Menu

Filter op
content
Omgevingsweb

Natuurbescherming en projectontwikkeling

Pieter van Goor legt in zijn blog uit wat een advocaat kan betekenen voor projectontwikkelaars. In deze blog behandel ik één van de onderwerpen waarover ik veel projectontwikkelaars, maar ook bedrijven adviseer: op een goede manier uitvoering geven aan de Wet natuurbescherming.

8 januari 2023

Wettelijk kader

Natuurbescherming is in het omgevingsrecht geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Die wet is gebaseerd op internationale verdragen en Europese richtlijnen. De Wnb regelt in essentie de bescherming van Natura 2000 gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden.

Voor de ontwikkelpraktijk

Voor deze blog ga ik ervan uit dat in de ontwikkelpraktijk het zelden of nooit voorkomt dat er een ontwikkeling plaatsvindt in een Natura 2000 gebied. Ontwikkelingen kunnen wel plaatsvinden naast of op enige afstand van een Natura 2000 gebied.

Bescherming van Natura 2000 gebieden

Als het gaat om de bescherming van Natura 2000 gebieden, dan is het relevant welke gevolgen de ontwikkeling heeft op dat gebied. In de kern gaat het dan om emissie van stoffen vanuit de projectlocatie die kunnen neerslaan op het Natura 2000 gebied. Ieder Natura 2000 gebied heeft specifieke kenmerken die worden beschermd.

Bescherming van soorten

Als het gaat om de bescherming van soorten, dan is het relevant welke soorten er specifiek aanwezig zijn op de locatie waar de ontwikkeling is beoogd.

Zorgplicht

De wetgeving gaat uit van zorgplicht:

Een ieder moet voldoende zorg in acht nemen voor Natura 2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten en dieren (met inbegrip van hun leefgebied). De zorgplicht is van toepassing op situaties waarvan een ieder weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat het doen of nalaten nadelige gevolgen kan veroorzaken voor de gebieden en de dieren en planten.

Verboden, behoudens

De wet bevat vergunningplichten (“het is verboden, behoudens vergunning”) en ontheffingsmogelijkheden (“het is verboden, behoudens ontheffing”). Dit duidt men ook wel aan als een natuurtoestemming.

Keuzemogelijkheid

Voor een bouw activiteit (artikel 2.1 sub a Wabo) waarvoor toestemming op grond van de Wnb nodig is, heeft de initiatiefnemer een keuze:

  1. Een separate vergunning;

  2. een bij de omgevingsvergunning aangehaakte natuurtoestemming (wat neerkomt op een omgevingsvergunning op grond van de bouwregelgeving én op grond van de natuurregelgeving in één besluit).

Hoe die keuze tot stand komt, wordt beïnvloed door het proces van projectontwikkeling.

Proces

In het proces van de ontwikkeling van een locatie, zitten verschillende deelprojecten en het deelproject natuur is daar één van. Het is belangrijk om aan het begin van je project te beoordelen, op welke manier je met het deelproject natuur om gaat.

Natura 2000

Het beoordelen van de natuurwaarden van of nabij een locatie, is het startpunt. Bij je locatieonderzoek kijk je altijd wat het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is en hoe het daarmee gesteld is.

Overbelaste ecosystemen

Over het algemeen kun je stellen dat de Natura 2000 gebieden in Nederland allemaal overbelast zijn met stikstof.

Even kort, wat is stikstof:

Het gaat in wezen om twee ‘stikstoffen’: stikstofoxiden uit verkeer (c.a. verbranding van fossiele brandstoffen) (NOx) en stikstofverbindingen uit boerenbedrijven, meestal in de vorm van ammoniak (NH3). Deze slaan neer in de natuur en werken als voedingsstof. Daardoor groeien sommige planten beter dan andere. Maar door te veel aan stikstof verdwijnen planten. Net als dieren die daar van eten. Dat is een grote bedreiging voor de biodiversiteit. Ecosystemen raken uit evenwicht. Een teveel aan stikstofneerslag op een Natura 2000 gebied leidt ertoe dat het ecosysteem als een kaartenhuis in elkaar stort.

Afstand

Over het algemeen geldt dat als de afstand groter is dan 10 km, voor de meeste projecten op voorhand gevolgen voor Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten. Voor kleinere projecten zal dat al bij een geringere afstand op gaan.

AERIUS berekening

Het berekenen van de gevolgen, zowel voor de bouwfase als voor de gebruiksfase kan door middel van een AERIUS berekening. Als de uitkomst 0,00 mol per hectare per jaar is, is ‘stikstof’ zoals dat heet geen probleem voor het project.

