Menu

Zoek op
rubriek

Het afzien van een zitting in corona-tijden. Is dat verstandig?

Het afzien van een mondelinge behandeling in hoger beroep vergt een casusgerichte afweging en moet de tijdwinst die met schriftelijke afdoening kan worden behaald zeker niet in alle gevallen doorslaggevend zijn.

24 november 2020

Artikelen

Artikelen

Door de coronacrisis kiezen partijen vaker dan voorheen voor de schriftelijke afdoening van een hoger beroep. Dat heeft als voordeel dat de doorlooptijd van de appelprocedure aanzienlijk korter is dan wanneer partijen kiezen voor een mondelinge behandeling (die dan veelal met behulp van digitale middelen zoals Skype wordt gehouden). Doordat de zitting vervalt, wordt eerder arrest gewezen. Een duidelijk nadeel is dat partijen niet de gelegenheid hebben om mondeling inlichtingen te verschaffen en om hun stellingen uit eerdere processtukken mondeling toe te lichten. De vraag is voldoende wordt stilgestaan bij deze en andere voor- en nadelen van een ‘volledig papieren appelprocedure.’

Na de roldatum waarop de memorie van antwoord (in het incidenteel hoger beroep) is ingediend, wordt meestal een termijn van twee weken verleend voor partijberaad. Dan kunnen partijen een verzoek indienen tot het nemen van een akte of het vragen van een mondelinge behandeling, het wijzen van arrest of doorhaling. Tijdens een mondelinge behandeling krijgen partijen bij het gerechtshof Den Haag dertig minuten spreektijd in de eerste termijn en maximaal tien minuten bij de andere hoven. Dat lijkt kort, zeker als men hierbij betrekt dat een schriftelijke toelichting in plaats van een zitting (voorheen: schriftelijk pleidooi) maximaal twaalf bladzijden mag beslaan. Maar een mondelinge behandeling biedt natuurlijk ook ruimte voor “vraagpunten of onderwerpen die het hof tijdens de mondelinge behandeling wil bespreken”.

Sinds de coronacrisis geldt de ‘Tijdelijke regeling handelszaken in hoger beroep’. Per 1 juli 2020 worden mondelinge behandelingen fysiek of online (via een telefonische (beeld)verbinding) gehouden. De keuze voor een fysieke zitting maakt het hof op basis van de volgende criteria: emotionele belastbaarheid, kwetsbare partijen/belanghebbenden, slechte digitale beschikbaarheid van partijen, veel partijen en/of betrokken instanties, enquêtes, zitting gericht op onderzoeken schikkingsmogelijkheid, hoge complexiteit van de zaak, te verwachten lange duur van een zitting”. Wij zien in onze procespraktijk echter dat er hoven zijn die in deze corona-crisis aansturen op schriftelijke afdoening omdat planning van zittingen binnen afzienbare termijn niet mogelijk is.

Hoe adviseer je je cliënt bij de keuze tussen een schriftelijke afdoening of een (digitale) zitting op langere termijn? De tijdwinst van een schriftelijke afdoening alleen mag daarbij niet bepalend zijn. Het heeft echter ook geen zin om te opteren voor een zitting in hoger beroep om nieuwe grieven of verweren naar voren te brengen. Daar verzet de tweeconclusieregel zich (in beginsel) tegen. Het preciseren van eerdere stellingen is wel toelaatbaar en daar leent een zitting zich bij uitstek voor. Een gerichte en voldoende geconcretiseerde precisering kan niet alleen de uitkomst van de hogerberoepsprocedure beïnvloeden maar kan ook relevant zijn voor de (haalbaarheid) van een cassatieprocedure.

Volgens de Hoge Raad is de uitleg van de gedingstukken voorbehouden aan het hof als feitenrechter. Deze uitleg kan in cassatie niet op juistheid worden onderzocht (maar kan soms wel onbegrijpelijk zijn). Dit betekent dat het hof primair bepaalt wat partijen nu eigenlijk stellen en in welke (juridische) context hun stellingen moeten worden geplaatst. Deze beoordeling kan soms worden bijgestuurd door op zitting een ‘draai te geven’ aan een stelling. Verder geldt dat een hof pas iets met een stelling moet doen als die essentieel is. Terloops ingenomen stellingen die onvoldoende zijn uitgewerkt, hoeft een hof niet te betrekken bij zijn beslissing. Ter zitting bestaat soms de gelegenheid om in eerste instantie onvoldoende uitgewerkte stellingen alsnog handen en voeten te geven. Ter zitting moeten daarnaast stellingen worden uitgewerkt die in het laatste processtuk gemotiveerd zijn weersproken door de wederpartij.

Als het feitencomplex voldoende duidelijk is en de (juridische) stellingen van partijen eenduidig en voldoende uitgewerkt zijn, dan kan de toegevoegde waarde van een mondelinge behandeling beperkt zijn. Althans, voor het partijdebat. Het belang van een zitting kan namelijk ook zijn gelegen in andere zaken, zoals het onderzoeken van een schikking of het kunnen doen van het verhaal ten overstaan van de rechter. 

Al met al vergt het afzien van een mondelinge behandeling in hoger beroep een casusgerichte afweging en moet de tijdwinst die met schriftelijke afdoening kan worden behaald zeker niet in alle gevallen doorslaggevend zijn.

Door Nadine Groeneveld-Tijssens en Stefan van de Sande

AKD

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.