Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Nieuwe wet- en regelgeving bestuursrecht en omgevingsrecht per 1 juli 2024

Per 1 juli 2024 is diverse nieuwe wet- en regelgeving in werking getreden. In dit blogbericht bespreken wij een aantal in het oog springende wijzigingen op het gebied van het bestuursrecht en het omgevingsrecht.

7 juli 2024

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

Bestuursrecht

Wet Adviescollege ICT-toetsing

De Wet van 14 februari 2024 houdende regels omtrent de instelling van een adviescollege voor de algehele verbetering en beheersing van ICT-projecten en informatiesystemen bij de centrale overheid (Wet Adviescollege ICT-toetsing) is met ingang van 1 juli 2024 in werking getreden (Stb. 2024, 94). 

Deze wet regelt de instelling van het Adviescollege ICT-toetsing: een permanent adviescollege voor toetsing van informatiesystemen, ICT-projecten en onderhoud- en beheeractiviteiten van de centrale overheid. In de periode van 25 november 2022 tot en met 30 juni 2024 was het adviescollege, vooruitlopend op inwerkingtreding van deze wet, ook al actief (destijds op basis van het Instellingsbesluit Adviescollege ICT-toetsing).

Wet vaste huurcontracten en besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst

Met de Wet van 11 december 2023 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek in verband met het afschaffen van tijdelijke huurcontracten (Wet vaste huurcontracten) wordt de mogelijkheid om tijdelijke huurcontracten voor woonruimten af te sluiten geschrapt. Tijdelijke verhuur voor de duur van twee jaar of korter blijft mogelijk ingeval wordt verhuurd aan personen die deel uitmaken van bij algemene maatregel van bestuur genoemde categorieën van personen. Met het Besluit van 5 juni 2024, houdende aanwijzing van groepen woningzoekenden met wie een huurovereenkomst voor bepaalde tijd kan worden aangegaan (Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst) is hieraan invulling gegeven. Dit besluit wijst groepen woningzoekenden aan die eenmalig een tijdelijke huurovereenkomst voor maximaal twee jaar kunnen krijgen voor zelfstandige en onzelfstandige woningen. 

De Wet vaste huurcontracten het Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomsten zijn op 1 juli 2024 in werking getreden (Stb. 2024, 153). 

Wet betaalbare huur en Besluit betaalbare huur

De Wet van 26 juni 2024 tot wijziging van de Wet goed verhuurderschap, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enige andere wetten in verband met de regulering van huurprijzen en de bescherming van rechten van huurders (Wet betaalbare huur) reguleert de aanvangshuurprijzen in het middensegment door de toepassing van het woningwaarderingsstelsel (“WWS”) uit te breiden. Daarnaast zijn de maximale huurprijzen op basis van het WWS dwingend geworden. Dit betekent dat verhuurders publiekrechtelijk verplicht worden de maximale huurprijzen van het WWS te respecteren. Gemeenten houden hier toezicht op en kunnen indien nodig handhavend optreden.

De Wet betaalbare huur is, met uitzondering van artikel I, met het Besluit betaalbare huur in werking getreden per 1 juli 2024 (Stb. 2024, 197).

Reparatiewet OCW 2024

De Wet van 18 april 2024 tot wijziging van wetten op met name het terrein van onderwijs, cultuur en wetenschap in verband met het repareren van wetstechnische en redactionele vergissingen en verschrijvingen (Reparatiewet OCW 2024) voorziet in de verbetering van wetten op het terrein van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (“OCW”) of op het terrein van andere ministeries voor zover die wetten samenhang hebben met OCW-wetgeving. Het gaat om correcties van verschrijvingen, verwijzingen en andere wetstechnische omissies, wetstechnische verbeteringen en herformuleringen, alsmede het schrappen van dode letters.

