Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Hoe we natuurinclusief bouwen vandaag nog kunnen regelen!

Na een zomer waarin wij opnieuw geconfronteerd zijn met heftige natuurrampen en een Klimaatrapport met noodlottige vooruitzichten, is het hoog tijd om onze klimaatblogreeks aan te vullen met een nieuwe blog. Dit keer over… natuurinclusief bouwen! De directe noodzaak van groener en natuurvriendelijker bouwen is recent onderstreept in een Kamerbrief van 20 september 2021. Daarom staan wij in deze bijdrage stil bij de kansen en mogelijkheden om de natuur te integreren in de bebouwde omgeving. Daarbij bieden we aanknopingspunten voor de juridische borging van natuurinclusieve bouwmaatregelen en kijken we naar manieren om natuurinclusief bouwen in de praktijk te stimuleren.

7 oktober 2021

Artikelen

Artikelen

Wat verstaan we onder natuurinclusief bouwen?

Bij natuurinclusief bouwen wordt bij nieuwe ontwikkelingen, herontwikkelingen of renovaties zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande natuur. Hierbij dragen ontwikkelingen en/of bouwwerken bij aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Het voornaamste doel van natuurinclusief bouwen is om de biodiversiteit van de omgeving niet alleen te behouden, maar ook te beschermen en zelfs te verbeteren. Dit is wezenlijk anders dan bijvoorbeeld bij klimaatadaptief bouwen, waarbij het voornaamste doel is om de effecten van klimaatverandering op de bebouwde omgeving zoveel mogelijk weg te nemen.

Wat is er nu geregeld?

In de huidige wet- en regelgeving vinden wij weinig tot geen voorbeelden terug van regels die natuurinclusief bouwen actief afdwingen. Dat betekent niet dat er geen regels zijn om bescherming van de natuur te waarborgen. Zo voorziet de Wet natuurbescherming (Wnb) in beschermingsregels en compenserende maatregelen voor de Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het gaat hier echter vooral om passieve maatregelen ter voorkoming van de achteruitgang van beschermde soorten. Natuurinclusief ziet juist (of ook) op het toevoegen van, en bijdragen aan de natuur.

Uit een onlangs verschenen knelpuntenanalyse (met 2021) over natuurinclusief bouwen is gebleken dat ondanks vele goede voorbeelden, natuurinclusief bouwen vaak te laat en onvoldoende uit de verf komt bij veel ontwikkelingen. Als achterliggende oorzaak hiervan wordt onder andere genoemd dat natuurinclusief bouwen in het stedelijk gebied nog te vrijblijvend is en niet altijd wordt meegewogen bij (ruimtelijke) ontwikkelingen. Daarbij ontbreken in veel gevallen duidelijke kennis over zinvolle maatregelen, bewustzijn en regie. Het gevolg daarvan is dat natuur te laat aan de orde komt, waardoor inpassen moeilijker en kostbaarder wordt.

Aan de hand van deze analyse onderstreept de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in een recente Kamerbrief van 20 september 2021 de noodzaak om natuurinclusief bouwen te integreren in de samenleving. Daartoe werpt de minister in de brief een aantal aanbevelingen uit de knelpuntenanalyse op zoals een meer integrale aanpak van het onderwerp, het versterken van kennis en het opnemen van bouwmaatregelen in landelijke regelgeving. Afgelopen mei had de minister al in een reactie op de initiatiefnota vanuit de Tweede Kamer aangegeven meerdere acties uit te zetten om natuurinclusief bouwen te stimuleren.

Perspectief voor toekomstig recht

Dat er geen regels zijn die natuurinclusief bouwen actief stimuleren lijkt in de toekomst dan ook te gaan veranderen. In november vorig jaar dienden de partijen GroenLinks en het CDA een motie in (een aanbeveling aan een minister waarin zij een discussiepunt of actie voorleggen) om natuurinclusief bouwen op te laten nemen in het Bouwbesluit. De Tweede Kamer heeft deze motie met een flinke meerderheid aangenomen, met als gevolg dat het onderwerp op de politieke agenda staat.

