Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

In gesprek met dijkgraaf Marijn Ornstein: ''Het waterschap wil ervoor zorgen dat water en bodem leidend worden in ruimtelijke ontwikkeling''

De redactie sprak met Marijn Ornstein, per 1 maart 2021 dijkgraaf van Waterschap Vallei en Veluwe. We spraken haar over haar persoonlijke motivatie en doelen, de uitdagingen waar de waterschappen voor staan, 'waterinclusiviteit' en de leidende rol die water zou moeten hebben op het gebied van duurzame ruimtelijke ontwikkeling boven en onder de grond.

7 januari 2022

Foto: Evert van de Worp

Toen u vorig jaar de keuze maakte om als dijkgraaf aan de slag te gaan, betekende dit een carrièreswitch voor u. Waarom heeft u voor deze functie gekozen?

''Ik heb voor deze functie gekozen, omdat hier drie liefdes van mij samenkomen: de liefde voor duurzaamheid, veiligheid en openbaar bestuur. Het is geen groot geheim dat ik geen achtergrond heb in waterbeheer, maar het zit wel in mijn genen. Veel familieleden van mijn moeder waren werkzaam als ingenieur bij Rijkswaterstaat. Zelf ben ik opgeleid als jurist. Ik groeide op in Brazilië; een land waar veel politieke instabiliteit, criminaliteit en vervuiling is. Door de plek waar ik ben opgegroeid, besefte ik al snel dat ik een bevoorrecht mens ben. Tegelijkertijd heeft het in mij de droom aangewakkerd om advocaat te worden om vervolgens met mijn denkbeeldige zwaard ten strijde te trekken om het onrecht te bestrijden en mensen te helpen die niet voor zichzelf op kunnen komen. Dit alles is bepalend geweest voor de keuzes die ik gemaakt heb in mijn leven. Ik heb dan ook 5 jaar met plezier als praktiserend advocaat gewerkt. Als advocaat ben je wel altijd andermans belang aan het dienen en daarover aan het adviseren. Echter, bij mij was er ook een sterke drang om zelf afwegingen te maken en keuzes en richtingen te bepalen. Daarom maakte ik de keuze om ergens leiding te gaan geven en dit werd uiteindelijk Schiphol. Hier heb ik 19 jaar in verschillende functies gewerkt. Ik ben begonnen als bedrijfsjurist en daarna heb ik de overstap gemaakt naar security en was ik ook verantwoordelijk voor innovatie op het gebied van security. Dat was tevens één van de triggers waarom Waterschap Vallei en Veluwe voor mij zo interessant was, maar daar kom ik zo op terug. 

Op een gegeven moment werd ik gevraagd om leidinggevende te worden van het brandweerkorps van Schiphol. Dit was voor mij een verrassende vraag, omdat ik op dit vlak geen ervaring had. Ook kreeg ik het thema duurzaamheid erbij en destijds heb ik geholpen met het vormgeven van het duurzaamheidsbeleid van Schiphol. Hierbij heb ik gekeken naar de vraag: hoe maak je de transitie van license to operate naar license to grow? Parallel hieraan ben ik de Master of Crisis and Public Order Management gaan volgen. Hier is mijn liefde voor duurzaamheid ontstaan en is mijn liefde voor veiligheid en crisismanagement gegroeid. Daarnaast ben ik actief geworden in de politiek en heb ik tijdens mijn functie als Voorzitter Presidium Plaatsvervangend Voorzitter van de gemeenteraad in Amsterdam, veel ervaring opgedaan met het voorzitten van de gemeenteraad en is mijn liefde voor openbaar bestuur verder gecultiveerd. 

Zo zet je in je leven bepaalde stappen en merk je wat echt belangrijk voor je wordt. Toen mijn oog viel op de vacature voor dijkgraaf, dacht ik hierin komt alles samen; mijn liefde voor duurzaamheid, veiligheid en openbaar bestuur. Ik heb daarom de stoute schoenen aangetrokken en een brief geschreven. De rest is geschiedenis. Voor mij is het werken aan duurzaamheid en werkzaam zijn binnen een waterschap verbonden aan mijn persoonlijke drijfveren. Tijdens mijn tijd bij Schiphol werd ik voor het eerst geconfronteerd met de definitie van duurzame ontwikkeling uit een rapport van de VN-commissie Brundtland (1987) die luidt dat duurzame ontwikkeling bestaat uit ontwikkelingen die ervoor zorgen dat in de noden van vandaag wordt voorzien, zonder de noden van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Dit is een soort leitmotiv geworden voor me. De vraag: hoe kan ik dit stukje Nederland waar dit waterschap zich mee bezighoudt net iets beter achterlaten dan ik het heb aangetroffen, is voor mij belangrijk.''

