Menu

Filter op
content
Omgevingsweb

Is de Afdeling bestuursrechtspraak klaar voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet

JA! ... althans volgens de minister. U kunt dat lezen dat op p. 10 in de bijlage 1 bij de brief van de minister van BZK van 9 oktober 2023 (33118, FO):

23 november 2023


 
De minister bleek overigens op 23 juni 2023 niet bereid om de Afdeling vóór 1 juli 2023, zes maanden voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, gewoon eens te vragen of zij dan zou beschikken over de functies die voor de bestuursrechtspraak voorwaarde zijn om te kunnen oordelen over (hoger) beroepen (EK-vragen van 13 april 2023, 33118, FJ). Waarom niet?

Mijn zorgen als jurist:
 
De minister is zich totaal niet bewust wat het wil zeggen dat de hoogste algemene bestuursrechter, die eigenlijk niet wil deelnemen aan het inhoudelijk debat, zich gedwongen voelt om keer op keer de publiciteit op te zoeken om zijn zorgen kenbaar te maken en te waarschuwen voor de grote gevolgen van de Omgevingswet.
 
Vindt u het niet bijzonder:
- dat de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak op 24 februari 2023 een ongevraagd position paper heeft ingezonden om zijn zorgen over de Omgevingswet en het werken met het DSO over te brengen aan de EK.
- dat medewerking werd verleend aan interviews met Cobouw (7 juni 2022) en met Binnenlands Bestuur (6 oktober 2023).
- dat in april 2023 in notabene het Jaarverslag 2022 reeds werd ingegaan op de gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024.
  
De kans is klein dat de Afdeling de Eerste Kamer opnieuw ongevraagd zal laten weten of zij inderdaad klaar is voor de Omgevingswet en zij de burger ook onder de Omgevingswet rechtsbescherming kan bieden.
Zo schreef zij in haar position paper:  
 
“Wanneer het voor een doorsnee burger, die niet thuis is in het (omgevings)recht, een vrijwel onmogelijke opgave blijkt om zijn weg te vinden in het DSO, kan hij zijn rechten niet in kaart brengen, zijn standpunt daarover niet bepalen en daarmee geen adequate beroepsgronden formuleren, waarmee zijn rechtsbescherming wordt uitgehold.”
 
Als dat niet het geval is en de burgers geen of onvoldoende rechtsbescherming kan worden geboden, is uitstel van de inwerkingtreding vereist.

Daar zou juist een minister van BZK naar moeten handelen.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.