De artikelen IX en XII, onderdeel A, van de Reparatiewet OCW 2024 treden in werking met ingang van 1 juli 2024 (Stb. 2024, 154). Deze onderdelen wijzigen de Wet Normering Topinkomens (“WNT”) en de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek. Bijlage I bij artikel 1.3 WNT is gewijzigd en aan de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek is toegevoegd dat deze wet mede van toepassing is in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 

Wijziging openbaarmaking toezicht- en uitvoeringsgegevens Gezondheidswet en Jeugdwet

Het Besluit van 27 mei 2024, houdende wijziging van het Besluit openbaarmaking toezicht- en uitvoeringsgegevens Gezondheidswet en Jeugdwet in verband met de toevoeging van Standaard Bedrijfsindeling codes (SBI-codes) aan de bijlage van dit besluit zodat inspectiegegevens binnen het Toezichtsdomein traject Horeca met betrekking tot bepaalde ambachtelijke bedrijven en retailbedrijven openbaar kunnen worden gemaakt is met ingang van 1 juli 2024 in werking getreden (Stb. 2024, 141). 

Artikel 44, eerste lid, van de Gezondheidswet en artikel 9.7, eerste lid, van de Jeugdwet bieden een specifieke grondslag voor het actief openbaar maken van toezicht- en uitvoeringsgegevens. Met de openbaarmaking van die gegevens wordt beoogd de naleving van regelgeving te bevorderen, het publiek inzicht te geven in de wijze waarop het toezicht en de uitvoering worden verricht en wat de resultaten van die verrichtingen zijn. De verplichting tot openbaarmaking van informatie geldt voor zover deze informatie bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen. Daar voorziet het Besluit openbaarmaking toezicht- en uitvoeringsgegevens Gezondheidswet en Jeugdwet in: onderdeel I van de bijlage behorend bij de artikelen 2 en 3 van dat besluit ziet op de actieve openbaarmaking van gegevens door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (“NVWA”). 

Met dit wijzigingsbesluit wordt onderdeel I van de bijlage uitgebreid: meerdere Standaard Bedrijfsindeling codes zijn aan de bijlage toegevoegd, waardoor de NVWA in staat wordt gesteld de toezicht- en inspectiegegevens binnen deze bedrijfscategorieën openbaar te maken. Dit maakt dat de NVWA meer toezichtgegevens openbaar kan maken.

Wijziging Tabaks- en rookwarenbesluit i.v.m. het verbieden van de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten in verkooppunten eet en horeca inrichtingen

Het Besluit van 10 april 2024, houdende wijziging van het Tabaks- en rookwarenbesluit in verband met het verbieden van de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten in supermarkten en horeca-inrichtingen heeft als doel het aantal verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten te verminderen. Verkooppunten die in overwegende mate zijn gericht op de verkoop van eet- en drinkwaren aan particulieren (supermarkten) en horeca-inrichtingen, mogen geen tabaksproducten en aanverwante producten, zoals e-sigaretten, meer verkopen. Dit besluit is met ingang van 1 juli 2024 in werking getreden (Stb. 2024, 89).

Wijziging BTIV verkoopregels en DAEB-grondposities

Het Besluit van 9 april 2024, houdende wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 in verband met aanpassing van de verkoopregels en termijn voor grondposities en wijziging van het Besluit energieprestatievergoeding huur in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vernummering van artikel 4 wijzigt twee besluiten. De wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (“BTIV”) is op 1 juli 2024 in werking getreden. De wijziging van het Besluit energieprestatievergoeding huur is al eerder in werking getreden (Stb. 2024, 105).

Het BTIV is gewijzigd aan de hand van de afspraken uit het coalitieakkoord Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst en de Nationale Prestatieafspraken die de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met de corporatiesector, huurders en gemeenten heeft gesloten. Met deze wijziging is beoogd corporaties beter in staat te stellen de grote maatschappelijke opgaven rond de beschikbaarheid, betaalbaarheid, kwaliteit en duurzaamheid van woningen op te pakken. 