Is er een reden dat u specifiek voor Waterschap Vallei en Veluwe gekozen heeft? 

''Net had ik het al even over hoe ik op Schiphol destijds de kans kreeg om de innovatieafdeling op het gebied van security op te tuigen. Hier heb ik geleerd hoe ontzettend mooi en interessant innovatie kan zijn en hoe het je echt kan helpen bij het oplossen van de problemen van morgen. Toen ik mijzelf verdiepte in Waterschap Vallei en Veluwe zag ik dat er veel hart voor innovatie is bij dit waterschap en dat gaf me energie! Bovendien is dit waterschap Nederland in het klein. In het beheergebied van Waterschap Vallei en Veluwe vind je natuur, landbouw, steden, dorpen, gebied dat ligt beneden NAP (poldergebied bij Eemland maar ook het voormalig veenwingebied bij Veenendaal), gebied dat ver boven NAP ligt (de top van de Veluwe is 110 meter hoog), brakke grond en zélfs zilte grond bij Spakenburg, we hebben grote rivieren maar ook kleinere watergangen zoals de cultuurhistorische sprengen en beken. Dat betekent dat wij leren van hoe de rest van Nederland omgaat met klimaatverandering, maar ook dat de rest van Nederland van ons leert hoe om te gaan met klimaatverandering, hoe mooi is dat!''

Kunt u één specifiek doel noemen dat u tijdens uw tijd als dijkgraaf wilt nastreven?

''Ik noem hier graag drie doelen. Ik vind het belangrijk om te investeren in toekomstige generaties. Hierbij wil ik het niet slechts hebben óver die generaties maar vooral mét hen samenwerken. Tijdens mijn installatie als dijkgraaf gaf Wilhelmine Rambonnet, onze jeugdbestuurder, mij als uitdaging mee om meer jongeren bij het waterschap te betrekken. Deze uitdaging ben ik natuurlijk aangegaan! Ik ben daarom blij dat het gelukt is om een jeugdbestuur te installeren. In totaal zijn er nu dus zeven jeugdbestuurders verbonden aan ons waterschap. Zij voorzien ons waterschap van gevraagd én ongevraagd advies en tegelijkertijd zorgen ze samen met ons voor een groter waterbewustzijn bij onder andere leeftijdsgenoten.

Dan kom ik direct op doel twee, want het vergroten van waterbewustzijn en 'waterschapsbewustzijn' vind ik eveneens van belang. Toen ik tegen een aantal mensen met verschillende achtergronden vertelde dat ik dijkgraaf werd, moest ik geregeld uitleggen wat een waterschap is en met welke problematiek het waterschap te maken heeft. Dit geeft aan dat hier een belangrijke taak ligt. In het verlengde daarvan zou het mooi zijn als het lukt om de waterschappen wat meer naar het midden van de samenleving te laten bewegen. We moeten ervoor zorgen dat iedereen weet wat we doen, want we hebben ook bedrijven en inwoners nodig om de problemen die er zijn omtrent water op te lossen. Dit kunnen het Rijk, de waterschappen en mede-overheden niet alleen. 

Ten derde zou ik nog willen noemen dat Nederland op dit moment voor veel uitdagingen staat. Hierbij valt te denken aan de woningbouwopgave, uitdagingen binnen de landbouw en de energietransitie. Dit zijn allemaal transities die vragen om ruimte. Bodem en water moeten leidend zijn in deze ruimtelijke ontwikkelingsplannen, willen we het hoofd kunnen bieden aan deze uitdagingen. Dit hebben wij vastgelegd in onze Blauwe Omgevingsvisie. De vervolgvraag is: hoe gaan we water en bodem leidend laten zijn?''

Co Verdaas benadrukt in dit artikel dat hij voor Omgevingsweb schreef het volgende:

''De omgeving is nog steeds onze gebruiksruimte, maar als we ons geen rekenschap geven van een veranderend klimaat en diezelfde omgeving niet benaderen als een ‘thuis’ waar we goed voor dienen te zorgen en de inhoudelijke opgaven aan de voorkant op elkaar betrekken, dan valt alles stil.'' Bent u het eens met dit statement dat inhoudelijke opgaven aan de voorkant op elkaar betrokken moeten worden?

''Voor lange tijd heeft men het idee van 'waterpeil volgt functie' gevolgd. We worden echter steeds meer gedwongen om hier anders naar te kijken. Je moet veel meer redeneren vanuit 'welke functie verhoudt zich nog tot het waterpeil'? Dat is de transitie in het denken die ook in het artikel van Co Verdaas wordt genoemd. 