Voortoets

Indien de uitkomst hoger is dan 0,00 mol (maar niet veel hoger), dan kan door middel van een voortoets nader onderzoek gedaan worden of het mogelijk is door aanpassingen aan het bouwplan, de emissie te verlagen tot 0,00.

Passende beoordeling

Indien de uitkomst (relevant) hoger is, dan zal een passende beoordeling moeten worden gemaakt en is een natuurvergunning noodzakelijk. Ik ga zo nog verder in op de voortoets.

Flora en fauna

Het tweede element van het locatieonderzoek betreft het onderzoek naar wat er op de locatie zelf gebeurt. Welke flora en fauna is ter plaatse aanwezig en welke beschermde soorten maken gebruik van het gebied als nestplaats, om te fourageren en dergelijke. Dit onderzoek wordt vaak uitgevoerd in de vorm van een quick scan flora en fauna.

Seizoenen

Het is belangrijk om dit onderzoek in een vroeg stadium uit te voeren. De reden hiervoor is soms uit een quick scan volgt dat een gebied mogelijk een functie vervult voor (bijvoorbeeld) vleermuizen, maar dat dit pas met zekerheid kan worden vastgesteld na een nader onderzoek. Zo’n nader onderzoek neemt veel tijd in beslag, doordat het op verschillende momenten in de seizoenen van een jaar moet worden uitgevoerd.

Maatregelen

Stel dat de aanwezigheid van flora en fauna wordt vastgesteld, dan kost het ook tijd om te onderzoeken welke maatregelen getroffen kunnen worden. Ook de uitvoering van die maatregelen kan weer tijd kosten. Zeker als er sprake is van (al dan niet) leegstaande opstallen op een ontwikkellocatie of als de locatie verwilderd is, moet de natuur als deelproject van de ontwikkeling vroeg op de agenda staan.

Beheer van een locatie

Let er ook op dat je een locatie die wordt herontwikkeld, goed beheert. Zeker als een planprocedure enige tijd in beslag neemt, is het belangrijk om te voorkomen dat in de tussenliggende tijd nieuwe natuurwaarden ontstaan die op het moment van daadwerkelijke realisatie alsnog een belemmering opwerpen.

Voortoets

Stel dat er uit de AERIUS berekening volgt dat er meer stikstof neerslaat dan 0,00 mol per hectare per jaar. Dan is een voortoets nodig. Stel dat de uitkomst daarvan is dat er geen aanpassingen gemaakt kunnen worden aan het plan of het bouwproces om alsnog op de norm van 0,00 mol te komen. Dan kunnen intern- of extern salderen soms een oplossing bieden.

Intern- en extern salderen

Als een voormalige agrarische locatie is gekocht als transformatiegebied voor woningbouw, dan is het altijd de vraag of het mogelijk is om de emissie die aan het gebied verbonden was, weg te strepen tegen de emissie die de nieuwe ontwikkeling veroorzaakt.

Er zijn twee manieren van ‘tegen elkaar wegstrepen’ ofwel ‘salderen’. De ene manier is ‘intern’ en die houdt in dat de activiteit op de locatie zelf eindigt (met bijbehorende emissie) waarna de nieuwe activiteit op dezelfde locatie, daar voor terug komt.

De andere manier is ‘extern’ en die houdt in dat een andere activiteit wordt beëindigd. Ik bespreek eerst het interne salderen.

Waarmee salderen?

Bij het salderen is het van belang te bepalen wat er precies gebeurde op de locatie die wordt getransformeerd. Wat was de bestaande legale situatie?

Referentiesituatie

Of het legaal is, moet gekeken worden naar de referentiesituatie:

Is er sprake van een actuele natuurvergunning? Dan bepaalt die het maximaal toegestane effect op het Natura 2000 gebied.

Milieuvergunning als referentie

Is er geen sprake van een natuurvergunning? Dan bepaalt de milieuvergunning die is verleend voordat het Natura 2000 gebied werd aangewezen gebied (vaak 2004 of 1994, soms later) met inbegrip van latere vergunde wijzigingen het maximaal toegestane effect. Daarbij is van belang dat als de activiteit zou zijn gestaakt, het wel zonder natuurtoestemming moet kunnen zijn om de activiteit te hervatten (dus: geen nieuwe bouwactiviteiten).

Intern salderen

Voor intern salderen is er geen natuurvergunning nodig. Wel gelden er voorwaarden:

  • De activiteit moet daadwerkelijk worden beëindigd.

  • Uit de berekening moet volgen dat er per saldo niet meer dan 0,00 mol per hectare per jaar wordt toegevoegd.

Over het moment van het beëindigen van de activiteiten het volgende.