De aanpassing van de regelgeving heeft de volgende consequenties:

  • Verhuurde blijvend gereguleerde woningen die de corporatie wil verkopen moeten, net als nu het geval is, eerst worden aangeboden aan de zittende huurder;

  • Onverhuurde blijvend gereguleerde woningen moeten, als het eengezinswoningen betreft, worden aangebonden aan tenminste alle huurders van sociale (Diensten van Algemeen Economisch Belang, “DAEB”-)huurwoningen in de gemeente van alle woningcorporaties die in die gemeente actief zijn;

  • Verhuurde potentieel te liberaliseren woningen moeten, als het eengezinswoningen betreft, aan de zittende huurder worden aangeboden; en

  • Onverhuurde potentieel te liberaliseren eengezinswoningen moeten worden aangeboden aan tenminste alle huurders van sociale (DAEB-)huurwoningen in de gemeente van alle woningcorporaties die daar actief zijn.

Regeling specifieke uitkering huisvesting grote gezinnen vergunninghouders tweede tranche

De Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 mei 2024, houdende regels voor het verlenen van een specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van de versnelde huisvesting en begeleiding van grote gezinnen vergunninghouders (Regeling specifieke uitkering huisvesting grote gezinnen vergunninghouders tweede tranche) is per 1 juni 2024 in werking getreden (Stcrt. 2024, 16795). Het doel van deze regeling is het stimuleren van versnelde huisvesting van grote gezinnen van vergunninghouders in de gemeente waaraan zij zijn gekoppeld, zodat zij kunnen starten met de integratie en participatie in de Nederlandse samenleving. Door een versnelde huisvesting wordt ook de druk op de opvangcapaciteit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers verlicht. Dit doel wordt gerealiseerd door de mogelijkheid te bieden om op aanvraag van een college aan een gemeente een specifieke uitkering te verlenen, die ziet op noodzakelijke ingrepen voor het geschikt maken van een object voor bewoning door een groot gezin van vergunninghouders door aanpassing of transformatie ervan of door plaatsing van een bouwwerk op het perceel van dat object.

Wijziging Regeling Wet kinderopvang in verband met verlenging van de BIO-maatregel

De Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2024, nr. 2024-0000096583, tot wijziging van de Regeling Wet kinderopvang en tot intrekking van de Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 december 2021 tot Wijziging van de Regeling Wet kinderopvang in verband met het verruimen van de inzet van beroepskrachten in opleiding (Stcrt. 2021, 50240) in verband met verlenging van de verruimde inzet van beroepskrachten in opleiding verlengt de mogelijkheid dat in de kinderopvang een groter deel van de bezetting mag bestaan uit beroepskrachten in opleiding. In het kader van de aanpak van de werkdruk en de personeelstekorten in de kinderopvang is sinds 1 januari 2022 de mogelijkheid tot het inzetten van beroepskrachten in opleiding verruimd van 33 procent naar 50 procent van het totaal minimaal in te zetten beroepskrachten op een kindercentrum. Deze maatregel gold in eerste instantie voor de duur van een half jaar, tot 1 juli 2022, en was vervolgens verlengd tot 1 juli 2024. 

Deze regeling verlengt de maatregel tot 1 juli 2026 vanwege de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt (Stcrt. 2024, 13991).

Omgevingsrecht

Wijziging van de Kernenergiewet in verband met de aanpassing van de taak van de ANVS ten aanzien van beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie

De Wet van 10 april 2024, houdende wijziging van de Kernenergiewet in verband met de aanpassing van de taak van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming ten aanzien van beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie past de omschrijving van de taak en verantwoordelijkheid van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (“ANVS”) aan. De voorbereiding en evaluatie van nucleaire wet- en regelgeving wordt bij de ANVS weggehaald en ondergebracht bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De ANVS zal op basis van specifieke kennis en deskundigheid adviseren over beleid en wet- en regelgeving. In verband hiermee is artikel 3 lid 3 onderdeel c van de Kernenergiewet aangepast. Dit sluit aan bij artikel 5, derde lid, onderdeel a, van Richtlijn 2009/71/Euratom tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties. Deze wet is met ingang van 1 juli 2024 in werking getreden (Stb. 2024, 177).