De voorzitter van de Unie van Waterschappen, Rogier van der Sande, heeft onlangs weer de volgende oproep gedaan: zorg dat waterschappen echt naar de voorkant komen in de discussie over ruimtelijke ordening. Duurzaamheid gaat immers over het evenwicht tussen gebruiksruimte en ruimtegebruik. Ook deltacommissaris Peter Glas heeft benadrukt dat je dit niet achteraf even kunt 'fixen'. Wil je zorgen dat water de plek krijgt die het nodig heeft dan moet je er aan de voorkant over nagedacht hebben. Dit heeft alles te maken met klimaatverandering. Uit de overstromingen in Limburg zijn veel lessen te trekken. Het is inmiddels wetenschappelijk onderschreven dat deze overstromingen een op een met klimaatverandering te maken hebben. Hiermee wordt ruimte voor de waterschappen gecreëerd om hier een serieus aandeel in te nemen en er werk van te maken. Het bestaansrecht van de waterschappen wordt benadrukt door een dergelijke crisis. Wat er uniek was aan de situatie in Limburg? Los van het jaargetijde - normaliter is er vaker sprake van hoogwater in de winterperiode dan in de zomerperiode - was er hier geen sprake van smeltwater afkomstig uit de bergen dat moest worden afgevoerd, maar was er sprake van een langdurige clusterbui op dezelfde plek. Dit had ook op een andere plek in Nederland kunnen gebeuren. Het is dus duidelijk dat we, naast wat al in ons takenpakket zit (het zorgen voor schoon en voldoende oppervlaktewater, het zuiveren van afvalwater en het zorgen voor veilige dijken), nog nadrukkelijker aan de slag moeten gaan met de effecten van klimaatverandering.

Er is een tijdje geleden een rapport verschenen van Deltares getiteld 'Op Waterbasis', met de interessante ondertitel ‘Grenzen aan de maakbaarheid van ons water- en bodemsysteem’. Klimaatverandering zorgt ervoor dat er op een gegeven moment geen dijk meer hoog genoeg is. Je moet als waterschap dus op een geheel andere wijze gaan denken - dit heeft ook weer met mijn oude werk, namelijk crisismanagement, te maken - de genoemde grenzen aan de maakbaarheid en klimaatverandering zijn zaken die niet van de ene op de andere dag gewijzigd kunnen worden. In de tussenliggende fase zul je dus voorbereid moeten zijn op momenten van crisis.''

Is er in het verleden te weinig gedaan door de waterschappen om Nederland op de gevolgen van klimaatverandering voor te bereiden of leek dit tot voor kort minder urgent? 

''Ik noem dit het 9/11-syndroom, soms kun je het zo gek niet bedenken en het gebeurt toch. We zijn overal ter wereld altijd bezig om ons voor te bereiden op de ramp van gisteren en niet op die van morgen en dat is ook begrijpelijk, want sommige dingen gaan ons voorstellingsvermogen te boven. Dat betekent wel dat er een soort kentering in denken moet gaan komen. Ik maak hierbij graag weer even een zijstapje naar crisismanagement, binnen dit vakgebied wordt heel erg in scenario´s gedacht. Het scenario 'de rivier overstroomt’ zal je waarschijnlijk in alle crisisplannen in Nederland terugzien, maar het scenario 'hevige regenbui' zit waarschijnlijk nog niet in alle crisisplannen. De vraag is daarom: moeten dergelijke vragen niet juist veel meer een plek krijgen in de wetenschap dat er grenzen aan de maakbaarheid zijn?''

In het blauwe omgevingsprogramma (BOP 2022-2027) wordt ‘waterinclusiviteit’ voor de bebouwde omgeving genoemd. Wat zouden we nu kunnen doen om de bebouwde omgeving ´waterinclusiever´ te maken en kunt u hiervan een voorbeeld uit de praktijk geven?

''Het is ontzettend belangrijk om te kijken naar waar bouw je en hoe bouw je. Zijn de uiterwaarden bijvoorbeeld een plek waar je moet gaan bouwen als er ruimtegebrek is? Het simpele antwoord is: niet overal waar je kan bouwen, moet je ook willen bouwen. Echter, als de nood hoog genoeg is, zoals nu met het woningtekort, moeten we ons in minder ideale omstandigheden vooral afvragen wat we wél kunnen doen. Als het dan al nodig is dat je in de uiterwaarden bouwt, dan sowieso niet grootschalig. En kijk naar andere oplossingen, zoals drijvend of op palen bouwen. De Deltacommissaris heeft daar een tijdje geleden een advies over geschreven. Hij geeft aan dat we door de effecten van klimaatverandering misschien ook naar tijdelijk bestemmen moeten gaan kijken. Ruimte die je nu wel voor woningbouw kunt benutten, kun je misschien niet tot in de eeuwigheid op die manier benutten.

