Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Kennismarkt Omgevingsweb 2022: terugblik op een geslaagde zesde editie!

Op 7 april was het dan toch eindelijk zo ver. Pakhuis de Zwijger in Amsterdam vormde het toneel voor de Kennismarkt Omgevingsweb met dit jaar als thema 'op weg naar de Omgevingswet'. Na het uitstel van november vorig jaar was het fijn om weer als vanouds samen te komen met een grote groep professionals werkzaam binnen het brede omgevingsdomein. Ook dit jaar mochten we bezoekers vanuit het hele land verwelkomen om hun kennis van de Omgevingswet bij te schaven, inspiratie op te doen en om met collega's en experts van gedachten te wisselen. We blikken terug op een geslaagde zesde editie van de Kennismarkt Omgevingsweb en informeren u graag over wat er allemaal heeft plaatsgevonden en is besproken. Bent u er volgend jaar ook (weer) bij?

8 april 2022

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

Na een kort welkomstwoord door Charles Erkelens, algemeen directeur van Berghauser Pont, waarin hij zijn blijdschap uitsprak over het feit dat we elkaar dit jaar eindelijk weer eens in levende lijve konden ontmoeten, lichtte dagvoorzitter Co Verdaas op bezielende wijze het programma toe. Verdaas, dijkgraaf van Waterschap Rivierenland en hoogleraar gebiedsontwikkeling bij de TU Delft, moedigde de deelnemers aan om nieuwe kennis op te doen, maar ook om zich te laten inspireren en met een ontspannen houding naar de onderwerpen die de revue zouden gaan passeren te kijken. Verdaas benadrukte dat er ontzettend veel informatie over de Omgevingswet beschikbaar is en dat het ook voor professionals ondoenlijk is om constant van alles op de hoogte te zijn, maar met een open houding kun je toch op een goede manier aan de slag: ''We weten het tenslotte toch niet allemaal dus laten we het maar gewoon gaan proberen,'' aldus Verdaas.

Plenaire lezingen

Co Verdaas beet vervolgens het spits af met een lezing waarin hij de volgende vraag trachtte te beantwoorden: hoe helpt de Omgevingswet met de grote maatschappelijke opgaven? Hierbij ging hij in op de blik waarmee we vandaag de dag naar grote maatschappelijke opgaven binnen het ruimtelijke domein zouden moeten kijken. Vijftien jaar geleden heerste nog het beeld dat Nederland af was en dat we op het gebied van ruimtelijke ordening niet veel meer hoefden uit te richten. Inmiddels hebben de woningnood, energietransitie en klimaatdoelstellingen ons volgens Verdaas wel duidelijk gemaakt dat Nederland helemaal niet af is en dat 'polderen' op projectmatige basis om ruimtelijke problemen op te lossen niet langer volstaat. Een nieuw sturingsprincipe en een integrale blik zijn nodig om aan de huidige en toekomstige inrichting van Nederland invulling te geven. De Omgevingswet, hoewel die niet perfect is, kan hierbij als instrument fungeren. Om ambitieuze (ruimtelijke) plannen ook tot een daadwerkelijk goede uitvoering te brengen, moeten overheid, bedrijven en burgers wél samenwerken en hierbij het hogere doel niet uit het oog verliezen. Verdaas: ''Of de Omgevingswet alles direct eenvoudig beter maakt is een terechte vraag, maar wat is het alternatief?''

