Menu

Zoek op
rubriek

Modelverordening adviescommissie is klaar

Cate, Flip ten
15 oktober 2020

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten publiceerde eind september de Modelverordening op de gemeentelijke adviescommissie. 1) Er is anderhalf jaar lang intensief gewerkt aan dit stuk, dat de kwaliteitsadvisering onder de Omgevingswet moet veiligstellen.

Gemeenten hebben tot 31 december 2021 de tijd om op basis van het model een gemeente-specifieke verordening door de gemeenteraden te laten vaststellen. Met de ingangsdatum van de Omgevingswet vervalt de grondslag voor de huidige kwaliteitsadvisering door welstands- en monumentencommissies, stads- en dorpsbouwmeesters en commissies ruimtelijke kwaliteit.

De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit is de initiatiefnemer van de verordening, en de bijbehorende Handreiking die al begin 2020 verscheen. Auteurs José van Campen en Wim Mulder hebben ervoor nauw samengewerkt met juristen en specialisten van de VNG, de Rijksdienst Cultureel Erfgoed en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het is geen blauwdruk geworden.

De Omgevingswet verlangt dat gemeenten expliciete keuzes maken over de taken van de adviescommissie omgevingskwaliteit. Dat pakket kan zich beperken tot advisering over wijzigingen aan rijksmonumenten, maar ook de hele ruimtelijke kwaliteit in relatie tot veiligheid, gezondheid en participatiebeleid omvatten.

1) https://www.omgevingsweb.nl/publicaties/modelverordening-gemeentelijke-adviescommissie/

Autonomie intact
Er is gekozen voor een verordening die de bestaande adviescolleges en eventuele andere adviseurs (stadsbouwmeesters, kwaliteitsteams, supervisors) in één adviesstelsel samenbrengt. Deze keus voorkomt dat verschillende experts op verschillende momenten in het proces tegenstrijdige adviezen uitbrengen, terwijl de autonomie van de afzonderlijke adviesorganen intact blijft. In de geest van de Omgevingswet is in de verordening de kwaliteitsadvisering niet beperkt tot een (welstands- en erfgoed-)toets op een ingediende vergunningaanvraag. Er is ingezet op zo vroeg mogelijk in het proces te adviseren over omgevingskwaliteit.

De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit zal de komende maanden op tal van manieren aandacht geven aan de handreiking en modelverordening. Met raad en daad worden lid-gemeenten van de federatie ondersteund bij hun vragen over de invoering van het adviesstelsel. Ervaringen van gemeenten worden uitgewisseld. De zeven regionale welstandsorganisaties (waarbij ca. 70% van de gemeenten is aangesloten) gaan nog een stap verder. Zij passen op verzoek de modelverordening aan aan specifieke wensen van elk van de bij hen aangesloten gemeenten om zo hun adviesrelatie te moderniseren. De Federatie is van plan om in het voorjaar van 2021 voor de leden een Dag van de Omgevingskwaliteit te organiseren, speciaal gericht op de implementatie van een samenhangend adviesstelsel. De komende maanden wordt in de nieuwsbrief en op de website ingegaan op veelgestelde vragen. Daar maken we nu meteen een begin mee.

Openbaarheid commissievergadering
De modelverordening gaat uit van de openbaarheid van de vergaderingen van de adviescommissie. Maar in de praktijk is een deel van de huidige vergaderingen, juist over de onderwerpen die in een heel vroeg stadium worden voorgelegd, niet openbaar. Ontwikkelaars hebben er belang bij dat hun concurrenten geen kijkje in de keuken krijgen wanneer plannen nog lang niet zeker zijn, en ook de gemeente zelf kan er belang bij hebben om omwonenden niet op de hoogte te brengen van een initiatief waar de wethouder zelfs nog geen weet van heeft. Hoe zit dat?

De Omgevingswet schrijft voor dat de vergaderingen van de gemeentelijke adviescommissie openbaar zijn (artikel 17.9, vijfde lid) en dat de adviezen deugdelijk worden gemotiveerd en schriftelijk openbaar gemaakt worden (zelfde artikel, vierde lid). In de modelverordening is deze wettelijke eis uitgewerkt in artikel 8: De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. En ook voor de agenda van deze openbare vergadering, die tijdig op een geschikte wijze wordt bekendgemaakt.
De openbaarheid kan op verzoek van het college van b en w beperkt worden wanneer er klemmende redenen zijn op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur – dus bijvoorbeeld in het belang van de staatsveiligheid, van de kroon, van de privacy, concurrentieoverwegingen of van het bestrijden van criminaliteit. Wanneer er dus agendapunten zijn over investeringsvoornemens, lang voordat b en w ervan op de hoogte zijn, dan kunnen die vertrouwelijk behandeld worden, zolang in dezelfde vergadering niet óók openbare adviezen worden behandeld – dat kan door een simpele cesuur aan te brengen tussen het besloten en openbare deel van de vergadering, net zoals dat nu ook al vaak gebeurt.

Zittingstermijnen en overgangstermijnen
Door het uitstel van de Omgevingswet komen sommige commissies in de problemen: de leden overschrijden de maximale wettelijke zittingstermijn van twee maal drie jaar, terwijl de nieuwe commissie nog niet benoemd kan worden omdat de verordening nog niet klaar is. Wat te doen?

We legden die vraag voor aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het meest verstandig lijkt het om nu alvast een integrale commissie te benoemen, vooruitlopend op de Omgevingswet. In een later stadium, in de komende veertien maanden, kan hier de juiste verordening ondergeschoven worden. Deze adviseurs kunnen dan adviseren voor de gevallen onder het huidige recht, en ook meteen aan de slag voor de gevallen onder het nieuwe recht. Wat zijn de consequenties wanneer de zittingstermijn wordt overschreden? Strikt genomen kan een rechter of de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State een beschikking op een vergunningsaanvraag vernietigen, aangezien de wijze waarop het besluit tot stand kwam niet juist is. Dat moet dan wel door de bezwaarmakende partij worden aangevoerd, want ambtshalve mag de rechter dat niet!
Maar het is zeer de vraag of de rechter met zo’n bezwaar mee zal gaan. Het college kan immers gemakkelijk aanvoeren dat een advies van de welstandscommissie helemaal niet verplicht is, en dat het oordeel over de welstandsaspecten ook zonder het advies hetzelfde zou zijn geweest. Zo beschouwd is het dus helemaal niet zo erg als de zittingstermijn van de commissieleden wordt overschreden.  

Reacties

Leave a Reply