Wijziging van de Wet dieren i.v.m. enkele aanpassingen van de diergezondheidsregels

De Wet van 29 mei 2024 tot wijziging van de Wet dieren in verband met actualisering van de diergezondheidsregels en enkele technische aanpassingen wijzigt de Wet dieren op verschillende onderdelen en treedt per 1 juli 2024 in werking (Stb. 2024, 160). 

Aanleiding voor wijziging van de Wet dieren waren voortschrijdend inzicht en nieuwe ontwikkelingen voor de informatieplicht voor een houder van dieren bij een besmettelijke dierziekte. De wet wijzigt onder meer de bepalingen over kentekenen en waarschuwingsborden bij een (dreigende) uitbraak van een besmettelijke dierziekte en brengt enkele technische aanpassingen aan in de regels over tegemoetkoming in de schade als gevolg van bestrijdingsmaatregelen.

Besluit tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met het beperken van emissies van kooldioxide door verkeer

Met het Besluit van 28 november 2023 tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met het beperken van emissies van kooldioxide door werkgebonden personenmobiliteit wordt invulling gegeven aan een afspraak die is gemaakt in het kader van het Klimaatakkoord. Met de regels in de nieuwe afdeling 18.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving (“Bal”) wordt beoogd de emissies in de lucht van kooldioxide die ontstaan door verbranding van brandstof in de motor van voertuigen te beperken. Het gaat daarbij om emissies die ontstaan door reizen die door werknemers worden gemaakt in het kader van de dienstbetrekking (werkgebonden personenmobiliteit). De nieuwe regels zijn gericht tot ondernemingen en rechtspersonen met 100 of meer werknemers. In de regels wordt onderscheid gemaakt tussen woon-werkmobiliteit en zakelijke mobiliteit. 

Dit wijzigingsbesluit is met ingang van 1 juli 2024 in werking getreden, met uitzondering van de aanpassingen betreft artikel 18.12, tweede en derde lid, van het Bal (Stb. 2024, 472).

Voor meer informatie over dit wijzigingsbesluit verwijzen wij naar dit blogbericht dat op 22 februari 2024 is verschenen op Stibbeblog over het Besluit werkgebonden personenmobiliteit. 

Wijziging Besluit kwaliteit leefomgeving (vervallen reservering parallelle Kaagbaan)

Met het Besluit van 11 april 2024, houdende wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving in verband met het vervallen van de aanwijzing van het reserveringsgebied van de parallelle Kaagbaan, het vervallen van de aanwijzing van het gebied waar zich militaire laagvliegroute 10A bevindt en de in die gebieden geldende beperkingen vervalt de ruimtereservering ten behoeve van het Rijk voor de parallelle Kaagbaan en vervalt de aanwijzing van het gebied waar de militaire laagvliegroute 10A zich bevindt. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen hoeft hiermee geen rekening meer gehouden te worden. Het besluit is 1 juli 2024 in werking getreden (Stb. 2024, 166).

Besluit beperkingengebied Weeze

Het Besluit beperkingengebied Weeze en wijzigingen Besluit activiteiten leefomgeving en Omgevingsbesluit is met ingang van 1 juli 2024 in werking getreden (Stb. 2024, 167).