  • Uit de koopovereenkomst van tijdens of voordat de activiteit werd beëindigd, moet blijken dat deze is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling;

  • Het moet uitgesloten zijn dat de activiteit sowieso zou zijn geëindigd;

  • Tussen de beëindiging en de planvaststelling moeten geen andere, stikstof veroorzakende activiteiten zijn ontplooid.

Let hier dus op bij het contracteren!

Extern salderen

Externe salderen is een stap die aan de orde kan komen als uit de voortoets blijkt dat er meer dan 0,00 mol per hectare per jaar neerslaat op een Natura 2000 gebied. Dat betekent dat je in de fase bent van de passende beoordeling. De procedure om tot een natuurtoestemming te komen wordt nu complexer.

Nader onderzoek

Er wordt dieper ingegaan op de staat van instandhouding van bepaalde kwetsbare habitattypen en wat ervoor nodig is om de kwetsbaarheid te verminderen. Soms kan extern salderen een oplossing zijn. Dit houdt in dat je kijkt naar andere vergunde activiteiten die op hetzelfde Natura 2000 gebied óók een negatief effect hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uitkoop van een boer die in de nabijheid van de bouwlocatie gevestigd is. Het is niet ondenkbaar dat de uitkoop sowieso nodig zou zijn voor je project, omdat stikstof m.n. bij agrarische activiteiten ook samenhangt met geur.

Voor extern salderen geldt in de basis hetzelfde als voor intern salderen (legale, vergunde activiteiten).

Maximum 70%

Extern salderen is mogelijk tot een maximum van 70% van de emissie van het ‘saldogevende’ bedrijf. Het saldogevende bedrijf moet z’n vergunning inleveren en ook tot sloop van gebouwen overgaan (tenzij het gebruik van de gebouwen op een andere manier wordt bestemd, denk bijvoorbeeld aan een stal die een caravanopslag wordt of een boerenbedrijf dat een recreatieve bestemming krijgt). Al met al vergt dit (a) aandacht voor de contracten en de zekerheden en (b) kan het een kostbare aangelegenheid zijn.

Bestemmingsplan

Over het salderen in het kader van een bestemmingsplan moet niet te lichtvaardig worden gedacht. In een bestemmingsplan kunnen niet zonder meer twee activiteiten met elkaar gesaldeerd worden zonder passende beoordeling als ze niet op de zelfde locatie plaatsvinden. Het moet vast staan dat ze als één ruimtelijke ontwikkeling te gelden hebben. Als het twee losstaande ontwikkelingen zijn die wel in hetzelfde plan zitten, maar onderling niks met elkaar te maken hebben, moet er een passende beoordeling worden gemaakt. Voor dat de activiteiten tegen elkaar weggestreept moeten worden, moet vast staan dat de weg te strepen activiteit (“mitigerende maatregel”), als is aangetoond dat deze effectief is (het betrokken natuurgebied moet erop vooruit gaan).

Nuances / complexiteiten

Ik behandel hier de relatief overzichtelijke en meest voorkomende situaties indachtig dat de eventuele neerslag van stikstof laag is en het probleem kan worden opgelost met in- of desnoods extern salderen. Hoe dichter je bij een Natura 2000 gebied zit, hoe complexer de casus kan worden. Het kan zijn dat het nodig is om onderzoek te doen naar alternatieven, naar compenserende maatregelen of dat een beroep moet worden gedaan op ‘dwingende redenen van groot openbaar belang’. Het spreekt voor zich dat dit spoor risicovoller, complexer en tijdrovender is. Het is ook gevoelig(er) voor procedures.

In één vergunning of separaat?

Het bevoegd gezag inzake natuurbescherming ligt bij de provincie. Het hangt er vanaf wat er in de voortoets is gebleken, of je beter de natuurvergunning of ontheffing separaat indient of via de omgevingsvergunning voor het project bij de gemeente.

Ik kom verschillende varianten tegen.

Bijvoorbeeld: als het bestemmingsplan de transformatie qua functies al mogelijk maakt, maar al wat ouder is en er sprake is van de nabijheid van Natura 2000 binnen 10 km, dan is het verstandig om voor de natuuraspecten van het project een aparte procedure te doorlopen. Als je zekerheid hebt omtrent de natuurvergunning, kan dat de vervolgstappen m.b.t. de omgevingsvergunning versnellen.

Let er op dat als voor het aspect natuur, het onderdeel soorten bescherming op de locatie zelf, een ontheffing wordt verleend, deze ontheffing een beperkte houdbaarheid heeft. Mettertijd kunnen alsnog nieuwe natuurwaarden op de ontwikkellocatie zelf ontstaan. Denk dus (nogmaals) aan het plaatselijke beheer.

In de volgende blog zal ik enkele praktijkvragen bespreken.

Wil je meer weten? Ik help je graag!

Caren Schipperus

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.