval sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties als de activiteit niet in strijd is met een eerder verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Met een verleende omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is dus na de inwerkingtreding van de Omgevingswet sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hier zit wel een kanttekening bij. Een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is namelijk enkel verleend voor de onderdelen waarop de beoogde ontwikkeling in strijd is met het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan zijn nu geen regels gesteld over bepaalde onderwerpen, die straks wel in het (tijdelijk deel) omgevingsplan staan. Dit gaat om de welstandstoets en de toets aan de bouwverordening (die regels bevat over het bouwen op verontreinigde bodem). Voor deze twee onderwerpen moet dus nog wel een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verleend worden. Daarnaast is waarschijnlijk ook nog een omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit nodig. Omdat er in dat geval dus drie vergunningen nodig zijn, wordt ook wel gesproken van de ‘driedubbele’ knip.

Maar opknippen kan ook!

Interessant aan artikel 12.27a van het Bkl is verder dat dit artikel overgangsrecht regelt, maar dat dit artikel ook van toepassing is op aanvragen die na 1 januari 2024 zijn ingediend. Daardoor kan een BOPA gefaseerd verleend worden. Met andere woorden: een BOPA kan zien op een gedeelte van de (in strijd met het omgevingsplan zijnde) activiteiten, zonder dat er een concreet bouwplan ligt. Daarmee kunnen de algemene kaders toestemmingen verleend worden en kan bovendien de omgevingsvergunning voorzien in bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de gronden, het aanleggen van verhardingen en het kappen van bomen, zonder dat duidelijk is hoe het bouwplan eruit zal zien. Vervolgens zal, op het moment dat het bouwplan gereed is, een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (die getoetst wordt aan de BOPA) en een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit aangevraagd moeten worden. Op dit moment is dit anders. Hoewel het wel mogelijk is om op grond van artikel 2.5 van de Wabo een omgevingsvergunning gefaseerd aan te vragen, is de mogelijkheid niet zo uitgebreid zoals onder de Omgevingswet. Zo kan onder de Wabo een omgevingsvergunning in maximaal twee fases verleend worden, terwijl het aantal fases onder de Omgevingswet niet beperkt is. Daarnaast treden de gefaseerd verleende omgevingsvergunning onder de Wabo tegelijk in werking, dus pas nadat de tweede fase is verleend. Onder de Omgevingswet is dat niet het geval, waardoor activiteiten die zijn toegestaan op grond van de eerste BOPA al gestart kunnen worden, voordat de tweede omgevingsvergunning verleend is. Artikel 12.27a van het Bkl vervalt per 1 januari 2032, het moment waarop gemeenten een definitief en rechtsgeldig omgevingsplan moeten hebben.

Tot slot

Een initiatiefnemer die al een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan heeft verkregen of nog voor 1 januari 2024 een aanvraag indient, hoeft dus niet te vrezen dat hij hier na 1 januari 2024 niets meer aan heeft. Ook dan kan deze omgevingsvergunning nog steeds gebruikt worden om een project aan te toetsen. Een initiatiefnemer moet daarbij wel opletten dat hij nog steeds een omgevingsvergunning nodig heeft voor andere onderdelen van zijn project. Daarnaast kan tijdens de overgangsperiode een BOPA ook gebruikt worden om alvast te beginnen aan de ontwikkeling, zonder dat exact duidelijk is hoe het uiteindelijke project eruit zal komen te zien. Zo weet een initiatiefnemer dus alvast dat zijn project ontwikkeld kan worden, zonder dat daarvoor een concrete uitwerking noodzakelijk is.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.