nieuws

Per 1 juli a.s.: inwerkingtreding ‘nieuwe’ Ladder Duurzame Verstedelijking

09-06-2017

Bijna - per 1 juli a.s. - geldt de nieuwe versie van de Ladder Duurzame Verstedelijking. De tekst ervan is bekend gemaakt in het Staatsblad 1) van 12 mei jl. De wijzigingen zijn bedoeld om de toepassing van de Ladder eenvoudiger te maken. De huidige regeling kent volgens de Minister de volgende knelpunten: onduidelijke begrippen, onduidelijke toepassing bij globale en flexibele bestemmingsplannen, de onderzoekslasten en de regionale afstemming.

1) https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-182.html

De wijzigingen zijn – op hoofdlijn – als volgt:

  • Er zijn niet langer drie treden die voor iedere nieuwe stedelijke ontwikkeling (nso) doorlopen moeten worden, maar in beginsel één. Voor iedere nso moet de behoefte aan die ontwikkeling worden gemotiveerd. Een extra eis – ‘trede’ – geldt voor locaties buiten bestaand stedelijk gebied: dan moet namelijk ook worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden.
  • Toepassing van de Ladder bij globale, flexibele plannen kan worden uitgesteld totdat het uitwerkingsplan of wijzigingsplan aan de orde is.
  • De term ‘actuele regionale behoefte’ wordt vervangen door ‘behoefte’.

Gevolgen voor de praktijk

Het is de vraag of deze tekstwijziging in de praktijk tot een wezenlijk andere beoordeling gaat leiden.

Zo zal voor iedere nso nog steeds de behoefte moeten worden onderbouwd en de vraag hoe dat moet gebeuren - welk marktsegment, welke regio, welk tijdvak, welk bestaande plancapaciteit – lijkt met deze wijziging van het Bro niet anders te worden. Daarvoor blijven de aard en omvang van de nso bepalend; dat zal dus nog steeds per geval moeten worden beoordeeld.

Voor wat betreft het doorschuiven van de motiveringsplicht bij globale, flexibele plannen is relevant dat ondanks dit doorschuiven het moederplan nog steeds inzage moet geven in de ruimtelijke effecten van die toekomstige stedelijke ontwikkeling (art. 3.1.6 lid 1 onder f Bro). Ook de algemene motiveringseis (art. 3:2 Awb) geldt gewoon. Ten tijde van het moederplan zal dus gekeken moeten worden naar de behoefte aan de desbetreffende nso om de uitvoerbaarheid van het plan te kunnen onderbouwen.

Verder zijn de begrippen ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ en ‘bestaand stedelijk gebied’ niet gewijzigd. Dat de term ‘actuele regionale behoefte’ is gewijzigd in ‘behoefte’ lijkt voor de praktijk evenmin veel betekenis te hebben. Het begrip ‘behoefte’ impliceert immers al dat de vraag actueel moet zijn en betrekking moet hebben op de desbetreffende regio.

Tot slot nog een opmerking over het overgangsrecht: dat is niet nodig geacht. De wijzigingen gelden daarom gelijk vanaf 1 juli a.s.

Meer van Omgevingsweb