Als het gaat om de woningbouwopgave is het goed om te kijken naar de ‘duurzame verstedelijkingsladder´, waarbij de eerste aanbeveling is om naar oplossingen binnen het bestaande stedelijk gebied te zoeken. Vervolgens ga je kijken naar hoe meervoudig intensief ruimtegebruik kan worden toegepast; hoe kan je bijvoorbeeld een natuuropgave koppelen aan een knooppunt met een woningbouwopgave? Het aanleggen van groene daken is hier een voorbeeld van. 

Hoe je bouwt is ook belangrijk. Als je woonwijken gaat ontwikkelen, zorg je er bijvoorbeeld idealiter ook voor dat er plekken zijn waar overtollig regenwater naartoe kan gaan en dat je veel groen creëert om hittestress te voorkomen. Een mooi voorbeeld hiervan is het Crescent Park in Harderwijk. Hier is, samen met gemeente Harderwijk, Waterschap Vallei en Veluwe en andere betrokken partners en inwoners, een rijk participatietraject aan vooraf gegaan. Dit past mooi in de geest van de Omgevingswet.

Deze wijk is ontwikkeld met een meervoudige doelstelling, ook vanuit het waterperspectief. Om hittestress te voorkomen is veel groen gecreëerd, en om wateroverlast te voorkomen is een plas in de vorm van waterberging gecreëerd. Deze plas dient eveneens voor recreatief gebruik.

In het kader van hoe je bouwt is het eveneens belangrijk om na te denken over de eisen die je stelt aan woningbouw. Zo wordt in het Bouwbesluit bijvoorbeeld wel gedefinieerd hoe brandwerend muren moeten zijn, maar er wordt niets in gezegd over water. We zijn allemaal op de hoogte van het feit dat we een wateropgave hebben, zou er daarom niet iets in moeten worden opgenomen over het afvoeren van regenwater, zodat relatief schoon regenwater niet onnodig naar de rioolwaterzuivering gaat, maar de bodem kan infiltreren? Bovendien gaat het bij duurzaam water niet alleen over techniek maar ook over de combinatie met ruimte en de sociaal-maatschappelijke aspecten van de leefomgeving.

We gaan nog lang met de gevolgen van klimaatverandering te maken hebben. Ook de maatregelen die nu genomen worden, kunnen niet alles terugdraaien. Wat dat betreft zijn de waterschappen net tovenaars; ze kúnnen ervoor zorgen dat bepaalde (woningbouw)plannen worden uitgevoerd, maar dat zijn dan niet altijd toekomstbestendige oplossingen. Nogmaals: overal waar gebouwd kan worden, moet je niet per definitie willen bouwen.''

Bent u van mening dat er voldoende naar het waterschap geluisterd wordt bij het maken van plannen voor gebiedsontwikkeling en het oplossen van de ruimtelijke claims waar Nederland vandaag de dag voor staat?

''De contacten met gemeenten ervaar ik als ontzettend positief. Veel van hen kennen onze BOVI2050. Daar ben ik echt blij mee. Ik merk tegelijkertijd wel dat waterschappen nog niet altijd aan de juiste tafels zitten als we het gesprek over ruimtelijke initiatieven met elkaar voeren. De natuurlijke counterpart van de waterschapsbestuurder is vaak de wethouder die over water gaat, maar water is geen geïsoleerd iets, het gaat als een blauw lint door alles heen. 

Op provinciaal niveau gezien heeft Gelderland bijvoorbeeld een gedeputeerde landbouw, een gedeputeerde woningbouw, een gedeputeerde duurzaamheid, een gedeputeerde energietransitie en een gedeputeerde water. Echter, de opgaven die er liggen vereisen verbinding van al deze portefeuilles. Wij zien voor onszelf die verbindende rol weggelegd. Zo willen we ervoor zorgen dat water en bodem leidend worden in ruimtelijke ontwikkeling.

Als je de problematiek waar we in Nederland voor staan echt wilt oplossen, is het van belang dat we opgavegericht en gebiedsgericht gaan werken en daarbij de eigen rol durven loslaten. Dat geldt voor waterschappen, gemeenten én provincies. Dat betekent dat je conform de bedoeling van de Omgevingswet echt kijkt naar wat een gebied nodig heeft, welke opgaven er liggen en hoe we de handen ineen kunnen slaan als één overheid. Tegelijkertijd realiseren we ons dat we daar nog in moeten groeien en dat het niet altijd even makkelijk is, gezien besluitvorming en democratische legitimatie. Duidelijk is dat er op een meer geïntegreerde wijze moet worden samengewerkt om de opgaven waar Nederland voor staat aan te pakken. De waterschappen zijn zich daar terdege van bewust.''

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.