Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Crisisstructuur ontoereikend bij pandemie

De huidige crisisstructuur in Nederland is ontoereikend bij een pandemie. De focus van de veiligheidsregio richt zich op rampenbestrijding en niet op crisisbeheersing. De provincie is het juiste bestuursniveau om de coronacrisis te bestrijden, zegt Gert-Jan Ludden, maar een structuurdiscussie wordt nog niet gevoerd.

Platform O 14 september 2020

Opinie

Opinie

Sinds begin deze eeuw heeft Nederland een ondoorzichtige structuur in het veiligheidsbestel. De burger is het spoor bijster en weet bijvoorbeeld niet wat een veiligheidsregio precies doet en wie in Den Haag verantwoordelijk is voor de bestrijding van een pandemie. Er is een kluwen aan organisaties ontstaan met onduidelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden. De coronacrisis toont ons feilloos de pijnpunten van ons bestel.

Ontoereikend en inefficiënt

Sinds 2002 heeft men de rampenbestrijding en crisisbeheersing in Nederland willen verbeteren. Daaruit zijn de 25 veiligheidsregio’s voortgekomen. Dit heeft geleid tot regionalisering van de brandweer en de geneeskundige hulpverlening, een uitholling van taken op gemeentelijk niveau en het buitenspel zetten van de commissarissen van de Koning. Er is geen gelijke gebiedsindeling met de politie (10 eenheden), het OM (10 arrondissementen) en de waterschappen (21). Evenmin is er sprake van structurele samenwerking met het bedrijfsleven, religieuze organisaties, scholen en maatschappelijke instellingen. De focus van de veiligheidsregio richt zich op rampenbestrijding en niet op crisisbeheersing. De communicatie met de inwoners schiet tekort en er is gebrek aan democratische controle. Bovenal is het hebben van 25 veiligheidsregio’s in een land dat qua oppervlakte vergelijkbaar is met de grootste ranch in Texas inefficiënt.

Crisisbeheersing op landelijk niveau geeft ook weinig reden tot optimisme. Het overhevelen van het veiligheidsdossier van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) naar het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) in 2012 bleek een staaltje van VVD-machtspolitiek, maar heeft niet geleid tot een betere regie over de crisisaanpak. Integendeel zelfs. De afgelopen acht jaar bleek er slechts aandacht voor de vorming van de nationale politie, terrorisme en cyberdreiging. De aandacht voor andere crisistypen zoals een pandemie schoot tekort, terwijl deze nota bene hoog scoort in het nationale veiligheidsprofiel. Er is niets geleerd van de Mexicaanse griep in 2009, toen we langs het randje van de afgrond gingen. Sinds 2012 zijn nationale oefeningen stopgezet en wordt onvoldoende geïnvesteerd in schaarse capaciteiten. Er is ook geen nationaal pandemieplan. Belangrijke crisisorganen als het publiek-private Nationaal Adviescentrum Vitale Infrastructuur, het expertisecentrum voor risico- en crisiscommunicatie en de civiel-militair geïntegreerde landelijke operationele staf, zijn met een simpele pennenstreek door het ministerie van J&V ontmanteld. Het departement is een moloch geworden en is onvoldoende toegerust voor de coördinatie en aansturing van departement-overstijgende crisissituaties.

Algemeen belang

Willen we de crisisstructuur vereenvoudigen, dan ligt het voor de hand de provincie (middenbestuur) een prominente rol te geven. De provincies zijn helder qua gebiedsindeling, zijn toezichthouder van gemeenten en zijn het juiste niveau waarop publiek-private, civiel-militaire en grensoverschrijdende samenwerking kunnen worden gecoördineerd. Zij voeren de regie bij bovengemeentelijke crisissituaties. Wanneer meldkamers, brandweerkorpsen, GGD-en, ambulancediensten, arrondissementen en politie-eenheden onder provinciaal gezag worden gepositioneerd, ontstaat er een logische en slagvaardige crisisstructuur binnen ons openbaar bestuur. Voor Den Haag is het gemakkelijker zaken doen met 12 commissarissen van de Koning dan met 25 voorzitters van veiligheidsregio’s. Op rijksniveau dienen veiligheid en crisisbeheersing weer een verantwoordelijkheid te worden van het ministerie van BZK. Het ministerie van J&V kan zich dan volledig richten op haar kerntaken van opsporing en handhaving. Ook is het noodzaak de landelijke operationele staf te reactiveren, een pandemie-uitbraak planmatig goed voor te bereiden en nationale oefeningen nieuw leven in te blazen.

In diverse evaluatierapporten is de vinger reeds op de zere plek gelegd. Toch wil men deze structuurdiscussie liever niet voeren, omdat er klaarblijkelijk geen chemie bestaat tussen het lokale- en het middenbestuur. Het gaat bij crisisbeheersing echter niet om reputatie en bestuurlijke competentiestrijd, maar om het algemene belang en dienstbaarheid aan de Nederlandse samenleving. In extreme omstandigheden zijn eenvoud, heldere (gezag)structuren en effectief leiderschap cruciale succesfactoren. Dat heeft de coronacrisis ontegenzeggelijk duidelijk gemaakt.

Door Gert-Jan Ludden

Artikel delen

Reacties

Geef een reactie