Menu

Zoek op
rubriek

In gesprek met Tweede Kamerleden over de Omgevingswet, moties en hoe verder

Op 25 november vond het notaoverleg met minister Ollongren en deelnemende partijen over de voortgang van de Omgevingswet plaats. Omgevingsweb sprak met Tweede Kamerleden Terpstra (CDA), van Eijs (D66), van Gerven (SP) en Smeulders (GL) over de ingediende moties waarover op 1 december is gestemd en de aandachtspunten die de partijen naar voren brachten.

2 december 2020

Artikelen

Artikelen

Voor- en tegenstanders van de Omgevingswet

Sinds 2016, het jaar waarin de Omgevingswet is aangenomen, zijn er veel discussies geweest over de implementatie. Niet vreemd, het is de grootste wetswijziging sinds de laatste aanpassing van de Grondwet.

Het is vooral van belang om in het oog houden waarom deze verandering is ingezet, vindt Terpstra (CDA). De Omgevingswet moet een versimpeling en versnelling brengen voor het aanvragen van vergunningen. ‘’Nu is er veel onduidelijkheid bij zowel burgers als bedrijven, er zijn veel te veel loketten,’’ zegt hij. Ook van Eijs (D66) benadrukte tijdens het debat dat de huidige situatie verre van ideaal is.

“Het schip moet nu een keer van wal.’’ – Terpstra (CDA)

Bij de oppositie klinkt een ander geluid. Zowel Smeulders (Groen Links) als van Gerven (SP) zeggen de voorkeur te geven aan de huidige wetgeving. In hun ogen is de Omgevingswet een vorm van decentralisatie terwijl er, juist in deze tijd, meer regie vanuit de Rijksoverheid nodig is. Dit zou een betere sturing op waarden als schoonheid mogelijk maken, maar ook bijvoorbeeld op behoud van natuur. Daarnaast leven bij beide partijen grote zorgen over de implementatie. ‘’Het is lastig te begrijpen hoe zowel de Eerste als Tweede Kamer deze maand een go/no-go besluit moet nemen over de invoering op 1 januari 2022. Er liggen immers nog twee grote vragen, het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de financiën,’’ aldus Smeulders.

Volgens Terpstra moet de oppositie helder zijn over haar motieven. “Er worden nu steeds barrières opgeworpen tijdens de uitwerking omdat ze de nieuwe wet niet willen. Dat frustreert het proces. De wet is inmiddels drie keer uitgesteld, we moeten nu doorpakken. Ik sluit mijn ogen niet voor de uitdagingen die er zeker zijn, maar het schip moet nu een keer van wal.”

Pijnpunten DSO

In hoeverre is het DSO een pijnpunt? In het rapport van Bureau ICT-toetsing (BIT) worden de aandachtspunten uitvoerig belicht, echter de aanbeveling is de invoerdatum van 1 januari 2022 te handhaven. Er wordt gestart met een basisvariant van het DSO, waarmee een belangrijke piketpaal wordt geslagen. Vervolgens zal er sprake zijn van een overgangsperiode tot 2029 voor verdere optimalisatie. Bovendien zullen de deelnemende Kamerleden binnenkort een technische briefing krijgen waarin zij de werking van het DSO zelf kunnen zien.

Dit neemt de zorgen van Smeulders en van Gerven niet weg, de overheid en ICT zijn in het verleden immers vaak geen ideale combinatie gebleken. De motie die zij hierover indienden met PvdA en 50PLUS om de Omgevingswet pas bij een werkend DSO in te voeren is echter afgewezen.

Terpstra erkent dat er op dit vlak zeker uitdagingen liggen, maar zegt blij te zijn met het BIT rapport. Dit kan uitstekend als leidraad dienen voor de te nemen vervolgstappen.

“Er liggen nog steeds twee grote vragen, het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de financiën,’’ – Smeulders (Groen Links)

Financiën

Naast het DSO zijn ook de financiën een punt van zorg. Hoewel er in de media bedragen rondgaan heeft de minister opgeroepen te wachten op de resultaten van het KPMG-rapport dat binnenkort verschijnt. Ook het eerste integrale beeld van de verwachte financiële effecten (stelselherziening) zal naar verwachting begin volgend jaar beschikbaar zijn.

De motie van Smeulders om de Omgevingswet budgetneutraal invoeren is wel aangenomen. Dit betekent dat dit niet ten koste mag gaan van andere gemeentelijke taken. Terpstra voert aan dat dit sowieso al wettelijk verankerd is, gemeenten moeten hun wettelijke taken moeten kunnen uitvoeren: ‘’De minister heeft nu nogmaals bevestigd dat de invoering budgetneutraal plaatsvindt en ik neem dus aan dat het Rijk met aanvullende middelen komt wanneer dat nodig is. Ik zie het als mijn taak de minister daaraan te houden.’’

Prioriteiten voor 2021

Met de aangenomen motie, ingediend door deelnemende partijen Regterschot (VVD) en Terpstra (CDA), lijkt het er dan toch echt op dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2022 blijft staan. Wat zien de partijen als cruciaal om de operatie goed van de grond te krijgen?

GroenLinks wil meer aandacht voor duidelijke landelijke normen over bijvoorbeeld de luchtvaart, en voor de grote transities zoals de woningbouwopgave, duurzame energie en landbouw. Deze komen volgens Smeulders te beperkt aan bod in zowel de Omgevingswet als de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Ook is de Omgevingswet zonder een goed werkend DSO voor hem geen optie.

Het CDA stelt, zoals de meerderheid van de partijen, dat de basisvariant van het DSO getest moet zijn en goed moet werken. Ook zegt Terpstra dat het belangrijk is dat alle gemeenten betrokken zijn: op dit moment is 17% van de gemeenten nog niet aangesloten op het DSO, een belangrijk aandachtspunt.

Behalve een goed werkend DSO brengt van Gerven de ruim 3 miljoen digibeten in Nederland onder de aandacht. Voor hen moet een goed werkend alternatief komen. Overigens is de motie van het lid Van Otterloo (50PLUS) over structurele aandacht voor minder digivaardigen aangenomen.

Volgens D66 is het van belang dat alle partijen samenwerken en zich voluit inzetten om de Omgevingswet in te voeren, maar vooral ook om anders te gaan werken. Waarbij de originele doelen van de hele systeemverandering centraal blijven staan.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.