De komst van de Omgevingswet biedt wellicht meer kansen om natuurinclusief bouwen afdwingbaar te maken. De Omgevingswet bevat namelijk kort gezegd meer instrumenten die ruimte bieden aan het bevoegde gezag om af te wegen op welke manier duurzaamheid wordt meegenomen bij het toestaan van activiteiten. Zo hebben meerdere (politieke en particuliere) partijen in bouwmanifesten aangedrongen op de mogelijkheid om natuurinclusieve vereisten vast te stellen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) (de opvolger van het Bouwbesluit). Hierin kunnen namelijk gebouwgebonden eisen worden opgenomen, aldus de ondertekenaars.

Met deze perspectieven in het vooruitzicht zullen we ons voorlopig nog moeten richten op wat er momenteel juridisch mogelijk is. Ondanks de hiervoor genoemde knelpunten- zien wij juist ook kansen in het huidige recht om natuurinclusief bouwen meer te stimuleren. Daar gaan we hierna op in.

Maatregelen om de natuur te beschermen en te integreren: Hoe dan?!

Natuurinclusief bouwen kan met allerlei slimme technische oplossingen die de natuur integreren, bevorderen en behouden. Dit ziet overigens niet alleen op het aanbrengen van voorzieningen aan gebouwen, maar ook op de inrichting van tuinen, groenstroken, bermen, openbaar groen en parken. Concrete voorbeelden van natuurinclusief bouwen zijn het verzorgen van nest- en verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen, het gebruik van biologische wanden die ruimte laten voor bewoning door diverse soorten en het kiezen voor tuinen met veel verschillende plantsoorten. Ook groene daken, groene muren en het slim omgaan met verlichting zijn vormen van natuurinclusief bouwen.

Let wel op dat je als ontwikkelaar of particulier niet blindelings allerlei maatregelen gaat treffen. Het is aan te raden om voorafgaand aan de start van een ontwikkeling informatie in te winnen (bijvoorbeeld bij een deskundige/ecoloog) over welke maatregelen daadwerkelijk zinvol zijn.

En wat kan er dan met een bestemmingsplan?

Zoals in onze eerdere blogs, staan we altijd stil bij de verschillende mogelijkheden om maatregelen met planregels af te dwingen of te stimuleren. Vooraf wijzen wij op een aantal planologische vuistregels: net als met andere planregel-is van belang dat de in het bestemmingsplan opgenomen maatregelen ruimtelijk relevant zijn. Daarnaast moeten voorwaardelijke verplichtingen voldoende duidelijk en handhaafbaar zijn. In een (toekomstig) omgevingsplan kan gebruik worden gemaakt van gebodsbepalingen waarbij de bepaling evenredig dient te zijn en geen inbreuk mag maken op het eigendomsrecht.

(Praktijk)voorbeelden van bestemmingsplannen

We hebben ‘veldonderzoek’ gedaan naar bestaande bestemmingsplannen die maatregelen bevatten die natuurinclusief bouwen stimuleren dan wel afdwingen. Hieronder hebben we een aantal voorbeelden op een rij gezet.

In het bestemmingsplan ‘Buurtschap Crailo’ van de gemeenten Gooise Meren, Hilversum en Laren is in artikel 20.6 van de planregels een algemene bouwregel opgenomen die verplicht tot het natuurinclusief bouwen van gebouwen. Wanneer dan sprake is van voldoende maatregelen in het kader van natuurinclusief bouwen, volgt uit de toelichting in de bijbehorende beleidsregel ‘Natuurinclusief bouwen en inrichten’. Verder werken momenteel verschillende gemeenten aan een concept om een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen op te nemen in bestemmingsplannen. De gemeente Arnhem heeft het met een puntensysteem in Beleidsregels mogelijk willen maken om bij nieuwe bestemmingsplannen natuurinclusief bouwen zelfs verplicht te stellen. Gemeenten hebben dus de mogelijkheid om vereisten te stellen, maar niet elke gemeente maakt hier tot nu toe gebruik van.

Gemeenten kunnen in overweging nemen om in zijn algemeenheid bij (nieuwe) ruimtelijke besluiten regels te stellen die verband houden met de goede ruimtelijk ordening (onder de Omgevingswet en het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, de fysieke leefomgeving) en die zien op het toepassen van natuurinclusieve maatregelen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de volgende planologische maatregelen: regels die zien op het voorkomen van lichtverstoring, het slim voorschrijven van maximale bebouwingspercentages of bouwoppervlakken en de groene uitvoering van (erf)afscheidingen. Naast algemene bouwregels kan de gemeente overwegen om de toepassing van (binnenplanse) afwijkingen in sommige gevallen te koppelen aan natuurvriendelijke voorwaarden.