Met de inwerkingtreding van de wijziging van de Wet luchtvaart met betrekking tot de gevolgen van buitenlandse luchthavens voor de ruimtelijke ordening op Nederlands grondgebied (Stb. 2012, 582) is in die wet titel 8A.6 opgenomen over de planologische gevolgen van buitenlandse luchthavens op Nederlands grondgebied. Het in die titel opgenomen artikel 8a.54 verplicht tot het vaststellen van een beperkingengebied in verband met de nabijheid van een aantal daarin genoemde buitenlandse luchthavens, waaronder de burgerluchthaven Weeze. Dit besluit geeft invulling aan die titel, voor zover het gaat om die buitenlandse luchthaven. Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele wijzigingen door te voeren in het Bal om achteruitgang van de informatiepositie van de Inspectie Leefomgeving en Transport ten opzichte van die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op te heffen.

Wijziging Bbl i.v.m. vervallen maatwerk voor BENG en MPG, verbeteren veiligheid en gezondheid in gebouwen e.a.

Het Besluit van 21 november 2023 tot wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met de landelijke uniformering van de energie- en milieuprestatie bij nieuwbouw, het verbeteren van de veiligheid en gezondheid in gebouwen en enkele andere wijzigingen wijzigt het besluit bouwwerken leefomgeving (“Bbl”) aangebracht. Met dit besluit vervalt onder meer de mogelijkheid voor gemeentelijk maatwerk voor de energieprestatie en de milieuprestatie van gebouwen in het Bbl. De norm voor de energieprestatie is een bijna-energieneutraal gebouw (“BENG”). De BENG-eisen omvatten maximum waarden voor energiebehoefte en primair fossiel energiegebruik en een minimum waarde voor het aandeel hernieuwbare energie (artikel 4.149 Bbl). De milieuprestatie gebouwen geeft aan wat de maximum milieubelasting mag zijn van de materialen die in een gebouw worden toegepast (artikel 4.159 Bbl).

Voor meer informatie over de BENG-eisen, enkele in het oog springende wijzigingen met betrekking tot de EPBD IV, waaronder de betekenis van de ZEB, verwijzen wij naar dit blogbericht dat op 5 juni 2024 is verschenen op Stibbeblog.

Wijziging Omgevingsregeling i.v.m. de periodieke beoordeling van de constructieve veiligheid

In het Bbl is een wettelijke periodieke beoordelingsplicht voor de constructieve veiligheid van grote publieke gebouwen opgenomen. Met de Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 3 april 2024, nr. 2024-0000165749, houdende wijziging van de Omgevingsregeling in verband met de vaststelling van regels voor de periodieke beoordeling van de constructieve veiligheid van een bouwwerk, wijziging van de regels over de onderzoeksplicht van breedplaatvloeren, het aanwijzen van een nieuwe versie van een CCV-inspectieschema en enkele andere wijzigingen wordt de nieuwe verplichting verder uitgewerkt. Deze regeling is per 1 juli 2024 in werking getreden (Stcrt. 2024, 12699).

Tijdelijke subsidieregeling zero emissie mobiliteit

Het Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 17 juni 2024, nr. IENW/BSK-2024/160170, tot wijziging van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland op het terrein van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in verband met de subsidiëring van activiteiten in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit voorziet in een juridische grondslag voor het verstrekken van subsidie aan ondernemingen voor de aanleg of opwaardering van oplaad- of tankinfrastructuur of de aanschaf of retrofitting van emissievrije voertuigen. De regeling heeft tot doel investeringen in oplaad- en tankinfrastructuur en emissievrije voertuigen te stimuleren en hiermee een bijdrage te leveren aan de vermindering van de uitstoot van CO2 en luchtverontreinigende stoffen. Met de subsidieverstrekking wordt uitvoering gegeven aan het Klimaatakkoord.

De tijdelijke subsidieregeling zero emissie mobiliteit is op 1 juli 2024 in werking getreden (Stcrt. 2024, 19713).

Tot slot

Voor een uitgebreider overzicht met wet- en regelgeving die per 1 juli 2024 in werking is getreden raadpleegt u OndernemerspleinOverheid.nl en Rijksoverheid.nl

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.