Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Het is tijd voor een demarrage met grondstoffen uit afvalwater

Het is september 2020 en we kijken voor het eerst in het bestaan van de Tour de France zo laat in het jaar naar deze mooie Franse wielerkoers. Ik ben zelf al van jongs af aan fan van de wielersport. Mijn eerste bewuste herinnering dateert van 1977 toen Hennie Kuiper als eerste boven kwam op Alpe d’Huez. Met een splijtende demarrage ging hij ervandoor om snel afstand te nemen van zijn directe concurrenten. Nu we halverwege de Tour van 2020 zijn valt mij op dat het er heel gematigd aan toe gaat en dat we nog nog geen bepalende demarrage hebben gezien van één van de favorieten. Maar ja, Parijs is nog ver! Daar moest ik aan denken toen ik deze blog ging schrijven over de rol van de waterschappen en hun ambities ten aanzien van de circulaire economie, en in het bijzonder de productie van grondstoffen uit afvalwater.

15 september 2020

Artikelen

Artikelen

Het begint met ambitie

De Rijksoverheid streeft voor het jaar 2050 naar een circulair Nederland. Hier worden nog geen harde cijfermatige doelstellingen aan gekoppeld maar het gaat in ieder geval om een circulaire economie waarin geen afval meer bestaat en grondstoffen steeds opnieuw worden gebruikt. Om deze duurzame economie te kunnen bereiken moet worden samengewerkt met bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en andere overheden. Waterschappen gaan in hun ambitie nog een stap verder want zij willen in 2050 100% circulair zijn, zoals de meerderheid van de waterschappen in hun toekomstvisies heeft vastgelegd. Maar ach, Parijs is nog ver!

Grondstoffen in de kopgroep

Oorspronkelijk zaten er vijf grondstoffen in de kopgroep voor circulariteit bij de waterschappen: fosfaat, cellulose, Kaumera, bioplastics en biomassa. Deze kopgroep lijkt anno 2020 uitgedund tot nog drie grondstoffen die redelijkerwijs kans maken op het bereiken van de eindstreep in 2050. Biomassa lijkt al vanaf het begin aan het spreekwoordelijke elastiek te hangen en van bioplastics hebben we al geruime tijd niets meer vernomen. Door de aanhoudende droogte is daar wel een belangrijke favoriet bijgekomen, zijnde zoet water. Ik had ook al nooit begrepen waarom deze niet vanaf het begin bij de kopgroep zat.

Zelf mag ik de ontwikkeling van het biopolymeer Kaumera van dichtbij meemaken en merk ik dat met goed ploegenspel in de gehele grondstoffenketen de positie in de kopgroep wordt gehandhaafd. Het is flink doortrappen maar alle inspanningen worden beloond met het boeken van vooruitgang in de toepassing van Kaumera in de praktijk. Uit de ontwikkeling van Kaumera blijkt wel dat het innovatieproces van een nieuwe grondstof (en dit geldt dus ook voor cellulose en fosfaat) veel meer geduld vraagt dan de ontwikkeling van een nieuwe technologie. Waar een technologie met één gouden driehoek kan worden voltooid zijn er voor een grondstof meestal vier gouden driehoeken nodig, welke samen een gouden cirkel moeten vormen. In elke driehoek is een andere marktpartij betrokken. Dit betekent dat alle belangen met elkaar in lijn moeten worden gebracht en dan is Parijs verder dan je denkt!

Samen gaan we voor de finish

Ook ontbreekt naar mijn mening een echte concrete strategie op landelijk niveau om de finish in 2050 te halen. Neem nu de grondstof fosfaat, een favoriet waar al lang van wordt verwacht dat deze op korte termijn meer afstand zou gaan nemen van de rest. Anno 2020 is in Nederland het percentage hergebruikt fosfaat uit afvalwater nog minder dan 5%. De allesbepalende demarrage is dus nog steeds niet geplaatst. Is dit een kwestie van niet durven of niet kunnen? Jarenlang heeft de sector zich vastgeklampt aan de verwachting dat er een installatie zou worden gerealiseerd voor het terugwinnen van fosfaat uit de verbrandingsassen van zuiveringsslib. Als dit werkelijk had plaatsgevonden zouden we nu al boven de 50% terugwinning hebben gezeten. Tot dusver was deze verwachting min of meer een valse hoop en ben ik benieuwd wat de concrete plannen zijn om alsnog deze splijtende demarrage te plaatsen.

Het stemt me wel positief dat ik merk dat bij nieuw te bouwen capaciteit voor de slibverwerking rekening wordt gehouden met de terugwinning van fosfaat. Maar ik blijf ervan overtuigd dat er een landelijke strategie moet komen waarin de waterschappen als sector een duidelijk plan laten zien hoe we gezamenlijk in 2050 de 100% proberen te gaan halen. Parijs is inderdaad nog ver maar het wordt langzamerhand wel tijd voor het plaatsen van een aantal bepalende demarrages.  

Artikel delen

Reacties

Geef een reactie