Menu

Zoek op
rubriek

Samenvatting - Stikstofuitstoot: waar zitten de problemen nu echt?

Op 25 september 2019 heeft de Commissie Remkes (hierna: het Adviescollege) haar eerste rapport ‘Niet alles kan’ aan de regering aangeboden. In dit rapport doet het Adviescollege aanbevelingen voor de korte termijn om de stikstofuitstoot in Nederland (uiteindelijk) drastisch te verminderen. Het Adviescollege verwacht met deze aanbevelingen voor de korte termijn dat een aantal urgente projecten met name op het gebied van de woningbouw en de infrastructuur kunnen worden vergund. De belangrijkste aanbevelingen zijn een drastische vermindering van de veestapel door sanering van oude stalsystemen en verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen.

17 december 2019

Opinie

Opinie

Aanleiding tot de instelling van het Adviescollege zijn de uitspraken van de Afdeling bestuursrecht geweest met betrekking tot activiteiten waarbij de uitstoot van stikstof een nadelige invloed heeft op de instandhoudingsdoelstelling van stikstofgevoelige flora in Natura 2000-gebieden. Al deze activiteiten kunnen niet doorgaan zolang er niet is aangetoond dat er concrete compensatie kan plaatsvinden.

Het Adviescollege heeft echter cruciale informatie niet bij haar aanbevelingen betrokken.

Allereerst heeft het meetinstrument TROPOMI aan boord van de Copernicus Sentinel-5p satelliet (van ESA) de uitstoot van NO2 goed in beeld gebracht, en uit de foto die breed in de media is getoond valt de enorme uitstoot boven de Benelux direct op. Voor Nederland is de uitstoot met name fors in het westen bij de grote chemische industrieën met een doorloop naar België, bij Schiphol en in het oosten van Limburg als randgebied van het Ruhrgebied. Het noorden van Nederland is op de foto deels groen en geel gekleurd.

Dit zou de conclusie rechtvaardigen dat bij de te nemen maatregelen onderscheid moet worden gemaakt naar gebieden waar activiteiten zijn voorgenomen.

In de tweede plaats heeft de Gezondheidsraad in haar rapport “De invloed van stikstof op de gezondheid” van 2012 enerzijds aangegeven dat reactief stikstof leidt tot aantasting van dit milieu en van de volksgezondheid. Daarbij constateert de Gezondheidsraad dat er nog veel onzekerheden bestaan over de gevolgen van een teveel aan reactief stikstof op de gezondheid en onbekend is wanneer er sprake is van een teveel. Nader onderzoek hiernaar is noodzakelijk, aldus de Gezondheidsraad. Naar analogie van de jurisprudentie met betrekking tot de Q-koorts zal de Afdeling bestuursrecht hierover overwegen dat zolang wetenschappelijk het verband tussen stikstofuitstoot en de gezondheid niet ondubbelzinnig wetenschappelijk is aangetoond, hiermee geen rekening kan worden gehouden.

In de derde plaats is er in 2017 een onderzoek verschenen naar het rekenmodel dat wordt gebruikt om de ammoniakemissies te verifiëren. Uit het onderzoek blijkt dat ammoniakemissies voortkomend uit bemestingsproeven uitgevoerd door onderzoekers van de Wageningen University Research (WUR), een forse en niet-gerapporteerde onzekerheid bevatten die voortkomen uit het gebruikte rekenmodel. Daar bovenop, met een onbekend percentage, komt de onzekerheid in de meetwaarden zelf, naast de onbekende meetspreiding. Deze onzekerheden werken door in de vaststelling van landelijke ammoniakemissies, aldus de onderzoekers. Uit het onderzoek volgt een opeenstapeling van rekenkundige, modelmatige, en argumentatieve tekortkomingen.

Dat kan, naar mijn mening, ook consequenties hebben voor het Aerius-rekenmodel, waarmee de stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden wordt vastgesteld. Deze wordt op decimale nauwkeurigheid vastgesteld. Hoe kan die vaststelling zo nauwkeurig zijn als er onzekerheden in het model zitten, die overigens niet worden vermeld? Dit zou best tot gevolgen kunnen leiden waardoor de voorgestelde drempelwaarden niet meer nodig zijn.

Zowel het Adviescollege als de Afdeling bestuursrecht nemen dit niet mee in hun overwegingen.

Ten slotte wordt er weinig maatwerk vanuit het veld geleverd. Uit een onderzoek bij een Natura 2000-gebied in Noord-Holland is gebleken dat voor veel van de habitattypen in dit Natura 2000-gebied al jaren sprake is van een overschrijding van de KDW voor stikstof. Ondanks deze overschrijding hebben deze habitattypen zich niet alleen gehandhaafd maar soms ook uitgebreid of in kwaliteit verbeterd sinds de laatste integrale vegetatiekartering in 2004. Deze habitattypen verkeren in deze Natura 2000-gebieden in een goede staat van instandhouding. In de beoordeling is geconstateerd dat deze habitattypen in het gebied voorkomen in voldoende oppervlakte en met goede kwaliteit, ondanks jarenlange overschrijding van de KDW’s. De relatief beperkte overschrijdingen van de KDW’s, de natuurlijke dynamiek in het gebied en het gevoerde beheer (waaronder begrazing) hebben voorkomen dat stikstof een nadelige invloed heeft gehad op deze habitattypen.

De Afdeling bestuursrechtspraak is hieraan helaas voorbijgegaan bij het beroep tegen het desbetreffende bestemmingsplan.

Tenslotte doet de auteur, met aan de hand van bovenstaande constateringen, een aantal suggesties.

Lees het volledige artikel hier.

Artikel delen