Menu

Filter op
content
Omgevingsweb

Inwerkingtreding van de Omgevingswet

13 maart 2023

Opinie

Opinie

Minister de Jonge is volop in het nieuws. Het gaat daarbij niet om de inwerkingtreding van het nieuwe omgevingsrecht.

In de aanloop naar de stemmingen over de datum van inwerkingtreding van het nieuwe omgevingsrecht heb ik het verslag van het plenaire debat van 7 maart herlezen. Het is ondoenlijk om op alle uitlatingen van minister De Jonge in te gaan.

Ik licht er twee passages uit,
De eerste laat ik onbesproken. Het zal u duidelijk zijn waarom.

1. “Wat nou als de Omgevingswet niet oplevert wat we ervan verwachten? Daar zijn verschillende uitspraken over gedaan, over de wet zelf, met name door mevrouw Kluit, maar ook over de technische kant van het DSO. Ik denk dat we dat onderscheid heel duidelijk moeten maken. De wet zelf is eigenlijk een samenvoeging. Er zijn hele grote woorden gebruikt: de grootste wetgevingsoperatie sinds Thorbecke. Eerlijk gezegd vind ik die woorden te groot. Het is niet zo dat er voorheen geen omgevingsrecht bestond en dat we met de Omgevingswet opeens omgevingsrecht aan het bedenken zijn geweest. Dat is natuurlijk niet zo. Het projectbesluit bestond al en bestaat straks opnieuw, maar dan beter ingeregeld en strakgetrokken qua procedurele verschillen. Het bestemmingsplan bestond al en heet straks het "omgevingsplan" voor een gemeente. Het is dus allemaal eenduidiger geworden in de procedures. Dat is een groot voordeel, maar we moeten niet doen alsof hier iets heel nieuws ontstaat wat er voorheen niet was.“

Ten aanzien van de tweede wil ik u eens vragen mee te denken.

2. “Is er nog een weg terug, vraagt de heer Raven. De wet heeft u aangenomen. U wilt de wet al. De Eerste Kamer is daar duidelijk in geweest. Ook al had u tegengestemd, zou u zich denk ik voegen naar het meerderheidsbesluit. U wilt de wet. De vraag die vandaag voorligt, is: wanneer is het verantwoord om die invoeringsstap te zetten? En u heeft gelijk: als we het KB vaststellen, is dat het moment waarop we de stap zetten die gezet moet worden. Dat klopt. Dan kun je niet zomaar meer terug. Als de hemel naar beneden komt, kun je altijd nieuwe besluiten nemen die oude besluiten ongedaan maken. Maar het KB vaststellen, is wel het besluit nemen dat de wet moet ingaan per 1 januari.”

VRAAG

De minister zegt dat je niet zomaar meer terug kunt als “we” het KB vaststellen. Als inderdaad duidelijk wordt dat na 1 januari 2024 de hemel naar beneden zal komen – een vooruitziende blik kan de minister niet ontzegd worden – is het verstandig om niet uit te sluiten dat vóór de start van de noodzakelijke zes-maanden (1 juli) termijn de vastgestelde koninklijk besluiten alsnog kunnen worden ingetrokken.
De minister lijkt te zeggen dat dat kan.

DE TAAK VAN DE EERSTE KAMER

Op 8 augustus 2022 verscheen een artikel in Binnenlands Bestuur dat minister De Jonge een veel te rooskleurig beeld had geschetst van de staat van het DSO. Het bericht werd overgenomen in de landelijke dagbladen.

In antwoord op Eerste Kamervragen (ontvangen op 24 augustus 2022) stelde de MVRO dat hij bij een aantal antwoorden te kort door de bocht was gegaan en dat het beter was als hij een genuanceerder antwoord had gegeven. Minister De Jonge beloofde extra aandacht te zullen besteden aan het preciezer en duidelijker formuleren van informatie en antwoorden.

In zijn brief van 10 maart 2023 schetst de minister opnieuw een rooskleurig beeld van de staat van het DSO. De brief wordt nog wel op 21 maart 2023 besproken door de commissies IWO en EZK/LNV. Maar dan is al besloten over de inwerkingtreding van het nieuwe omgevingsrecht met ingang van 1 januari 2024.

Nog niet bekend is of de brief aanleiding zal zijn voor de Afdeling bestuursrechtspraak om in vervolg op haar position paper de Eerste Kamer te berichten of met deze brief haar zorgen zijn weggenomen. En of een dergelijke nuttige reactie op tafel zal liggen voordat gestemd wordt.

Morgen al wordt gestemd over het ontwerp koninklijk besluit waarin staat dat het gehele nieuwe omgevingsrecht in werking treedt met ingang van 1 januari 2024. Er zal hoofdelijk gestemd worden.
 
De Eerste Kamer - ik wil dit graag benadrukken - heeft tot taak om de rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van wetgeving te beoordelen.
Het is verstandig als de Eerste Kamer zich niet beperkt voelt door de wens van minister De Jonge om de stemming te beperken tot de datum van inwerkingtreding van een wet die al in 2016 is aangenomen.

Met de wet uit 2016 is niet zoveel mis, daar stond ook niet veel in. Maar eerst met de sedertdien ontstane complexiteit van al die invoerings en aanvullingswetten en -besluiten, is er een onuitvoerbaar en niet handhaafbaar regelgevingscomplex ontstaan dat geheel afhankelijk is gemaakt van een (nog) niet werkend digitaal systeem..

Het is de taak van de Eerste Kamer om met name de uitvoerbaarheid van het gehele stelsel te beoordelen en dat leidend te laten zijn bij haar stem over de datum van inwerkingtreding.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.