Vervolgens was het de beurt aan Jan Struiksma, emeritus hoogleraar bestuursrecht aan de VU. Hij wierp op geheel eigen wijze een kritische blik op de stand van zaken omtrent de Omgevingswet en stelde daarbij hardop de vraag of we eigenlijk nog wel weten waarom we de Omgevingswet destijds wilden invoeren. Bovendien twijfelt hij of het in de praktijk wel mogelijk is om de gestelde verbeterdoelen, het inzichtelijk maken van het omgevingsrecht, de leefomgeving centraal stellen, meer ruimte voor lokaal maatwerk bieden en het realiseren van snellere besluitvorming, te behalen. Ondertussen loopt de uitvoeringspraktijk vooral aan tegen een haperend DSO en een gebrek aan ambtelijke capaciteit binnen het ruimtelijke domein. Struiksma trekt in twijfel of het maken van plannen voor grote opgaven sowieso wel op decentraal niveau zou moeten worden geregeld: ''Is het huidige systeem niet beter?'' Hoewel de overheid de Omgevingswet vaak wel met deze retoriek verdedigt, staat voor Struiksma vast dat men de Omgevingswet juist niet moet 'verkopen' als een wet die alles voorspelbaar en makkelijk gaat maken, want dat is niet zo en daar hebben we de Omgevingswet, zijns inziens, ook niet voor nodig. Struiksma beseft dat voor Den Haag, na jaren van voorbereiding, afstel geen optie is zonder dat dit tot enorm gezichtsverlies zou leiden. We moeten onszelf daarom nu vooral de vraag stellen: wat hadden we met de Omgevingswet voor ogen en wat gaat het opleveren als we per 1 januari 2023 overgaan tot inwerkingtreding? De omgevingsplannen zijn bij veel gemeenten nog niet op orde dus waar gaan we de komende jaren dan mee werken?

Ook Thijs van Mierlo, directeur van het Landelijk Samenwerkingsverband van Actieve bewoners, gaf tijdens zijn lezing over burgerparticipatie aan kritisch te zijn over de Omgevingswet, maar ook graag uit te willen gaan van het principe: ''Wat als het wel lukt?''. Tijdens zijn lezing benadrukte hij dat er in Nederland burgers zijn die zijn afgehaakt, maar dat er ook zeker een groep is die juist wel een sterke mening heeft over hoe zijn of haar leefomgeving er idealiter uit zou moeten zien, zeker nu grote maatschappelijke opgaven als woningnood en de energietransitie hen in hun dagelijks leven raken. Naast participeren op vrijwillige basis lijkt het ook steeds meer een burgerplicht te worden en zijn we steeds meer op weg naar een participatiesamenleving. Volgens de Omgevingswet moet een initiatiefnemer immers ook verplicht een participatietraject organiseren. Met voorbeelden uit de praktijk toont Van Mierlo aan dat burgerparticipatie in het gehele land steeds betere en doeltreffendere vormen aanneemt en dat de door Den Haag verdreven wijkaanpak zijn plek weer heroverd heeft. Wanneer burgers actief betrokken zijn bij de 'inrichting' van hun leefomgeving kunnen ze verschillende rollen op zich nemen. Hierbij valt te denken aan een rol als opdrachtgever voor het aanleggen van een park of als initiatiefnemer voor het bouwen van een nieuwe wijkaccommodatie. Hoewel er al veel goed gaat, valt er ook zeker nog winst te behalen volgens Van Mierlo. Om het participatietraject te verbeteren is het bijvoorbeeld belangrijk om ook als gemeente in te zien dat de ene buurt de andere niet is en dat er daarom geen uniforme aanpak bestaat. Daarnaast is het belangrijk om diverse vormen van kennis en kunde, zowel op juridisch, maatschappelijk, beleidsmatig en planologisch vlak te bundelen en over onderzoeksresultaten open en eerlijk te zijn naar burgers toe. Ook moeten ambtenaren niet bang zijn voor ''het gedoe'' wat soms ontstaat bij participatietrajecten. Als burgers zien dat er een eerlijk proces is gevoerd en hun belangen zijn meegewogen, kunnen ze besluitvorming vaak makkelijker accepteren. Ook als het niet uitpakt zoals ze graag zouden willen.

Na deze drie interessante lezingen was er ruimte voor een lunchpauze, een bezoek aan het Kennisplein en het volgen van twee workshops. Hierover leest u zo direct meer.

