Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Stikstof: bestemmingsplan en referentiesituatie

Bij het bestemmingsplan geldt een andere referentiesituatie dan bij de natuurvergunning. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling heeft de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan te gelden als referentiesituatie bij de toetsing van een bestemmingsplan aan artikel 2.7, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. De referentiesituatie bij een plan is dus anders dan bij een project.

Bodden, Paul
22 september 2020

Series/reeksen

Series/reeksen

Gebruiksverbod

In een uitspraak van 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1515) heeft de Afdeling bijvoorbeeld overwogen dat indien de raad in het plan een gebruiksverbod wenst op te nemen waarmee, zonder dat daaraan een nader onderzoek ten grondslag ligt, is verzekerd dat als gevolg van het plan geen aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden zal optreden, het gebruiksverbod voor de referentiesituatie zal moeten uitgaan van de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan. Strikt genomen zou dit betekenen dat enkel het feitelijke en planologisch legale gebruik op het moment dat het bestemmingsplan wordt vastgesteld bij de referentiesituatie mag worden betrokken.

Fluctuaties

Er zijn tal van situaties denkbaar waarbij deze strikte uitleg in de agrarische praktijk knelt. Zo komt in de agrarische sector een fluctuatie in diersoorten en -aantallen veel voor. De diersoorten en -aantallen die op het moment van de vaststelling van het bestemmingsplan aanwezig zijn, geven niet altijd een goed beeld van de bedrijfsvoering.

Een duidelijk voorbeeld betreft de vleeskuikenhouderij waar de stal tussen de verschillende mestrondes enige tijd leeg staat om te ontsmetten etc. Zou in die periode het bestemmingsplan worden vastgesteld, dan zou bij een strikte uitleg de depositie in de referentiesituatie nihil zijn.

Interessant in dit verband is een uitspraak van de Afdeling van 4 september 2019. De gemeenteraad van Leudal was bij de definitie van ‘bestaande stikstofemissie’ in de planregeling uitgegaan van het gebruik van gebouwen en overkappingen ten behoeve van vee in de omvang zoals feitelijk aanwezig en planologisch legaal in de periode van 1 jaar voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingsplan. Bepalend waren de gegevens zoals opgenomen in de fiscale jaarrekening en rekening diende te worden gehouden met de feitelijk aanwezige stalsystemen en voorzieningen ter beperking van de stikstofemissie. De Afdeling lijkt deze regeling te sanctioneren, al moet gezegd worden dat de beroepsgrond hier niet specifiek op zag.

Passende beoordeling

Verder is van belang dat “ten tijde van de vaststelling van het plan” onder omstandigheden aldus mag worden begrepen dat het moment van het opstellen van de passende beoordeling ten behoeve van het bestemmingsplan bepalend is. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling van 4 maart 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:683).

In dat geval was een school na het opstellen van de passende beoordeling gesloopt, maar er waren geen andere stikstof veroorzakende activiteiten ontplooid tussen het moment waarop de passende beoordeling werd gemaakt en het moment waarop het plan werd vastgesteld.

Bandbreedte

In een uitspraak van de Afdeling van 9 september 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2170) wordt toegestaan dat in de vergelijking tussen de referentiesituatie en de maximale planologische mogelijkheden van het (nieuwe) bestemmingsplan wordt uitgegaan van een representatieve invulling en dat – en dat is met name interessant – wordt gewerkt met een bandbreedte.

Het ging om een overwegend conserverend plan voor het buitengebied met beperkte ontwikkelingsmogelijkheden voor de veehouderij. De verkeersbewegingen fluctueren volgens de Afdeling binnen een bandbreedte door bijvoorbeeld de inzet van kleinere (meer) of grotere (minder) vrachtwagens van en naar deze veehouderijen. Daarom kan er volgens de Afdeling in redelijkheid van worden uitgegaan dat tussen een toename van het aantal dieren en een toename van het aantal transportbewegingen niet altijd een direct verband bestaat.

In dit geval, gezien het conserverende karakter en de beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, mocht de gemeenteraad er volgens de Afdeling in redelijkheid vanuit gaan dat de verkeersbewegingen niet wezenlijk zullen verschillen. Anders gezegd: dat eventuele verschillen binnen de bandbreedte zullen blijven.

Blogreeks ‘Stikstof’

Wil je weten langs welke wegen met de huidige stand van het recht ontwikkelingen kunnen worden gefaciliteerd? Volg dan deze blogreeks.

De volgende onderwerpen komen aan bod:

Reacties

Geef een reactie