Andere mogelijkheden voor het bevoegd gezag om te stimuleren

Naast het bestemmingsplan kan het (decentraal) bevoegd gezag ook op andere manieren duurzaam en natuurinclusief bouwen stimuleren. Een van de opties is om bij de gebiedsgerichte aanpak ook natuurinclusief ontwikkelen op te nemen in (decentrale) omgevingsvisies of groenvisies. Zo heeft de gemeente Amsterdam bijvoorbeeld in de gemeentelijke Groenvisie 2050 – een leefbare stad voor mens en dier  als principe opgenomen dat de stad natuurinclusief wordt aangelegd en beheerd. Een meer concrete optie zou zijn om voorafgaand aan gecoördineerde projecten verplichte afspraken te maken. Deze gelden tussen de gemeente en de ontwikkelende partij en betreffen duurzaamheid, natuurbescherming en integratie. Ten slotte wijzen wij op de mogelijkheid om bij kleine en grote overheidsopdrachten (ook) het belang van duurzaamheid en natuurinclusief bouwen op te nemen en zwaarder te waarderen.

Bijzondere projecten en (lokale) initiatieven

Tot slot willen we een aantal initiatieven bij duurzame gebiedsontwikkeling en nieuwe projecten uitlichten waarbij natuurinclusief bouwen actief wordt gestimuleerd.

Zo wordt door verschillende partijen momenteel gewerkt aan een initiatief om de mogelijkheden voor groene bedrijventerreinen te onderzoeken. Daarbij werkt de organisatie MVO Nederland momenteel aan verschillende pilots om de kansen en belemmeringen bij vergroening van bedrijventerreinen in kaart te brengen. Het doel is om uiteindelijk een systematische aanpak voor de vergroening van bedrijventerreinen te ontwikkelen. De gemeente Breda werkt aan de ontwikkeling: ‘Stad in het park Breda’, waarbij de stad de ambitie heeft om in 2030 de eerste Europese stad te zijn die in een groen park ligt. Hiervoor moet Breda nog 150 hectare grond ontwikkelen, waarbij zij bestaand gebied zoveel mogelijk vergroenen. De Universiteit van Wageningen beoogt met het project ‘High Tech voor meer biodiversiteit rondom Dairy campus’ een innovatief, high-tech natuurinclusief bedrijfssysteem te ontwerpen dat goed past in de fysieke leefomgeving. Ook de Technische Universiteit Eindhoven werkt aan duurzaamheid en biodiversiteit. Zij hebben namelijk als doelstelling om in 2025 de meest duurzame campus van Europa te zijn. Om dit te realiseren komen naast zonnepanelen, 100% groene stroom en recyclebaar toiletpapier ook nog andere zeer creatieve oplossingen aan bod. Zo denkt de universiteit aan het plaatsen van insectenhotels en bijenkorven op de campus, het vervangen van grasmaaiers door schapen en het installeren van sensoren bij de wortels van bomen die signaleren wanneer een boom water nodig heeft.

Conclusie

Of het nu wenselijk is om overal in Nederland schapen als grasmaaiers te gaan gebruiken laten we in het midden. Maar zoals in deze blog te lezen is, zijn er talrijke mogelijkheden om natuurinclusief bouwen vandaag nog te integreren en stimuleren in (decentraal) beleid en ruimtelijke besluiten. Ontwikkelaars kunnen daarnaast geld besparen door op voorhand al goed na te denken over de toepassing en uitvoering van natuurinclusieve bouwmaatregelen en oplossingen bij nieuwe ontwikkelingen. Wij zien de kansen: Nu nog de uitvoering!

In onze klimaatblogreeks staan wij stil bij verschillende thema’s binnen duurzame gebiedsontwikkeling en klimaatadaptatie. In elke blog worden de mogelijkheden voor maatregelen en regels in ruimtelijke plannen besproken aan de hand van concrete voorbeelden en cases. Houd ons blogoverzicht in de gaten voor de volgende blog in deze reeks over  circulariteit .

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.