De laatste plenaire lezing werd gehouden door Hanneke Kruize, werkzaam bij het RIVM en tevens lector gezonde stedelijke ontwikkeling bij de Hogeschool Utrecht. Kruize ging in op de vraag: hoe kom je tot een gezonde leefomgeving? Er zijn enorme verschillen in Nederland als je kijkt naar levensverwachting. Dit heeft te maken met opleidingsniveau, maar ook de leefomgeving speelt hierbij een belangrijke rol. Kruize benadrukt dat er de laatste jaren veel meer aandacht is binnen de ruimtelijke ordening voor het creëren van een gezonde leefomgeving, maar dat gemeenten, bedrijven en burgers door een gebrek aan vastgestelde normen het soms moeilijk vinden om hier concreet invulling aan te geven. Kruize is van mening dat er vooral naar 'koppelkansen' moet worden gekeken. Zo beschrijft ze hoe het aanleggen van een park en nieuwe fietspaden positieve gevolgen kunnen hebben op diverse terreinen. Zo dragen ze bij aan het klimaatadaptief inrichten van de omgeving, aan het stimuleren van extra beweging, aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en aan de rust en het woongenot van bewoners. De Omgevingswet kan een belangrijk steentje bijdragen aan het creëren, bevorderen en beschermen van een gezonde leefomgeving. Gezondheid is immers een vast onderdeel wat in omgevingsplannen en omgevingsvisies dient te worden opgenomen en toegelicht. Onze leefomgeving is aan veranderingen onderhevig en daarom moeten we, ook na het vaststellen van dergelijke plannen, voortdurend blijven kijken naar hoe we onze leefomgeving zo gezond mogelijk kunnen houden.

Kennisplein

Gedurende de dag waren bezoekers in de gelegenheid om met elkaar in contact te komen en hun vragen te stellen aan de partners van Omgevingsweb. Op het Kennisplein was ruimte voor een gesprek of discussie over thema’s als Bouwbesluit, DSO, Gebiedsontwikkeling, Aardgasvrij en Warmte. Onder het genot van een warme kop koffie, zoete lekkernij of vegetarisch broodje maakten bezoekers volop gebruik van deze mogelijkheid. Op meerdere pauzemomenten liep het Kennisplein vol met juristen, adviseurs en ambtenaren. Gesprekken liepen uiteen van dagelijkse problemen op de werkvloer tot discussies voortvloeiend uit de plenaire lezingen.

Workshops

Na een uitgebreide lunch ging het middagprogramma van start. Bezoekers hadden de keuze uit maar liefst acht verschillende workshops. Zo vertelde Rob van de Plassche over het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet). Een zeer relevant onderwerp, zo bleek uit de vragen en opmerkingen vanuit de deelnemers. Er is nog veel onduidelijk over werken met het DSO en Van de Plassche beantwoorde de vele vragen op interactieve wijze. De hoofdvraag van de workshop: hoe kunnen overheden zich zo goed mogelijk voorbereiden op de Omgevingswet? Hoewel een eenduidig antwoord op deze vraag lastig blijft, was het een informatief uur waarin ambtenaren en planologen hun ervaringen deelden. Van de Plassche eindigde de workshop met een mooie conclusie: ''Het DSO is een mooi plan, maar er moet nog vreselijk veel gebeuren.''

De bezoekers hadden, na een korte pauze, de kans om ook aan een tweede workshopronde deel te nemen en hadden hierbij de keuze uit een gevarieerd aanbod. In het souterrain van Pakhuis de Zwijger, met uitzicht op het IJ, spraken o.a. Saskia Hegeman en Marjolein Berghuis van Nieman over het Bbl onder de Omgevingswet. Deze workshop had een meer technische inhoud, waarin werd ingezoomd op de specifieke wijzigingen en aanpassingen die de overgang naar het Bbl met zich mee brengt. Duidelijk werd dat de bouwregelgeving worstelt met het voortdurend uitstellen van de Omgevingswet. Veel belangrijke technische wijzigingen zijn daarom al doorgevoerd. Zoveel zal de inwerkingtreding van de Omgevingswet t.z.t. dus niet veranderen voor de sectie bouw. Ook in deze workshop stond interactiviteit centraal: waar lopen júllie tegenaan? De deelnemers gingen met elkaar in gesprek en bespraken verschillende cases. Onderwerpen als brandveiligheid en nieuwbouw kwamen tijdens deze workshop uitgebreid aan bod.

Ter afsluiting vond er nog een gezellige borrel plaats. We kijken terug op een geslaagde Kennismarkt en we willen iedereen die hieraan heeft bijgedragen dan ook hartelijk bedanken.

Zie ook

Video: Terugblik Kennismarkt Omgevingsweb 7 april 2022

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.