Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Blog Omgevingswet: Nepsturen

De raad heeft het budgetrecht en bepaalt onder meer met geld de ambities en het beleid van de gemeente. Er is altijd te weinig geld en er zijn altijd te veel noden en wensen. Daarom moet “de politiek” keuzes maken. Om keuzes te maken moet de raad weten wat er te kiezen valt. Keuzes hebben, op korte en lange termijn, gevolgen en effecten. Om te sturen moet de raad zich echt verdiepen in de cijfers en wat erachter zit.

Pascale Georgopoulou, VNG 27 augustus 2020

Stuurt de raad, als het college alles mag invullen?

“Het budget voor de Omgevingswet was een heel gedoe”. Ik ben in gesprek met een raadslid over geld. “Het college kwam met een berekening”, zegt hij, “begroting 2017, totaal belachelijk dat bedrag. Het was conform de landelijke norm, referentiebedrag of zo. Norm of niet, de raad heeft daar een stokje voor gestoken. Er zouden allemaal externen komen, kwartiermakers, programmamanagers, veranderdeskundigen, participatiespecialisten, de hele santenkraam. Dat ging echt niet gebeuren. De raad heeft er mooi de helft van het bedrag af gekregen, we gingen het gewoon zelf doen. De wethouder morde wat, dat de ambities van de gemeente op deze manier niet konden worden uitgevoerd, dat andere dossiers zouden blijven liggen, dat de raad zichzelf tekort deed. Hij zou van start gaan, maar als het niet genoeg was, zou hij er bij de raad op terugkomen. En ja, hoor, het jaar erop probeerde hij het weer. De raad lag dwars. Er kwamen verkiezingen, dus de nieuwe coalitie zou de knoop doorhakken. Er is wat bijgelegd. Toen kwam het uitstel. Dat hebben we mooi budgettair neutraal opgelost. Elk jaar is het restant van het programmabudget overgeheveld, dat vond we als raad goed. Achteraf bleek dat er geld genoeg was”.

Het raadslid is tevreden. “We zijn geen voorloper. Wij kijken het af bij andere gemeenten, slim toch? En de ambities? Die waren te hoog gegrepen, ze zijn bijgeschaafd. Niet alles kan, politiek is keuzes maken. Financieel kan het alleen met oud voor nieuw. We zijn op tijd klaar, eerder hoeft niet. Later ook niet, haha! Ná 2022? De implementatie is dan rond en gaan we over tot de orde van de dag”.

Over tot de orde van de dag? Heeft de raad nagedacht over de overgangsperiode? De omgevingsvisie hoeft bijvoorbeeld nog niet in 2022 klaar te zijn, maar na twee jaar wel, hoe is dat geregeld? Het omgevingsplan is eerst nog tijdelijk, maar moet in 2029 echt klaar zijn. Gaat dat vanzelf? Bovendien leidt elke keuze tot één of meer gevolgen. Gevolgen hebben effecten binnen en buiten het stadhuis. Misschien kiest de gemeente bijvoorbeeld voor deregulering en dus minder vergunningplicht. Als de gemeente kostendekkende leges wil heffen met hetzelfde aantal ambtenaren, dan stijgen de kosten voor vergunningen. Is dat wenselijk? Door minder vergunningsplichtige activiteiten zijn er op termijn minder vergunningverleners nodig. Misschien is het dan nodig om meer te gaan controleren en te handhaven en zijn daar juist meer mensen voor nodig. Dat is niet 1-2-3 geregeld. Hoe zit het dan met de frictiekosten?

“Ach, op de ene plek wordt het wat duurder en op de andere wat goedkoper”, zegt het raadslid. “Dat moet het college maar regelen binnen in de begroting”. Stop, wacht even! Stuurt de raad, als het college alles mag invullen? Moet de raad zich niet verdiepen in de cijfers, zien wat er achter zit, het gesprek aangaan over effecten? De raad overziet de keuzes niet, omdat ze schuil gaan onder raadsmantra’s als “budgettair neutraal” en “oud voor nieuw”. Daarmee ondergraaft de raad zijn eigen positie. Het is nep-sturen en de ogen sluiten, meer is het niet.

Blog Pascale Georgopoulou voor de VNG Raadsledennieuwsbrief – augustus 2020

Artikel delen

Reacties

Geef een reactie