Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Oorlog in Oekraïne leert EU belangrijke voedsellessen

Door de oorlog in Oekraïne is de export van met name tarwe, zonnebloemolie en oliezaden uit Oekraïne weggevallen, net als de export van kali-kunstmest uit Rusland en Wit-Rusland door de EU-boycot. Niet de EU, maar landen als Egypte, Indonesië, Bangladesh en Turkije zijn de grootste importeurs en hebben nu de meeste problemen. Turkije, Rusland, Oekraïne en de Verenigde Naties onderhandelen over mogelijke exportcorridors via de Zwarte Zee. Tot die er zijn maakt de oorlog in Oekraïne ook kwetsbaarheden in het Europese voedselsysteem zichtbaar.

Wageningen University & Research 29 juni 2022

Blog

Blog

De biologische veehouders, ook in Nederland, zijn voor hun veevoer sterk afhankelijk van biologisch geproduceerde tarwe en mais uit Oekraïne. Dat wordt nu nauwelijks meer geleverd, wat leidt tot grote prijsstijgingen. Daarom moeten we de import van biologisch veevoer over meerdere landen spreiden, ook binnen de EU. Denk aan Hongarije en Roemenië, waar dit veevoer tegen relatief lage kosten geproduceerd kan worden. Het is sowieso verstandig om niet afhankelijk te zijn van één land voor de grondstofvoorziening.

Kunstmest

Nederland importeerde tot voor kort veel kali-kunstmest uit Rusland en Wit-Rusland, maar die import ligt nu stil door de boycot in Europa. De EU kan deze kunstmest voortaan beter uit andere landen, zoals Canada, importeren. Bij een andere kunstmest, fosfaat, is de EU afhankelijk van de productie in fosfaatmijnen in Marokko. Hier kan de EU twee typen maatregelen nemen. Allereerst kunnen we het gebruik van kunstmest in de landbouw verminderen, door kunstmest efficiënter te gebruiken en verspilling tegen te gaan. Ten tweede kunnen bedrijven schaarse meststoffen als kali en fosfaat gaan recyclen. Ook kunnen waterbedrijven fosfaat terugwinnen uit onze uitwerpselen. Zo krijgt Nederland wellicht, mits dit duurzaam en betaalbaar kan, nieuwe recycle-mestfabrieken.

Een grote kwetsbaarheid van het Europese voedselsysteem is de sterke afhankelijkheid van veevoer (vooral sojaschroot) uit landen als Brazilië en de Verenigde Staten. Met die enorme import van soja importeren we in Nederland een mest- en stikstofprobleem. De EU kan deze kwetsbaarheid verminderen langs drie sporen: zelf meer veevoer produceren, de eigen landbouw minder afhankelijk maken van krachtvoer van buiten Europa, en een transitie stimuleren naar de consumptie van meer plantaardige eiwitten in plaats van vlees en zuivel. Daardoor kan de vlees- en melkproductie in de EU afnemen.

Met de grote import van soja importeren we in Nederland een mest- en stikstofprobleem

De EU kan dus drie lessen trekken uit de oorlog in Oekraïne om het voedselsysteem minder kwetsbaar te maken. Namelijk: de aanvoerlijnen van grondstoffen diversifiëren, een betere benutting en recycling van nutriënten en minder consumptie van dierlijke eiwitten.

Hoe verhouden deze lessen zich tot het nieuwe landbouwbeleid van de EU, de Farm to Fork-strategie? Met deze strategie wil de EU de impact van de voedselproductie op milieu en klimaat verminderen. Concreet streeft de EU naar halvering van het gebruik van pesticiden, vermindering van het gebruik van meststoffen met 20% en vermindering van het verlies van meststoffen (stikstof en fosfaat) met minimaal 50%. Ook moeten boeren meer koolstof gaan vastleggen in de bodem en hun afhankelijkheid van diervoeders van buiten de EU verminderen.

Voor een deel sluit onze kwetsbaarheidsanalyse hier goed bij aan. Zo helpt de afbouw van kunstmest, veevoerimport en pesticiden ons minder afhankelijk te worden van externe grondstoffen én de impact van de landbouw op milieu en klimaat te verkleinen. Twee vliegen in één klap.

Minder groei en meer plagen

Daarbij is van belang dat boeren niet zonder consequenties het gebruik van meststoffen en gewasbescherming kunnen afbouwen. Talloze studies tonen aan dat landbouwsystemen zonder kunstmest en pesticiden tot wel 25% minder produceren. Dit komt doordat de gewassen minder goed groeien en vaker last hebben van ziekten en plagen. Daarom moeten aanvullende maatregelen worden genomen, zoals het verder ontwikkelen en promoten van precisielandbouw en het inzetten op innovatieve technieken als Crispr-Cas. Dan kunnen we zuiniger omgaan met kunstmest, water en bestrijdingsmiddelen.

Ten tweede moet de EU nagaan hoe meer veevoer in Europa verbouwen zich verhoudt tot landbouwgrond uit productie nemen voor natuurontwikkeling. Voor het eerste is meer landbouwgrond nodig, terwijl het tweede doel landbouwgrond kost. Beide doelen halen lukt alleen als boeren in met name Oost-Europa hun productie per hectare verhogen zonder overmatig gebruik van meststoffen en bestrijdingsmiddelen. Deze duurzame intensivering speelt in de gehele EU. Dit vereist EU-stimulering van innovaties, zodat veredelingsbedrijven sneller nieuwe gewassen kunnen ontwikkelen die beter bestand zijn tegen ziekten, plagen, droogte en verzilting.

Risicospreiding

Ten derde is een robuust landbouwsysteem gebaat bij een diversiteit aan boeren, leveranciers, handelaren en andere partijen in de voedselketen. Diversiteit moet ervoor zorgen dat niet enkele partijen de markt en toevoer dicteren. Dit kan betekenen dat we niet alleen kopen bij de goedkoopste, meest efficiënte aanbieder op de markt. We kunnen naast voer uit Oekraïne ook inzetten op Hongaars biologisch veevoer, ook als dit straks duurder blijkt dan het biologisch voer uit Oekraïne. En we kunnen kiezen voor recycling van meststoffen in de EU, ook als dat duurder is dan aankoop van meststoffen uit de mijnen van Wit-Rusland en Marokko. Spreiding van risico’s gaat waarschijnlijk geld kosten.

Petra Berkhout en Bart de Steenhuijsen Piters zijn onderzoeker aan Wageningen University & Research.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.