Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Luchtkwaliteit en geur vanaf 2022: 3 vragen aan Berend Hoekstra

De Omgevingswet treedt vanaf 2022 in werking. Dit heeft veel gevolgen, zo ook voor milieuaspecten in een ruimtelijke context. Wat betekent dit voor luchtkwaliteit en geur? Hoe kunnen gemeenten hierop anticiperen? Berend Hoekstra, senior consultant op het gebied van luchtverontreiniging, luchtkwaliteit, geur en depositie, geeft hieronder kort antwoord op drie vragen in dit verband.

Hoekstra, Berend
7 september 2020

1. De komende Omgevingswet heeft veel consequenties voor de regels m.b.t. luchtkwaliteit en geur. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen hierin?

De belangrijkste drie wijzigingen richten zicht op:

  1. Luchtkwaliteit. De overheid gaat minder (ruimtelijke) projecten toetsen aan luchtkwaliteit. In zogenoemde aandachtsgebieden toetsen overheden ruimtelijke projecten aan rijksomgevingswaarden, behalve als ze maar weinig bijdragen (NIBM). Buiten de aandachtsgebieden is toetsing niet meer nodig.  De nadruk komt te liggen op verbetering van de luchtkwaliteit via lokale maatregelen: decentrale ambities meer centraal.

  2. Decentrale omgevingswaarden en regels. Gemeenten en provincies kunnen lokale omgevingswaarden stellen. Hier zit wel een monitoringsplicht aan vast. Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit komt niet terug in Ow. Het NSL stopt. Daarvoor in de plaats is er een programma nodig bij dreigende overschrijding van omgevingswaarde.

  3. Bedrijfsmatige activiteiten. Het begrip 'inrichting' vervalt. Daarmee vervalt ook het begrip grensmassastroom en de sommatieplicht die hieraan gekoppeld is. Voor een aantal activiteiten zijn onder de Ow geen rijksregels meer. De gemeente kan kiezen om dit in het omgevingsplan te regelen.

2. Voor geur kunnen gemeenten zelf regels gaan opstellen in het omgevingsplan. Wat zijn volgens u de voor- en nadelen hiervan?

Het Rijk trekt zich terug uit het geurdossier. Dit was al ingezet, maar er komen geen rijksregels voor geur in de omgevingswet. Dat betekent dat de lagere overheden daaraan zelf invulling aan moeten geven. Deze regels moeten onderdeel worden van het omgevingsplan. Er wordt voor de overheden wel voorzien in een ruime overgangstermijn waarin de huidige regels onderdeel worden van de zogenoemde ‘bruidsschat’. Tot 2029 hebben de overheden tijd om dit om te zetten. Dit zal extra inspanning van de lagere overheden gaan vragen.

3. Wat raadt u professionals die met deze regelgeving te maken gaan krijgen aan, en waarom?

Heel veel regels lijken min of meer hetzelfde te blijven, maar overall verandert er toch best veel. Het is van belang goed scherp te hebben voor je organisatie welke regels er veranderen en wat ze betekenen. Niet alleen inhoudelijk, maar ook voor het interne en externe werkproces. Wees voorbereid!

Artikel delen

Reacties

Geef een reactie