Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Natuuronderzoek helpt bescherming dieren bij ontwikkeling windparken op de Noordzee

Wat kunnen ontwikkelaars en eigenaren van windparken op zee doen om rekening te houden met vogels, vleermuizen en onderwaterleven? En wat voor eisen moet de overheid vooraf stellen ter bescherming van de natuur op de Noordzee? Donderdag 9 juli is de minifilm 'Windenergie op zee en de natuur' gelanceerd waarin het antwoord op deze vragen centraal staat.

RVO 10 juli 2020

Bekijk de film over wind op zee en de effecten op de natuur

.

Belangrijke resultaten tot nu toe

  • Het onderzoeksprogramma Wozep (Windenergie op zee ecologisch programma) onderzoekt preciezer welke geluidsfrequentie voor bruinvissen het meest schadelijk is en welke maatregelen helpen. Bellenschermen en mantels rondom de heipalen worden nu al succesvol toegepast. Op basis van het onderzoek van Wozep is de maximale geluidsnorm onder water vastgesteld op 168 dB voor windparken die gebouwd worden na 2023.

  • Wozep-onderzoekers volgen in 2020 en 2021 circa 70 zee- en kustvogels met een zender om hun dagelijkse vliegbewegingen in en nabij een windpark te volgen. Het gaat bijvoorbeeld om grote sterns, kleine mantelmeeuwen en zilvermeeuwen.  

  • Vleermuizen vliegen over zee naar Engeland. Dit doen ze vooral in de herfst, maar ook in het voorjaar. Wozep heeft ontdekt dat ze vooral beginnen aan de oversteek als er weinig wind is en bij bepaalde weersomstandigheden. Als de molens dan stilgezet worden, kan dat 40% slachtoffers schelen.

  • Bij trekvogels wordt onderzoek gedaan tijdens de massale vogeltrek in het voor- en najaar. Wozep onderzoekt met name bij welke weersomstandigheden ze mogelijk op rotorhoogte vliegen. Met de kennis uit het onderzoek wordt een voorspellingsmodel gebouwd om 48 uur van tevoren te voorspellen of grote aantallen vogels gaan trekken. Door de molens tijdens massale trek stil te zetten, scheelt dat veel slachtoffers onder trekvogels.

Wat wordt onderzocht?

Wozep doet van 2016 tot en met 2023 onderzoek naar de aanleg en het gebruik van windparken op zee. Gekeken wordt naar de effecten op:

  • Bruinvis en de gewone en grijze zeehond; deze soorten ondervinden overlast van het heigeluid in de aanlegfase van een windpark.

  • Zee- en kustvogels; sommige soorten vermijden het gebied waardoor hun leefgebied kleiner of moeilijker te bereiken wordt. Soorten die de windparken niet vermijden, kunnen geraakt worden door de rotorbladen.

  • Trekvogels en vleermuizen; zij lopen risico op aanvaringen tijdens de voor- en najaarstrek.

  • De processen in de Noordzee. De palen van de molens kunnen invloed hebben op onder andere het zeeleven wat zich thuis voelt op de bodem, en op golven, stroming en gelaagdheid van het water in temperatuur en zuurstof.  

Naar een duurzame energievoorziening

Windenergie op de Noordzee biedt kansen voor een duurzame en welvarende toekomst. In 2030 moet minimaal 27% van alle energie duurzaam zijn. Om dit doel te halen is windenergie op zee onmisbaar. Daarbij moet zorgvuldig omgegaan worden met de belangen van alle gebruikers van de Noordzee, waaronder dus ook de natuur.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de verdere uitrol van windenergie op zee plaatsvindt binnen de ecologische draagkracht van de Noordzee. In het onlangs gesloten Noordzeeakkoord zijn afspraken gemaakt over de balans tussen windenergie op zee, natuur en visserij. Hierbij is afgesproken om de effecten op de natuur extra te monitoren en aanvullend onderzoek te doen.

Opdrachtgever

Het onderzoeksprogramma Wozep (Windenergie op zee ecologische programma) van Rijkswaterstaat doet in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat sinds 2016 onderzoek naar natuurvraagstukken bij de ontwikkeling van windparken.

Artikel delen

Reacties

Geef een reactie