Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

De Omgevingswet: wegen de voordelen op tegen de nadelen?

Het aftellen tot 1 januari 2024, het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, is begonnen. De zorgen over bijvoorbeeld het DSO en tragere besluitvorming zijn bekend. Daar staat een aantal voordelen tegenover, schrijft Meta Smit.

22 september 2023

Eén van mijn grootste zorgen is, naast het DSO, de vertraging in de besluitvorming. Niet enkel omdat diverse gemeenten geen bestemmingsplannen meer willen wijzigen, maar ook door het verdwijnen van de vergunning van rechtswege bij te laat beslissen door het bestuursorgaan. Art. 3.9 lid 3 Wabo vervalt.

Vanuit het perspectief van de aanvrager zie ik ook een aantal voordelen die de invoering van de Omgevingswet met zich meebrengt.

1. Een aantal vergunningplichten verdwijnt

Voorbeelden hiervan (niet limitatief ) zijn: de omgevingsvergunning voor brandveiligheid vervalt (art. 2.1 lid 1 onder d), de omgevingsvergunning voor werken bij rijkswegen wordt een meldplicht (art. 8.16 en 8.17 Bal) en de milieuvergunning voor transformatoren die buiten staan opgesteld vervalt (art. 2.1, eerste lid, onder e Wabo jo. categorie 20 van bijlage I, onderdeel C van de Bor).

2. Onlosmakelijkheid van vergunningen en het begrip inrichting vervalt (art. 2.7 Wabo en 1.1 Wm).

De aanvrager krijgt onder de Omgevingswet meer flexibiliteit om zelf te bepalen welke aanvraag het eerst wordt ingediend en kan zo aansluiten bij het bouwproces. In beginsel kan alles los worden aangevraagd (art. 5.7 Ow).

Zo kan alvast een bouwwerk worden gebouwd zonder dat tegelijk een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een inrichting hoeft te worden aangevraagd. Onder de Omgevingswet is dit (uitzondering voor complexe bedrijven) gekoppeld aan de activiteit.

3. De ‘korte’ procedure is vaker van toepassing en de VvGB vervalt.

De lange procedure (art. 3.10 Wabo jo. afdeling 3.4 Awb) is slechts in uitzonderlijke gevallen van toepassing (zie art. 16.65 Ow jo. art. 10.24 Ob). De beslistermijn is dan niet 26 weken maar 8 + 6 weken.

Mogelijk wordt dit in de praktijk niet gehaald, maar het scheelt discussie over of iets wel of niet onder de kruimelgevallenregeling valt (art. 4 bijlage II Bor). Daarbij hoeft de gemeenteraad in beginsel niet bij de besluitvorming te worden betrokken, dit is alleen geval als de gemeenteraad dit kenbaar maakt (art. 16.15b Ow).

4. Aspecten duurzaamheid mogen meewegen in de besluitvorming.

Denk aan zonnepanelen waarbij de wens is om deze op de zijgevel van een woning te plaatsen. Duurzaamheid kan onder de Wabo - strikt genomen- niet worden meegewogen bij de besluitvorming omdat het geen ruimtelijke effect heeft. Onder de Omgevingswet maakt integraal deel uit van de fysieke leefomgeving.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.